![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Kodály, ZoltánEncyclopedieartikel
Kodály, Zoltán (Kecskemét 16 dec. 1882 – Boedapest 6 maart 1967), Hongaars componist, etnomusicoloog en pedagoog, studeerde Duitse literatuur en taalwetenschap en promoveerde in 1906 op een proefschrift over de strofenbouw in het Hongaarse volkslied. Tijdens zijn muziekstudie (sinds 1900) bij H. Koessler ontwaakte zijn belangstelling voor het Hongaarse volkslied. Met Béla Bartók begon hij in 1905 de muzikale folklore van zijn land te onderzoeken. Het eerste resultaat daarvan werd in 1906 gepubliceerd: Twintig Hongaarse volksliederen, met pianobegeleiding. In totaal brachten zij meer dan 3500 volksliederen aan het licht. Kodály's eigen inspiratiebronnen voor het componeren bleven niet tot de folklore beperkt. Al in 1904 bezocht hij Bayreuth, München en Salzburg; in de jaren 1906 tot 1908 reisde hij naar Berlijn, Parijs (waar hij R. Rolland ontmoette en werken van Debussy leerde kennen), Zwitserland en Italië. In 1907 begonnen zijn werkzaamheden als pedagoog, voor theorie en compositie, aan het conservatorium te Boedapest. In die tijd ontstonden ook zijn eerste gepubliceerde composities en theoretische werken. Niet eerder dan in 1923 vond hij internationaal erkenning, bij de eerste uitvoering van de Psalmus Hungaricus. In 1926 werd voor het eerst in het operatheater te Boedapest een stuk nationaal muziektheater uitgevoerd, Kodály's Háry János. Soms dirigeerde hij eigen werk. In 1964 verleende de Humboldt Universiteit in Oost-Berlijn hem een eredoctoraat. De Hongaarse Academie van Wetenschappen nam Kodály's plan tot folkloresystematisering over; in 1937 verschenen in dit kader de eerste grammofoonplaten, in 1951 het eerste boekdeel (Corpus musicae popularis Hungaricae, I). Evenals bij Bartók is de ontwikkeling van Kodály als componist onlosmakelijk verbonden met zijn werkzaamheden als onderzoeker van volksmuziek. Zijn werk is meer traditiegebonden dan dat van Bartók en, in tegenstelling tot diens oeuvre, ligt het accent op de vocale composities. WERK: Orkest: Dansen uit Galánta (1933; ook v. piano); orkestvar. n. een volkslied (1939); conc. v. ork. (1939–1940); conc. v. altv. en ork. (1947); symf. in C (1961). – Opera: De spinkamer (1932); Háry János (1926; ook als orkestsuite); Czinka Panna (1948). – Koorwerken: Psalmus hungaricus (1923; tenor, koor, ork.); Te Deum (1936; soli, koor, ork.); Bicinia Hungarica (1937–1942); Missa brevis (1942; koor, ork.); Pentatonische muz. (1945–1948). Voorts: kamermuz., o.a. 2 strijkkwartetten (1908, 1917), 2 celloson. (1910, 1915), piano- en orgelmuz., liederen. – Geschriften: Folk music of Hungary (1982; Eng. vert.); talrijke artikelen in Hongaarse periodieken. UITG: Selected writings (1974; Eng. vert.); Wege zur Musik: ausgewählte Schriften und Reden, d. F. Bonis en G. Klein (1983).
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |