Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar Saddam Hussein

Resultaten van Windows Live® Search

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search

Saddam Hussein

Encyclopedieartikel
Multimedia
Saddam HusseinSaddam Hussein
Artikeloverzicht

Introductie

Saddam Hussein, ook Saddam Hussein al-Takriti, vroeger Hussein Saddam al-Takriti geheten (Takrit 28 april 1937 – Bagdad 30 dec. 2006), Iraaks politicus, sloot zich in 1957 bij de toen nog oppositionele Ba’th-partij aan. In 1959 was hij betrokken bij een mislukte moordaanslag op president Abdoel Karim Kassem, waarvoor hij bij verstek ter dood veroordeeld werd. Hij verbleef als balling in Egypte tot hij in februari 1963 bij de staatsgreep van de Ba’th-partij naar Irak kon terugkeren.

Saddam werd lid van het Regionaal Ba’th-bestuur, maar de partij werd onder het bewind van de gebroeders Aref (1963–1968) weer verboden en hij werd in 1964 gearresteerd. Na zijn vrijlating speelde hij een rol bij de staatsgreep van zijn oom generaal Ahmed Hassan al-Bakr in juli 1968. Hij richtte de Volksmilitie op, die het nieuwe Ba’th-bewind in het zadel hield en werd in november 1969 vice-president. Achter de schermen was hij in feite de sterke man van Irak.

1. President

Na het aftreden van president al-Bakr werd Saddam in juli 1979 ook president van Irak, een functie die hij combineerde met het premierschap en het opperbevel van de strijdkrachten. In september 1980 begon hij een oorlog tegen Iran (zie Eerste Golfoorlog), gedurende welke hij geleidelijk meer toenadering zocht tot de gematigder Arabische staten. Na de beëindiging van deze oorlog in augustus 1988 trad hij hard op tegen de Koerden. Saddams herbewapeningsplannen veroorzaakten begin 1990 ongerustheid in het Westen.

Op 2 augustus 1990 bezetten de troepen van Saddam Hussein het buurland Koeweit. Ondanks internationale druk, een VN-handelsembargo en ten slotte een VN-ultimatum, weigerde hij Koeweit te ontruimen. In de Tweede Golfoorlog werden zijn troepen uit Koeweit verdreven en raakte Irak in een internationaal isolement. Zijn bewind werd gekenmerkt door een harde onderdrukking van binnenlandse oppositie en geregelde zuiveringen in leger en partij, waardoor hij zich, ondanks verloren oorlogen en opstanden van Koerden en sjiieten, wist te handhaven. Twee van zijn schoonzoons, die in 1995 Irak ontvluchtten, werden bij hun terugkeer in 1996 vermoord. Saddams invloedrijke zoon Uday raakte in 1996 ernstig gewond bij een aanslag.

De spanningen tussen de Verenigde Staten en Irak liepen in 1997 hoog op nadat Saddam in oktober de Amerikaanse leden van de VN-ontwapeningscommissie UNSCOM de deur wees. Zijn herhaalde weigering leidde in december 1998 tot operatie Desert Fox. Tijdens vier achtereenvolgende nachten werden door de VS en Engeland bombardementsmissies uitgevoerd en kruisraketten afgevuurd. Saddam Hussein weigerde echter UNSCOM opnieuw toe te laten en de no fly-zones tussen de 33ste en 36ste breedtegraad, waar Iraakse vliegtuigen zich niet mogen begeven, te erkennen.

Na de aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten werd Irak door president Bush ingedeeld bij de ‘As van het Kwaad’ (samen met Iran en Noord-Korea) waartegen oorlog gevoerd moest worden. Bewijzen van banden van het Iraakse regime met al-Qaida werden niet geleverd, maar Washington onderstreepte de potentiële dreiging van Iraakse massavernietigingswapens en stuurde aan op het afzetten van Saddam Hussein (‘Regime Change’).Toen de aanval van de Verenigde Staten in de zomer van 2002 vlakbij leek, stond Saddam plotseling weer wapeninspecties toe. In november 2002 keerden de wapeninspecteurs van UNMOVIC onder leiding van Hans Blix terug in Irak. De rapportages van Blix aan de Veiligheidsraad leidden tot een diplomatieke strijd tussen voor- en tegenstanders van de oorlog.

2. Einde van het bewind

Na het ultimatum van Bush aan Saddam Hussein en zijn twee zoons (Uday Saddam Hussein en Qusay Hussein) om Bagdad te verlaten — dat werd verworpen door Irak — begon operatie Iraqi Freedom op 20 maart 2003. Op 9 april werd Bagdad ingenomen. Het omverhalen van een standbeeld van Saddam Hussein op het Fardusplein in Bagdad symboliseerde het einde van zijn Ba’th-regime. Over het lot van Saddam Hussein zelf bleef onduidelijkheid bestaan. Zijn twee zoons werden op 22 juli 2003 in Mosul door Amerikaanse troepen doodgeschoten. Op 13 december 2003 werd Saddam door Amerikaanse militairen in een schuilplaats onder de grond in de buurt van de stad Tikrit ontdekt en gevangengenomen.

Op 30 juni 2004, twee dagen na de soevereiniteitsoverdracht, droegen de Amerikanen Saddam Hussein en elf van diens naaste medewerkers, onder wie ex-vice-premier en ex-minister van Buitenlandse Zaken Tareq Aziz, over aan de nieuwe Iraakse autoriteiten.

3. Proces

In december 2003 werd een speciale rechtbank opgericht door het Amerikaanse civiele bestuur in Irak voor de berechting van alle verdachten van ernstige politieke misdaden, begaan tussen 17 juli 1968 (toen Saddams Ba'th-partij voor het eerst aan de macht kwam) en de omverwerping van Saddams regime na de Amerikaanse invasie in 2003. Op 19 oktober 2005 begon bij dit Iraakse Hoge Straftribunaal in Bagdad het proces tegen de voormalige president en zeven medebeklaagden. In eerste instantie ging het tribunaal in op de aanklachten betreffende de dood van 148 sjiitische mannen en jongens van de stad Dujail, die in juli 1982 standrechtelijk werden geëxecuteerd uit wraak voor een mislukte moordaanslag op Saddam toen deze op bezoek was in Dujail.

Op 4 april 2006 werden Saddam Hussein en zes medeverdachten, onder wie Saddams neef Ali Hassan al-Majid, formeel aangeklaagd wegens genocide in verband met de Anfal-campagne (Anfal = oorlogsbuit, genoemd naar een koranvers), die naar schatting 100 000 Koerden het leven kostte. Saddam gaf Ali Hassan al-Majid begin 1987 opdracht om het Koerdische gebied weer onder controle te brengen. Daarbij werden chemische wapens ingezet.

Vorige
|
Volgende
Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum