Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar Křenek, Ernst

Resultaten van Windows Live® Search

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search

Křenek, Ernst

Encyclopedieartikel

Křenek, Ernst (Wenen 23 aug. 1900 – Palm Springs, Calif., 22 dec. 1991), Amerikaans (tot 1945 Oostenrijks) componist, studeerde in Wenen vnl. bij F. Schreker, met wie hij in 1920 naar Berlijn ging. Hier trok hij met zijn geavanceerde composities spoedig de aandacht. Tevens ontstonden hier zijn eerste drie (atonale) symfonieën. De opera Der Sprung über den Schatten (1923) bevatte jazzelementen; zijn jazzopera Jonny spielt auf (1926) was een sensationeel succes. Tussen 1920 en 1930 componeerde hij een groot aantal ‘Zeitopern’ op actuele libretti. In 1928 vestigde hij zich weer in Wenen, waar hij onder invloed van Arnold Schönberg begon te componeren in het twaalftoonsysteem, (zie twaalftoontechniek), dat hij sinds 1938 systematisch toepaste. Uitgaande hiervan ontwikkelde hij een geheel eigen compositietechniek (beschreven in zijn Über neue Musik, 1937), die hij o.a. toepaste in het visionaire muziekdrama Karel V (1933). In 1937 week hij naar de Verenigde Staten uit. Naast pedagogisch en publicistisch werk schreef hij hier tal van televisiespelen, kameropera's en de vierde en vijfde symfonie (1947 en 1949). Na 1950 bezocht hij herhaaldelijk Europa (o.a. de WDR-studio in Keulen). Sinds die tijd begon hij ook seriële technieken (zie seriële muziek) toe te passen (Sestina, 1957; Kette, Kreis und Spiegel, 1958). Křeneks enorme productiviteit resulteerde in een omvangrijk oeuvre, dat alle terreinen van de muziek beslaat en waarin op zeer bedreven wijze van diverse hedendaagse stijlelementen gebruik wordt gemaakt. Hij maakte daarnaast gebruik van de middeleeuwse muziek(theorie). Tot zijn bekendste experimenten behoort de toonzetting van een spoorwegdienstregeling (Santa-Fé-Time-Table, 1945).

WERK: (behalve de genoemde): Orkest: 2 concerti grossi (1921, 1924); 4 pianoconc. (1923, 1937, 1946, 1950); 2 vioolconc. (1924, 1954); 2 celloconc. (1953, 1982); 2 orgelconc. (1980, 1982). – Opera: Orpheus und Eurydike (1926); Der Diktator (1926); Leben des Orest (1929); What price confidence? (1946); Dark waters (1950); Pallas Athene weint (1955); The bell tower (1957); Der goldene Bock (1964); Der Zauberspiegel (1966; televisieopera); Das kommt davon, oder: wenn Sarkadai auf Reisen geht (1970). – Voorts: 8 strijkkwartetten (1921–1981), pianomuziek (sonates), elektronische muziek, koorwerken, cantates en andere geestelijke muziek. – Geschriften: Studies in counterpoint (1940); Selbstdarstellung (1948; m. lijst v. wrk.); Musik im goldenen Westen (1949); J. Ockeghem (1953); Zur Sprache gebracht (1957; verz. art.); Horizons circled. Reflections on my music (1974; m. bijdr. van W. Ogdon en J. Stewart); Im Zweifelsfalle: Aufsätze über Musik (1984).

Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum