![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Artikeloverzicht
Introductie; 1. Naamgeving; 2. Banen; 3. Bouw en samenstelling; 4. Komeetgroepen; 5. Bekende kometen; 6. Komeetinslagen
komeet (v. Gr. komètès = langharig; komètès [astèr] = lang haar dragende [ster]), vroeger wel staartster genoemd, tot ons zonnestelsel behorend hemellichaam van relatief geringe massa, dat bestaat uit ijsachtig materiaal, gruis en stof. Kometen zijn meestal onzichtbaar, maar vertonen bij nadering tot de zon een nevelachtig uiterlijk en krijgen dan dikwijls een lichtgevende staart, die meestal van de zon is afgericht en zich bij zeer heldere kometen soms over de halve hemel uitstrekt. Tycho Brahe toonde al aan dat kometen zich niet in de aardse atmosfeer, maar op grote afstand van de aarde bevinden. De onverwachte verschijning van een komeet maakte vroeger een diepe indruk. Men beschouwde dit als een voorteken van een ramp, soms ook als een gunstig teken. Zeer heldere kometen kunnen soms overdag zichtbaar zijn, maar dan duurt dit slechts enkele dagen. Tegenwoordig worden er per jaar vele tientallen nieuwe kometen ontdekt, maar de meeste ervan zijn met het blote oog niet te zien.
Gewoonlijk worden de in een bepaald jaar ontdekte kometen voorlopig aangeduid met het jaartal van hun ontdekking, gevolgd door een hoofdletter die aangeeft in welke tweewekelijkse periode hij werd ontdekt, en een volgnummer voor die periode (bijv. 2002 F4 voor de vierde komeet die ontdekt werd in de tweede helft van maart 2002). De definitieve naam bestaat uit de naam van de ontdekker(s) en uit een jaartal en een serienummer. Dit jaartal is het jaar waarin de komeet de eerste keer na haar eerste ontdekking door haar perihelium ging, het serienummer is een getal in Romeinse cijfers dat de volgorde van de periheliumdoorgangen in het betreffende jaar aangeeft. Zo is de komeet 1941 VIII de achtste komeet die in 1941 haar perihelium passeerde. Periodieke kometen worden aangeduid met een volgnummer (1 voor komeet Halley, de eerst ontdekte periodieke komeet) en het voorvoegsel P/ (bijv. 109P/Swift-Tuttle).
Kometen bewegen gewoonlijk in zeer langgerekte elliptische banen. Deze zijn meestal zo uitgestrekt dat de omlooptijden op tientallen miljoenen jaren worden geschat, zodat de meeste kometen in de praktijk nooit meer worden teruggezien. De kometen zijn afkomstig uit een min of meer bolvormige wolk van zeer grote afmetingen (straal ca. 150 000 maal de afstand aarde–zon) om ons zonnestelsel. Uit het aantal nieuwe kometen dat jaarlijks in de buurt van zon en aarde komt, kan men schatten hoe groot het totale aantal kometen in de wolk moet zijn: ca. 1012 à 1013. Volgens deze theorie, die voor het eerst door de Nederlandse astronoom Jan Hendrik Oort is opgesteld, is de wolk vermoedelijk lang geleden ontstaan ten gevolge van de storende invloeden van vooral Uranus en Neptunus op kleine lichamen in ons zonnestelsel. Alle zichtbare kometen zijn oorspronkelijk afkomstig uit deze Oortwolk en zijn daaruit in de richting van de binnendelen van het zonnestelsel gezonden door de storende krachten van naburige sterren en grote interstellaire wolken.
Soms kunnen door de storende krachten van de planeten, en vooral door die van de zwaarste planeet, Jupiter, de sterk elliptische komeetbanen worden veranderd in minder uitgerekte banen en af en toe in banen die zich niet verder uitstrekken dan de baan van Jupiter. Zo is men ertoe gekomen de kometen naar hun banen in twee soorten te verdelen: de langperiodieke en de kortperiodieke kometen, met een omlooptijd van groter, respectievelijk kleiner dan 200 jaar. De kortperiodieke kometen die dicht bij de baan van Jupiter komen, worden gerekend tot de Jupiterfamilie. Deze hebben omlooptijden tussen drie en acht jaar. Hun banen hebben in tegenstelling tot die van de langperiodieke kometen meestal slechts een kleine helling ten opzichte van het vlak van de aardbaan en hun bewegingsrichting is op die van enkele exemplaren na dezelfde als die van de planeten. Deze kometen zijn vermoedelijk afkomstig uit een gordel van ijsachtige objecten buiten de baan van Neptunus. Dit is de Kuipergordel, genoemd naar de Nederlandse astronoom Gerard Peter Kuiper. De totale massa van de Kuipergordel bedraagt naar schatting ca. 30 aardmassa’s; de massa van de Oortwolk is wellicht 100 aardmassa's.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
|||||||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |