![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Artikeloverzicht
Introductie; 1. Leven van Jezus; 2. De bronnen over het leven van Jezus; 3. Chronologie en milieu van Jezus' optreden; 4. Het historisch onderzoek naar het leven van Jezus
Jezus (Betlehem 7/4 v.C. - buiten Jeruzalem ca. 30 n.C.), jood en religieus leider uit Palestina uit het begin van onze jaartelling, van wie de christelijke kerken belijden dat hij de Christus, dat wil zeggen de door God gezonden Messias is. Zie ook christendom; christologie; koninkrijk van God). De naam Jezus is de Latijnse vorm van het Griekse Ièsous, dat de weergave is van het Hebreeuwse Jesjoea of Jehosjoea (= de Heer is redding, vgl. Mattëus 1:21). In de Koran luidt Jezus' naam Isa.
De vier evangelies (Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes) geven tezamen het volgende beeld van het leven van Jezus. Hij werd geboren in Betlehem als zoon van Maria en Jozef, beiden afkomstig uit Nazareth. Hij begon zijn publieke optreden na door Johannes de Doper gedoopt te zijn, verzamelde leerlingen om zich heen met wie hij predikend, genezend en wonderen doende door Palestina trok. Zijn leer, waarin meer nadruk gelegd werd op een liefdevolle instelling tegenover God en de medemensen dan op een strikte naleving van de joodse godsdienstige wetten, brachten hem in conflict met de joodse religieuze leiders. Dezen wisten van het Romeinse bestuur gedaan te krijgen dat hij ter dood veroordeeld werd. Hij werd gekruisigd en begraven en zou volgens de evangelies na drie dagen uit de dood opgestaan zijn. Vervolgens zou hij nog veertig dagen op aarde verbleven hebben, waarna hij naar de hemel opgevaren zou zijn. Zijn aanspraak de Messias te zijn werd de aanleiding tot afscheiding van de christelijke kerk van het jodendom. Het christelijke geloof ziet in Jezus de Zoon Gods, verlosser en zaligmaker, in wie de heilsprofetieën van het Oude Testament werden vervuld.
Voor de kennis van Jezus en zijn optreden is het Nieuwe Testament (en dan voornamelijk de vier evangelies en de brieven van Paulus) vrijwel de enige bron. Daarbuiten zijn er een paar terloopse vermeldingen bij Romeinse schrijvers (Suetonius, Vita Claudii 25,4; Tacitus, Annales XV, 44; Plinius de Jongere, Epistulae X, 96), twee teksten - waarvan de belangrijkste onder verdenking staat van interpolatie - van de joodse geschiedschrijver Josephus Flavius (Antiquitates Iudaicae 18,3,3 en 20,9,1) en enkele gegevens uit de rabbijnse literatuur. De meeste van deze teksten hebben een antichristelijke strekking, maar zij tonen hiermee wel aan dat het historische bestaan van Jezus toen niet werd betwijfeld.
In het Nieuwe Testament zijn de brieven van Paulus de oudste geschriften. Hierin wordt vermeld dat Jezus is ‘geboren uit een vrouw’ (Galaten 4:4) en stamt uit het geslacht van David (Romeinen 1:3); er is sprake van zijn ‘broeders’ (1 Korinthiërs 9:5; Galaten 1:19; 1 Korinthiërs 15:7), van de kring van zijn leerlingen en van ‘de twaalf’ (1 Korinthiërs 15:5 vv.), van de nacht waarin hij verraden werd en het Laatste Avondmaal (1 Korinthiërs 11:23), van Jezus' kruisdood (Galaten 3:1; 1 Tessalonicenzen 2:15), zijn begraven worden, opstanding en verschijningen (1 Korinthiërs 15:5-8), terwijl op verschillende plaatsen ook uitdrukkelijk ‘woorden’ van hem worden herhaald (1 Korinthiërs 7:10; 9:14).
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
|||||||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |