Zie ook:
Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar Indianen

Resultaten van Windows Live® Search

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search
Pagina 2 van 2

Indianen

Encyclopedieartikel
Multimedia
Earth lodge van de MandanEarth lodge van de Mandan
Artikeloverzicht

2.1 Noord-Amerika

Het aantal Indianen in Noord-Amerika van vóór de komst van de Europeanen wordt geschat op ca. 2 miljoen. In de 16de eeuw begonnen Spanje, Engeland en Frankrijk met de kolonisatie van Noord-Amerika, eerst door middel van kleine handelsnederzettingen (pelshandel) en boerenbedrijfjes, later op grotere schaal. In een iets later stadium waren ook Nederland (aan de oostkust), Zweden (rond de Delaware Baai) en Rusland (in Alaska) hierbij betrokken. In de beginperiode werd vaak Indiaans land gekocht, maar toen de Europeanen eenmaal een machtsoverwicht hadden bereikt, werd steeds meer grond zonder meer ingenomen, ondanks Indiaanse protesten. De spanningen werden nog vergroot door de verkoop van vuurwapens en alcohol aan de Indianen door de Hollanders en de rivaliteit tussen de Hollanders en de Engelsen in Connecticut. Gouverneur Kieft trad hardhandig op en liet honderden van hen vermoorden en scalperen.

Vele Indianenvolken werden door meegebrachte besmettelijke ziektes (m.n. pokken) meteen aan het begin van de kolonisatie gedecimeerd. Zij die overleefden, vluchtten het binnenland in. Pas na de invoer van het paard ontstond de later als typisch Indiaans beschouwde cultuur van dePrairie-Indianen.

De kolonisatie ging vrijwel steeds gepaard met missionering, waarbij de uitoefening van de Indiaanse godsdienst en gebruiken vaak werd verboden. Opstanden tegen de brute overheersing hadden slechts gering en tijdelijk succes (o.a. de King Philip's War in 1675–1676). De stroom immigranten vanuit Europa werd steeds groter en de kolonisten trokken steeds verder westwaarts, waarbij de Indiaanse volken werden uitgemoord of verdreven.

In de eerste helft van de 19de eeuw organiseerde de Amerikaanse regering grootscheepse gedwongen landverhuizingen (removals) van de oostelijke volken naar Oklahoma (Indian Territory), om land te verwerven voor kolonisten en goudzoekers. Aan de westkust hadden Engelse en Amerikaanse pelshandelaars posten gebouwd en via de Oregon Trail en de Santa Fé Trail werden de gekoloniseerde gebieden met elkaar verbonden. Grote handelsfirma's, zoals de Hudson Bay Company, brachten de Indianen in een afhankelijke relatie door hen van westerse goederen en voedsel te voorzien. Een reeks oorlogen, vooral op de grasvlakten, leidde tot de opzettelijke vernietiging van de belangrijkste Indiaanse voedselbron, de bizon. Dit feit, gevoegd bij de betere wapens van de blanke kolonisten, bezegelde het lot van de Indianen, die werden gedwongen zich in reservaten te vestigen. Tevens moesten zij uiterst nadelige verdragen ondertekenen waarbij zij afstand deden van hun grondrechten. Het westerse onderwijs veroorzaakte een verdere aantasting van de Indiaanse cultuur. Aan het eind van de jaren tachtig van de 19de eeuw laaide het verzet onder de Indianen, die steeds meer grond aan de kolonisten verloren zagen gaan, weer op in de vorm van de Ghost Dance, uiteindelijk leidend tot het bloedbad bij Wounded Knee in 1890. Ook de steeds meer aanhang verwervende peyote-cult borg verzetselementen in zich en groeide uit tot de Native American Church. Rond 1930 kwam er een ommezwaai in het overheidsbeleid tegenover de Indianen, waarbij het Bureau of Indian Affairs (BIA) een belangrijke rol speelde. Plannen tot vergroting van de reservaten, stimulering van de economische ontwikkeling, versterking van het Indiaanse politieke kader en verbetering van de onderwijsvoorzieningen werden in het kader van de New Deal echter slechts gedeeltelijk gerealiseerd.

Na de Tweede Wereldoorlog trachtte de Amerikaanse regering door middel van de Indian Claims Commission Act de Indiaanse rechten op land af te kopen. Vooral de energiecrisis in de eerste helft van de jaren zeventig leidde tot toenemende belangstelling voor aardolie- en kolenvoorraden in de reservaten. In Canada verloren duizenden Creehun land door het James Bay hydro-elektrische energieproject. In het westen van Canada en in Alaska moesten Indiaanse belangen wijken voor de aanleg van pijpleidingen voor aardolie. De bodemgesteldheid van de reservaten is vaak weinig geschikt voor landbouw en veehouderij, tenzij men beschikt over voldoende financiële middelen om in machines en kunstmest te investeren. Veel land wordt daarom aan blanke boeren en ranchers verpacht. De meeste Indianen leven onder het bestaansminimum. Seizoenarbeid en sociale uitkeringen zijn vaak de enige bronnen van inkomsten. Ook de jacht, visvangst en het verzamelen van plantaardig voedsel spelen nog een, zij het geringe, rol. Handwerkers verkopen hun producten (o.a. vlechtwerk en maskers) aan toeristen.

Het aantal Indianen dat tegenwoordig in Noord-Amerika woont groeit sinds de jaren zestig weer en bedraagt momenteel ca. 3 miljoen; het merendeel van hen woont ten westen van de Mississippi. In Canada wonen de meeste Indianen in zgn. reserves in de zuidelijke provincies. In de noordelijke 'territories' zijn zij sterk geïsoleerd. De bevolkingstoename onder de Noord-Amerikaanse Indianen ligt driemaal zo hoog als onder de totale bevolking. In de loop van de jaren tachtig had de helft van de Indianen zich in de steden gevestigd. Vaak zijn zij daar echter ook het slachtoffer van discriminatie. Het alcoholisme onder hen is hoog. Eigen 'Indian centers' verlenen deze migranten kosteloze maatschappelijke hulp. De organisatie van de Indianen tegen onderdrukking en uitbuiting is de afgelopen decennia sterk gegroeid, waarbij onderlinge tegenstellingen vervaagden en 'red power' en panindianisme gangbare begrippen werden. Panindianistische organisaties zijn o.a. het National Congress of American Indians, de radicale American Indian Movement (AIM), die een aantal spectaculaire acties op haar naam heeft staan, zoals de bezetting van Alcatraz (1969–1971), Wounded Knee (1973) en het Bureau of Indian Affairs in Washington (1972); voorts de Council of Energy Resource Tribes (CERT), een vereniging tegen uitbuiting van energiebronnen op Indiaans gebied. Sedert het begin van de jaren 1980 hebben een aantal Indianenstammen (vaak zeer winstgevende) casino’s op hun reservaten gevestigd. Tegenwoordig ontbreekt bij de centrale regering, waaronder alle Indianen vallen, een nieuwe assimilatiedwang in de vorm van de opheffing van de reservaten ( 'termination policy'), zoals die in de jaren vijftig en zestig bestond.

2.2 Latijns-Amerika

Nadat Columbus in 1492 de Caribische eilanden had bereikt, volgde een periode waarin het verlangen naar goud het voornaamste motief was voor de Spaanse expedities naar Zuid- en Midden-Amerika. Vele Indianen stierven als gevolg van door de Spanjaarden geïntroduceerde besmettelijke ziekten en als gevolg van hun mensonwaardige behandeling als slaven in de goud- en zilvermijnen en op de plantages. Men schat dat ca. zes miljoen Indianen op de West-Indische eilanden op deze wijze het leven lieten. Vele groepen namen de vlucht naar de binnenlanden. Hernán Cortés en Francisco Pizarro overwonnen in betrekkelijk korte tijd de grootste twee Indiaanse rijken, die van de Azteken enInka. Lima werd het bestuurlijk middelpunt van de koloniale overheid. In 1537 moest het Colombiaanse Chibcha-rijk voor de Spaanse overmacht buigen. Toen de goudvoorraden begonnen te slinken, verlegden de Spanjaarden hun interesse naar landbouw en veehouderij. De Indianen werden aan feodale hacienda's en plantages gebonden, zoals de Portugezen de Indianen in Brazilië tot slavenarbeid dwongen. Per koninklijk decreet kregen militairen, ambtenaren en kolonisten gebieden tot hun beheer en exploitatie toegewezen, deencomiendas, als beloning voor hun prestaties ten behoeve van de Kroon. Zij werden gemachtigd belasting op Indiaanse bezittingen te heffen en Indiaanse arbeidskracht voor eigen voordeel in te zetten (repartimiento-mita). Verspreid levende Indianen werden gedwongen zich in grote dorpen (reducciones) te vestigen, zodat de militaire controle, evenals de missionering, efficiënter kon geschieden. De houding van de priesters ten opzichte van de Indianen was uiterst intolerant. Het was echter ook een geestelijke, Bartolomeo de las Casas, die in zijn geschriften de brute behandeling van de Indianen veroordeelde. Zijn pleidooi voor een menswaardiger bestaan leidde tot de gedeeltelijke afschaffing van de slavernij door Karel V in 1542. Slechts in de door jezuïeten bestuurde nederzettingen (o.a. in Paraguay) genoten de Indianen enige bescherming tegen Spaanse en Portugese slavenhandelaars. Na de succesvolle onafhankelijkheidsstrijd tegen de Spaanse en Portugese Kroon probeerden de regeringen van de nieuwgevormde staten oplossingen te vinden voor het 'Indiaanse probleem', wat vrijwel steeds een sterke achterstelling van de oorspronkelijke bewoners tot gevolg had.

Tegenwoordig zijn de meeste Indianen als boer, pachter of dagloner werkzaam in de primitieve landbouw en veehouderij. Een aantal Indianen werkt onder vaak erbarmelijke omstandigheden op plantages, in mijnen en in de zoutwinning. Veel Indianen zijn formeel rooms-katholiek; zij hebben echter oude denkbeelden en gebruiken behouden, waardoor zich een proces van religieus syncretisme heeft voltrokken. Pas in de jaren zestig hebben kerkelijke leiders (o.a. Dom Helder CamaraDom Helder Camara) zich ingespannen om een verbetering te bewerkstelligen van de inferieure positie waarin de Indianen zich doorgaans bevinden. Dit veelal tot ongenoegen van de politieke machthebbers, die het ontluikend politiek bewustzijn van de Indianen (o.a. tot uiting komend in een grotere Indiaanse deelneming aan vakbonden en de stichting van eigen coöperaties en belangenorganisaties) eerder hebben belemmerd dan bevorderd. De energiecrisis in de eerste helft van de jaren zeventig heeft bijgedragen tot een verdere ontsluiting van het tropisch oerwoud; m.n. oliemaatschappijen en mijnbouwondernemingen hebben hun activiteiten in dit gebied uitgebreid, veelal met voorbijzien aan de rechten van de Indianen. Zo werden in Brazilië Indianen door huurlingen verdreven of vermoord, praktijken waartegen de staatsdienst voor de Indianen, FUNAI, vrijwel machteloos stond. De vaak gewelddadige confrontatie met de blanken heeft een desintegratie van de traditionele samenlevingsverbanden tot gevolg gehad. Veel Indianen zijn de slechte leefomstandigheden in de jungle, de bergen en op het platteland ontvlucht en naar de grote steden getrokken. De enorme veranderingen in de natuur (de bouw van wegen en stuwdammen, ontbossing ten behoeve van veeteeltprojecten, grootschalige exploitatie van bodemschatten) vormen een directe bedreiging voor zeer veel Indianen. Hun organisatie in vaak zeer kleine groepen bemoeilijkt hun kans om politiek en cultureel te overleven.

Vorige
|
Volgende
Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum