![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Pagina 2 van 2
Artikeloverzicht
De oboe d'amore (Ital.; Fr.: hautbois d'amour; Duits: Liebesoboe; Eng.: oboe d'amore) is een ca. 72, 5 cm lange hobo, een terts lager gestemd (in A) en transponerend. De toonomvang is gis–cis2. Hij heeft dikwijls een enigszins peervormige klankbeker en het iets grotere riet is bevestigd op een flauw gebogen stift. De klank is iets donkerder dan die van de hobo en heeft een intiem, liefelijk karakter. Vóór de 18de eeuw was het instrument niet bekend. J.S. Bach gaf de oboe d'amore verschillende soli in zijn werken. Het instrument vertoonde toen nog vele technische tekorten, waardoor het na Bach zelden werd toegepast. Nadat de Belgische bouwers Charles Mahillon (1874) en Lorée (1889) van de moderne hobo-applicatuur voorziene instrumenten bouwden, hebben verscheidene componisten het instrument weer voorgeschreven: R. Strauss (Sinfonia Domestica), Ravel (Bolero), Debussy (Gigues), Diepenbrock (muziek bij Elektra). De althobo of Engelse hoorn (oude naam: oboe da caccia [Ital.: corno inglese; Fr.: cor anglais; Duits: Englisches Horn]), verhoudt zich tot de hobo als de altviool tot de viool; de stemming is een kwint lager. Het instrument heeft dezelfde applicatuur, is echter transponerend. De toonomvang is: e–a2. De buis is 90 cm lang; de klankbeker is peervormig. Het timbre is zeer geprononceerd en heeft een warme, melancholische ondergrond. De althobo wordt zeer veel toegepast als basstem bij twee hobo's of als melodie-instrument bij soli van lyrisch en pastoraal karakter. Reeds tegen het eind van de 17de eeuw werd de althobo gebouwd ter completering van de hobogroep. De ontwikkeling van hobo en althobo ging vrijwel gelijk op. Purcell schreef in zijn Diocletian (1691) reeds de althobo voor, Bach in de Matthäus-Passion. Behalve de benaming oboe da caccia komt ook de naam Taille in Bachs composities voor. Door technische tekorten komt het instrument tot Berlioz sporadisch voor. Berlioz gaf de stoot tot een hernieuwd gebruik, gevolgd door vrijwel alle grote romantici (Dvořák, Franck, Wagner) en in de 20ste eeuw door R. Strauss, Debussy, Ravel en Strawinsky. Een principieel aan de hobo gelijk instrument – hoewel met een wijdere en sterker conische boring – is de heckelfoon, die voor het eerst geconstrueerd werd door Wilhelm Heckel Sr. in 1904. De lengte van het instrument bedraagt vanaf de stift tot de beker 138,5 cm. Met zijn sombere, dragende klank verschaft dit instrument een effectieve baspartij in het hobo-timbre.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |