Zie ook:
Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar klavecimbel

Resultaten van Windows Live® Search

  • Klavecimbel

    Het klavecimbel is het grootste en belangrijkste toetsinstrument met getokkelde snaren. Door een toets in te drukken, tokkelt een kleine pen de snaar.

  • Klavecimbel

    De compleetste wegwijzer in de wereld van het klavecimbel en de pianoforte. Alles wat je weten wilt over eigenschappen, modellen, tijdschriften, vaktermen, bouwers, gebruikte ...

  • klavecimbel

    Klavecimbels, hoe werken ze, hoe zien ze er uit en hoe klinken ze. ... Het klavecimbel Het klavecimbel is een instrument waarbij de snaren getokkeld worden door kleine pennetjes.

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search

klavecimbel

Encyclopedieartikel
Multimedia
Snaarinstrumenten met toetsenSnaarinstrumenten met toetsen
Artikeloverzicht

Introductie

klavecimbel (v. Lat. clavis = sleutel, cymbalum [Gr.: kumbalon] = bekken; Ital.: clavicembalo, gravicembalo, cembalo; Fr.: clavecin; Duits: Kielflügel, Cembalo; Eng.: harpsichord), de belangrijkste van de twee voorlopers van de huidige piano. Het andere type is het klavichord. Bij het klavecimbel worden de snaren door middel van veren pennen, die in zgn. dokken zijn aangebracht, aangetokkeld. De getokkelde klank van de snaren is specifiek voor het instrument. Dit is in vleugelvorm gebouwd en rust op een onderstel; de klaviatuur (toetsenrij) bevindt zich aan de smalle zijde. Het mechaniek van het tokkelen is vrij eenvoudig. Wordt de toets aangeslagen, dan gaat aan de achterzijde van de toets het dokje omhoog, waarin een beweegbaar houten tongetje is aangebracht (thans ook van ander materiaal gemaakt, bijv. plexiglas). In dit tongetje bevindt zich het pennetje (oorspronkelijk van een ravenveerschacht, thans ook van leer) dat de snaar aantokkelt. Bij het loslaten van de toets wijkt het tongetje terug, zodat de snaar niet opnieuw tot klinken wordt gebracht. Daarna brengt een veertje het tongetje weer in de oorspronkelijke stand terug. De aanslag is ten gevolge van de weerstand van de snaren anders dan bij de piano. Aan de bovenkant van het dokje is, vlak boven de snaar, een reepje vilt bevestigd, dat de snaar afdempt als de toets wordt losgelaten. De werking van de dempers is echter niet zo effectief als bij de piano. Er is bijv. ook geen mogelijkheid de dempers van de snaren verwijderd te houden zoals met het rechterpedaal van de piano. De dokken worden op hun plaats boven de toetsen gehouden door een doorboorde lijst. Door het verschuiven van deze lijst konden dokken in- en uitgeschakeld worden. Daarvoor waren ook aparte reeksen snaren aangebracht. Hierdoor konden verschillende klankeffecten worden bereikt. Men noemde dat registers (afgeleid van het orgel). De bediening van deze registers geschiedde aanvankelijk door knoppen opzij van het instrument, later door knoppen bovenop de klankkast, ten slotte boven de klaviatuur of door pedalen. Stukjes vilt, repen perkament, enz. zorgden voor andere klankeffecten. Een instrument met twee klavieren heeft door de contrasterende werking van de registers meer uitdrukkingsmogelijkheden. De omvang van de klaviatuur breidde zich vanaf het begin der ontwikkeling voortdurend uit. Evenals vroegere bouwers maakt men nog wel de ondertoetsen zwart en de boventoetsen wit.

1. Geschiedenis

Het klavecimbel stamt uit Italië, waar het waarschijnlijk omstreeks 1400 werd ontwikkeld. In de 17de eeuw hebben de Zuidelijke Nederlanden grote invloed uitgeoefend op de internationale klavecimbelbouw. Vooral Antwerpen was een centrum van beroemde bouwers. Ook Engeland en Duitsland hebben een belangrijke bijdrage geleverd tot de ontwikkeling van het klavecimbel. Het klavecimbel heeft in de 19de eeuw het veld moeten ruimen voor het ‘hamerklavier’, dat meer schakeringen in toonsterkte had en waarop men beter piano en forte kon spelen, zodat ten slotte de pianoforte of piano het pleit heeft gewonnen. Toen in de 19de eeuw een renaissance ontstond van de barokmuziek (zie barok), was het klavecimbel een van de eerste instrumenten die weer in zwang kwamen. De authentieke instrumenten bleken echter vaak niet meer goed bespeelbaar en voldeden daarenboven niet aan de eisen die – mede door grotere ruimten waarin werd gemusiceerd – werden gesteld aan klankvolume, registratie, enz. Bij de hedendaagse uitvoeringen van oude muziek wordt dan ook meestal gebruik gemaakt van nieuwe klavecimbels die reconstructies (met technische verbeteringen) van oude instrumenten zijn. Érard en Pleyel gaven in Frankrijk (eind 19de eeuw) de stoot tot nieuwe opbloei. Onder de hedendaagse instrumentenbouwers zijn vooral Pleyel en Gaveau (Frankrijk), Neupert (Duitsland) en Chickering (Verenigde Staten) bekend.

2. Toepassing

Het klavecimbel wordt als begeleidingsinstrument (basso continuo) en als solo-instrument gebruikt. Bij het streven de oude muziek in het klankbeeld van de componist uit te voeren is het klavecimbel een onmisbaar instrument, vooral in ensembles. Als solo-instrument heeft het een herleving ondergaan door de onderzoekingen, propaganda en interpretatiekunst van Wanda Landowska en vele anderen. Avant-garde-componisten gebruiken soms de klankkleur van het klavecimbel, maar versterken daarbij het volume elektronisch.

Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum