Zie ook:
Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar jazz

Resultaten van Windows Live® Search

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search

jazz

Encyclopedieartikel
Multimedia
Jazztrompettist Wynton MarsalisJazztrompettist Wynton Marsalis
Artikeloverzicht

Introductie

jazz, muziek die vanaf ca. 1900 ontwikkeld werd in kringen van de zwarte bevolking van de Verenigde Staten en zich geleidelijk aan verbreidde onder andere bevolkingsgroepen daar, in Europa en elders in de wereld. Jazzmuziek is ontstaan op basis van in Amerika overgebleven ritmische en melodische resten van West-Afrikaanse muziek, op basis van melodische en harmonische westerse elementen, en op basis van uiteenlopende muziekvormen als arbeidsliederen (de zgn. worksongs), vocale blues en spirituals van de zwarte bevolking en populaire westerse mars- en dansmuziek van rond de eeuwwisseling.

1. New Orleans

De eerste tot wasdom gekomen jazzstijl was die van New Orleans. Behalve door de karakteristieke versmelting van Afrikaanse en westerse elementen wordt deze muziek gekenmerkt door een dynamische toonvorming (er is geen vaststaand toonideaal, maar iedere muzikant streeft naar een eigen, persoonlijke toonvorming), swing en improvisatie.

De oudste New Orleans-orkesten fungeerden als marsorkesten, maar vrij snel kregen zij de functie van dansorkesten, waardoor er een kleine groep van professionele musici ontstond. Dit leidde tot een snelle muzikaal-technische ontwikkeling. De geijkte samenstelling van een New Orleans-ensemble werd: trompet, trombone, klarinet, piano, gitaar/banjo, bas en slagwerk. Dit geldt heden ten dage nog als de standaardbezetting van dixieland-orkesten, die de muziek uit New Orleans naspelen (zie Dixieland-stijl). Het ensemble speelde eerst een gearrangeerd thema, meestal een populair liedje, een blues of een eigen compositie, waarna al dan niet gezamenlijk door de orkestleden werd geïmproviseerd op het onderliggende harmonische schema. De vertolking werd afgesloten met een herhaling van het thema.

Tot halverwege de jaren zestig is deze muzikale gang van zaken – in velerlei variaties – toonaangevend gebleven; pas daarna werden het vaste ritmische patroon en het harmonisch schema in meer of mindere mate losgelaten. In 1917 werd het uitgaanscentrum van New Orleans op last van militaire autoriteiten gesloten, waarna de musici uitwaaierden over de Verenigde Staten, in de eerste plaats naar Chicago, waar de oorspronkelijke New Orleans-muziek een bloeitijd beleefde tot 1929. De belangrijkste figuren uit deze eerste periode zijn: King Oliver, Louis Armstrong en Jelly Roll Morton. Van de legendarische kornettist Buddy Bolden zijn geen plaatopnamen gemaakt; zijn instrumentale collega Bunk Johnson daarentegen werd dankzij de dixieland-revival in de jaren veertig ‘ontdekt’ en in de gelegenheid gesteld een aantal plaatopnamen te maken. Van de ensembles uit het New Orleans van vóór 1917 bestaan geen plaatopnamen.

De beste collectieve improvisaties vindt men op platen van de New Orleans Wanderers en op die van King Oliver. Bij de opnamen van Louis Armstrongs Hot Five en Hot Seven is het accent reeds verplaatst naar de individuele soli, wat niet representatief is voor de oorspronkelijke muziek van New Orleans. Bij Jelly Roll Mortons ensemble The Red Hot Peppers komt het element van het arrangement sterk naar voren, hetgeen wijst op nieuwere jazzvormen. De belangrijkste solisten die vanuit New Orleans zijn gekomen, zijn Sidney Bechet en Louis Armstrong. Van deze twee is het Armstrong geweest die op beslissende wijze vorm heeft gegeven aan de verdere ontwikkeling. Hij bevrijdde de jazz van ritmische en melodische restanten van blanke amusementsmuziek, creëerde samen met de pianist Earl Hines een voldragen conceptie van swing en intensiveerde de invloeden van de West-Afrikaanse muzikale erfenis.

2. Chicago

In het Chicago van de tweede helft van de jaren twintig ontwikkelde zich een ‘blanke’ variant van de New Orleans-muziek, met als belangrijkste vertegenwoordiger de trompettist Bix Beiderbecke. Van meer belang is echter een pianistische variant van de vocale blues: de boogie-woogie. Naast de instrumentale jazzmuziek volgde de vocale bluesmuziek een eigen weg, die tot aan de dag van vandaag invloed heeft op en beïnvloed wordt door de jazzmuziek. Hetzelfde geldt voor de spirituals en de gospelmuziek , de oudere en nieuwere varianten van de geestelijke muziek van de zwarte bevolking van de Verenigde Staten.

3. Jaren dertig en veertig

De jazz ontwikkelde zich op twee wijzen. Allereerst werden de solistische prestaties gecompliceerder door harmonische uitbreidingen. Belangrijk in dit opzicht zijn de tenorsaxofonisten Coleman Bean Hawkins en Lester Young, de trompettist Roy Eldridge en de gitarist Charlie Christian. In de tweede plaats werd het concept van de big-band-jazz ontwikkeld, mede op basis van wat Jelly Roll Morton al had voorbereid. Voor beide ontwikkelingen was een grotere technische vaardigheid vereist, nauw samenhangend met het element van de professionalisering. Deze professionalisering werd, ondanks de economische depressie van de jaren dertig, mogelijk doordat de danszalen van de grote hotels in toenemende mate een beroep deden op zwarte jazzorkesten. Kansas City werd het centrum van deze ontwikkelingen, met als belangrijkste orkest dat van Count Basie.

Deze Kansas City-stijl werd in de tweede helft van de jaren dertig gepopulariseerd door Benny Goodman en zijn arrangeur Fletcher Henderson De trompet uit de New Orleans-muziek werd versterkt tot een volledige trompetsectie, de klarinet werd opgenomen in een saxofoonsectie en de trombone in een trombonesectie. Gearrangeerde orkestpassages werden afgewisseld door soli; soms ondersteunde het orkest de solist met kleine repeterende motiefjes. De belangrijkste bandleider/componist was Duke Ellington. Zijn werk is overigens niet beperkt tot de onderhavige periode, maar strekt zich, ook in stilistisch opzicht, uit tot ver na de hoogtijdagen van de bop. Als geen ander heeft Ellington compositorische en improvisatorische elementen weten te combineren. Hij ontwikkelde zijn werken mede op basis van de muzikale karakteristieken van zijn orkestleden, zoals Johnnie Hodges, Juan Tizol, Bubber Miley, Cootie Williams, Lawrence Brown en anderen. Ellington was tevens de eerste jazzmuzikant die langere orkestwerken schreef. Andere vooraanstaande orkesten waren die van Chick Webb, Benny Carter en Jimmy Lunceford.

Tegen het einde van de jaren dertig verschoof het centrum van de jazz steeds meer naar New York. Hier werd op basis van de pianistische ragtime een pianostijl ontwikkeld die wel met de naam stride-muziek wordt aangeduid en waarvan de belangrijkste vertegenwoordigers Fats Waller, James Pete Johnson en Willie ‘the Lion’ Smith waren. In de eerste helft van de jaren veertig ontstond in New York door de incorporatie van blues-elementen in big-band-jazz de zgn. ‘Harlem jump’, een vigoureuze muziek die van invloed is geweest op het ontstaan van rhythm and blues en daardoor op de rock 'n roll. Lionel Hampton en zijn orkest zijn de bekendste vertolkers geworden van deze muziek.

Vorige
|
Volgende
Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum