Feiten en cijfers
Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar Indonesië

Resultaten van Windows Live® Search

  • INDONESIE

    INDONESIE ... Geografie Algemeen Indonesië (Republik Indonesia) is een republiek in Zuidoost-Azië, gelegen tussen het Aziatische vasteland en Australië.

  • indonesie.startpagina.nl

    Nederlands Eerste en Beste Linkspagina naar Indonesie

  • Indonesie

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search

Indonesië

Encyclopedieartikel
Multimedia
Megawati SoekarnoputriMegawati Soekarnoputri
Artikeloverzicht

Introductie

Indonesië (Republik Indonesia), republiek in Zuidoost-Azië, tussen het Aziatische vasteland en Australië, omvat 18 108 (delen van) eilanden, waarvan ca. 6000 bewoond, samen ca. 6/7 (de rest behoort tot de Filippijnen) van de grootste archipel ter wereld, 1 904 570 vierkante kilometer (2004 reëel), met 234 694 000 inwoners (2007 schatting); 129 personen per vierkante kilometer (2007 schatting). De hoofdstad is Jakarta.

De naam Indonesië (Indonesia), het eerst gebruikt door de Britse etnoloog G.R. Logan in 1850, is afgeleid van Lat. India en Grieks nèsos (= eiland) en betekent Indische archipel. Munteenheid is de rupiah (Rp), onderverdeeld in 100 sen. Nationale feestdag is 17 augustus (Onafhankelijkheidsdag, 1945). De internetlandcode (TLD) is id.

Indonesië verklaarde zichzelf in 1945 onafhankelijk van Nederland. Sinds 1967 werd het autoritair geregeerd door generaal Soeharto, die in 1998 na een volksopstand werd afgezet. Indonesië voerde democratische hervormingen door. Hierna ging het echter bergafwaarts met de economie. Studentenbetogingen, afscheidingsoorlogen (Atjeh) en bloedige religieuze conflicten (Molukken en Sulawesi) veroorzaakten bovendien sociale en politieke crises. Begin 21ste eeuw kreeg het land te kampen met opkomend moslimextremisme.

1. Landschap, klimaat en natuur

1.1 Archipel

De Indonesische eilanden omvatten het grootste deel van de archipel tussen het zuidoosten van het vasteland van Azië en het werelddeel Australië. Er zijn meer dan 13 000 eilanden en eilandjes. De vijf grootste eilanden zijn: Nieuw-Guinea (voor iets meer dan de helft Indonesisch grondgebied: Papoea), Borneo (voor ongeveer twee derde Indonesisch grondgebied: Kalimantan), Sumatra, Sulawesi (Celebes) en Djawa (Java). Tezamen beslaan zij meer dan 90% van het totale grondgebied van de republiek. Het grootste deel van het overige gebied valt binnen twee eilandengroepen: Nusa Tenggara (Kleine Sunda-eilanden) en Maluku (Molukken). De afzonderlijke eilanden vertonen grote verschillen, niet alleen in grootte, maar ook in hoogte, hoewel zij met uitzondering van de kleinste alle bergachtig zijn en in vele gebieden vulkanische activiteit heerst. De grote vruchtbaarheid van Indonesië hangt voor een belangrijk deel samen met de bodemgesteldheid. Vooral bodems van vulkanische herkomst kunnen zeer vruchtbaar zijn: jonge ferrallitische gronden van bijv. Sumatra en Java en andosolen van de toppen en hoger gelegen hellingen van vulkanen.

Indonesië is gelegen in de Austraal-Aziatische Middelzee tussen de Indische en de Grote Oceaan. Deze zee bestaat uit een aantal kleinere zeeën (o.a. Javazee, Zuid-Chinese Zee, Arafurazee). Door de interferentie van de getijbeweging in de Grote en de Indische Oceaan hebben de getijden in deze zee een zeer gecompliceerd verloop: de Javazee bijv. heeft maar eenmaal per 24 uur hoog- en laagwater. De grote rivieren van Sumatra en Borneo zijn vrij goed bevaarbaar; Java kent slechts één bevaarbare rivier: de Solo. De eilanden tussen het Sundaplat en het Sahulplat hebben korte, snelstromende rivieren.

1.2 Geologie

De geologische bouw van dit uitgestrekte gebied is zeer ingewikkeld, daar het ligt op het punt van samenkomst van de twee grote jonge orogene gordels van de aarde: de circumpacifische plooiingsgordel en het Tethys-orogeen, dat zich van de Alpen via de Himalaja tot Indonesië uitstrekt. Beide orogene gordels zijn tijdens Mesozoïcum, Tertiair en Kwartair gevormd. Bovendien is de orogene ontwikkeling nog niet afgelopen, hetgeen o.a. blijkt uit de grote seismische en vulkanische activiteit en de aanwezigheid van de diepzeetroggen. In Indonesië kan men een dubbele eilandboog onderscheiden. De binnenste boog, die een belangrijk vulkanisme bezit, bestaat uit de eilanden Sumatra, Java, Bali, Lombok, Sumbawa, Flores en Wetar. Hier is plaatselijk het variscisch grondgebergte ontsloten, waarop een bedekking ligt van mesozoïsche sedimenten, die gedeeltelijk reeds tijdens het Krijt geplooid werden. Discordant ligt daarop weer een bedekking van Tertiair met o.a. Mioceen met veel magmatische gesteenten als andesieten en granodiorieten. Het Kwartair is gekenmerkt door een andesitisch en basaltisch vulkanisme. De buitenste boog bestaat uit een aantal kleine en meer verspreide eilandjes, zoals de Mentawai-eilanden, Timor, Tanimbareilanden en Kai-eilanden. Hier komt geen ouder grondgebergte voor. De plooiing van de hier veelal in diep water afgezette sedimenten vond vnl. in het Mioceen plaats. Vulkanisme is afwezig op deze eilanden. Tussen beide bogen ligt een vrij diepe trog, terwijl aan de convexe zijde van de buitenboog de echte diepzeetrog ligt. Onder deze boog vindt men de door Vening Meinesz ontdekte strook van negatieve zwaartekrachtanomalie, terwijl onder de binnenboog een positieve anomalie voorkomt.

Aan de binnenzijde van deze dubbele eilandboog ligt de Sunda-shelf, een ondiepe zee. Borneo maakt in feite van deze shelf deel uit. De plooiing is er afwezig of in ieder geval veel minder intensief.

1.3 Klimaat

Met uitzondering van het hoogland, heeft het grootste deel van Indonesië volgens de klimaatindeling van Köppen een tropisch regenklimaat, waarbij de gemiddelde maandtemperaturen slechts weinig verschillen van het jaargemiddelde, dat rond de 25 tot 27 °C ligt. De temperatuur in het gebergte neemt met ongeveer 0,5 °C per 100 m stijging af. In het centrale gebergte van Nieuw-Guinea komt op de toppen boven ca. 4500 m eeuwige sneeuw voor. Het nivellerende effect van de alom aanwezige zeeën is sterk.

Voor wat betreft de neerslag bestaan er grote verschillen, zowel naar hoeveelheid als naar het seizoen waarin deze valt. Vanaf december tot eind maart komen de heersende winden vanuit het noordoosten over Noord-Sumatra, Kalimantan en Sulawesi, maar tijdens het passeren van de evenaar buigen zij af en worden boven Java, Nusa Tenggara en daar voorbij westnoordwest. Van juni tot oktober is de richting andersom, waarbij een uitzonderlijk droge luchtstroom vanuit de Australische woestijn de zuidelijke helft van Indonesië passeert en boven Sumatra van een zuidoostelijke in een zuidwestelijke richting verandert. Dan heeft deze luchtstroming inmiddels veel waterdamp opgenomen. De neerslag valt niet gelijkmatig over het jaar verdeeld. Er zijn droge en natte maanden. Het aantal droge maanden neemt in het algemeen van het westen naar het oosten en van het noorden naar het zuiden toe. Een maand moet als droog worden beschouwd, als er minder dan 60 mm neerslag valt. Maar in gebieden die in hoge mate blootstaan aan de moessons, komt, wanneer deze zwaar beladen zijn met waterdamp, veel zwaardere regenval voor. Padang bijv., op de zuidwestelijke hellingen van Sumatra, ontvangt jaarlijks ca. 4500 mm.

Vorige
| | | | | |
Volgende
Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum