Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar kompas [techniek]

Resultaten van Windows Live® Search

  • Techniek Museum Delft: Kompas | VSC

    Door een aantal proefjes ontdekken leerlingen de bijzondere eigenschappen van magnetisme. Na enkele proefjes maken de leerlingen van een plastic schaaltje, een stukje piepschuim ...

  • De Techniek Torens

    Hengelo : Het Kompas : RKBS St. Plechelmus : Twents Techniek Museum Heim : Herpen 't Schrijverke : Heusden : BS St. Antonius: Heverlee : SKLO: Hijken

  • BOS-kompas | Colofon

    Samen met de gemeente Delft is een internetversie van het BOS-kompas ontwikkeld. De techniek van de Cd-rom is losgelaten maar de vragenlijsten blijven in tact.

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search

kompas [techniek]

Encyclopedieartikel
Multimedia
GyroscoopGyroscoop
Artikeloverzicht

Introductie

kompas [techniek] (van middeleeuws Latijn compassus, letterlijk = passer), instrument dat dient om de richting of de koers op aarde te bepalen. Het belangrijkste type in gebruik aan boord van vliegtuigen en ook op veel schepen is het gyroscopisch kompas (zie gyroscoop). Het oudere magnetisch kompas wordt dan nog slechts als hulpkompas of noodkompas gebruikt. Vaak wordt een kompas gebruikt naast een GPS-systeem (zie navigatie).

1. Werking

Een magneetnaald die vrij kan bewegen, wijst altijd naar het magnetische noorden (zie ook aardmagnetisme en noordpool). Daarop berust de werking van een kompas. Voor het bepalen van een exacte noord–zuidlijn is echter meer informatie nodig. Het magnetische noorden is namelijk niet altijd hetzelfde als het geografische noorden. Deze afwijking of declinatie is overal op aarde anders en kan oplopen tot vele graden. Om het verschil tussen het magnetische en het geografische noorden te kunnen verrekenen, staat de afwijking altijd vermeld op zeekaarten en in almanakken. Een tweede probleem dat kan optreden bij kompasnavigatie, is deviatie. Dat wil zeggen dat de kompasnaald wordt beïnvloed door plaatselijke magnetische velden, zoals dat van een stalen schip. Dit kan worden gecorrigeerd door kleine magneetjes aan te brengen rond het kompas.

2. Onderdelen van een kompas

Een kompasnaald moet hard, roestbestendig en magnetisch zijn. Als aan een kompas hoge eisen worden gesteld, zoals in schepen, bestaat de naald vaak uit een legering van osmium en iridium.

De kompasroos bestaat uit een cirkel die is onderverdeeld in 360 graden. Op de roos staan de vier windstreken aangegeven: noord (0°), oost (90°), zuid (180°) en west (270°). Naar het soort kompasroos zijn kompassen onder te verdelen in lichte (papieren) rozen en vloeistofkompassen. Bijna overal wordt het vloeistofkompas gebruikt. Bij dit kompas heeft men het magnetische moment (zie magnetisme) vergroot door aanzienlijk zwaardere magneetnaalden te gebruiken. Om te voorkomen dat hierdoor een grote wrijving ontstaat, wordt de roos voorzien van een drijver en wordt de kompasketel met vloeistof gevuld. De opwaartse druk van de vloeistof vermindert de druk op de kompaspen. Er bestaan ook vloeistofkompassen waarbij de staafmagneten vervangen zijn door een ringmagneet. Dit kompas heeft door onder meer een nog groter magnetisch moment bijzonder goede eigenschappen.

Net als andere kompassen, heeft een scheepskompas een kompasroos met een stel magneetnaalden. Daarnaast is er de kompasketel, een koperen, door een glazen plaat afgedekte ketel. Op de bodem hiervan staat een verticale pen met iridiumpunt waar de kompasroos omheen draait. De ketel is cardanisch opgehangen in het kompashuis of nachthuis. Dat wil zeggen dat de ketel hangt in een stelsel van scharnierende ringen, waardoor het kompas vrij kan bewegen. Aan en in het kompashuis bevinden zich nog weekijzeren en magnetische compensatiemiddelen.

2. Geschiedenis

Het is niet bekend waar en wanneer het magnetisch kompas werd uitgevonden. De eerste Europese vermelding van het kompas dateert van de 12de eeuw, de eerste beschrijving van 1269 (Petrus Perigrinus de Maricourt: Epistola de magnete). Het principe van de windroos was al bij de Grieken bekend. Het noorden werd aangegeven door een pijlspits, speer of T (Tramontano), deze symbolen gingen circa 1492 over in de nu nog gebruikte fleur-de-lys.

Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum