Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar Haydn, Franz Joseph

Resultaten van Windows Live® Search

  • Teleac - Beroemde componisten - Franz Joseph Haydn (1732 - 1809)

    Hij heeft een arme, moeilijke jeugd, dit Oostenrijkse talentje. Daarna wordt het leven hem gunstiger gezind en maakt hij kennis met invloedrijke mensen.

  • haydn

    Franz Joseph Haydn Rohrau 1732 - Wenen 1809. Het dorpje Rohrau, de geboorteplaats van Haydn, ligt ongeveer een uur van de rivier de Leitha, een rechterzijtak van de Donau.

  • Joseph Haydn

    Joseph Haydn ... Franz Joseph Haydn Franz Joseph Haydn geboren Rohrau 31 maart 1732 , gestorven Wenen 31 mei 1809

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search

Haydn, Franz Joseph

Encyclopedieartikel
Multimedia
Haydns strijkkwartet in C, opus 76, nr 3, KeizerkwartetHaydns strijkkwartet in C, opus 76, nr 3, Keizerkwartet
Artikeloverzicht

Introductie

Haydn, Franz Joseph, voluit: Franz Joseph (Rohrau 31 maart 1732 – Wenen 31 mei 1809), Oostenrijks componist, zoon van een wagenmaker, behoort tot de belangrijkste West-Europese componisten en was de grondlegger van de Weens-klassieke stijl.

1. Leven

Op zesjarige leeftijd werd hij ter opleiding tot kerkmusicus in de leer gedaan bij een familielid, Mathias Franck, onderwijzer en leider van de kerkmuziek in Hainburg. De muzikaliteit van de jongen trof kapelmeester Reutter uit Wenen, die het land afreisde op zoek naar koorknapen voor het koor van de Stephansdom, en in 1740 verhuisde Haydn naar Wenen. Als koorknaap werd hij ondergebracht in een internaat, waar hij een meer harde dan werkelijk goede opleiding kreeg. In 1749 werd hij, naar aanleiding van een onbetekenende kwajongensstreek, ontslagen. Als musicus, componist, docent en kopiïst wist hij zich in de nu volgende jaren een bestaan en steeds meer naam te verschaffen. Hij verzuimde overigens niet aan zijn eigen ontwikkeling te werken, en het waren blijkens zijn autobiografische aantekeningen (1776) vooral het theoretische werk en de composities van Bach, die indruk op hem maakten. Veel leerde hij ook van de Italiaanse componist en zangpedagoog Porpora. Mede door hem kwam hij in aanraking met kringen van de kleine adel. Voor graaf von Fürnberg componeerde Haydn tussen 1755 en 1759 o.a. zijn eerste strijkkwartetten. In dit laatste jaar werd hij benoemd tot kapelmeester bij graaf Morzin, voor wiens bescheiden orkestje hij zijn eerste symfonieën componeerde. In 1760 trad Haydn in het huwelijk met Maria Anna Keller. Het volgende jaar werd hij benoemd tot vice-kapelmeester van prins Paul Anton Esterházy te Eisenstadt. Diens opvolger, prins Nicolaus Jozef, stelde hem in 1766 aan als eerste kapelmeester in het nieuw gebouwde slot Esterháza bij het Neusiedlermeer. Het orkest werd uitgebreid van 14 tot 22 man en vormde zich onder Haydn tot een der beste ensembles van die tijd. Voor dit orkest componeerde Haydn, die dertig jaar in dienst bleef van de Esterházy's, talrijke symfonieën, opera's (w.o. marionettenopera's), wereldlijke cantates, kerkmuziek, divertimenti, concerten en menuetten; ook schreef hij ca. 170 composities (w.o. trio's) voor baryton, een instrument, dat de prins zelf niet onverdienstelijk bespeelde.

In de afgelegenheid van het landelijk domein der Esterházy's bouwde Haydn aan een levenswerk, dat het fundament en de kern zou gaan vormen van de Duitse klassieke muziek. Zijn toehoorders, de aristocratische elite uit geheel Europa, verbreidden zijn roem al spoedig over Europa en Amerika en hij werd uitgenodigd om voor het Weense hof te componeren. Uit 1779 dateren zijn contacten met de uitgever Artaria, die veel van zijn pianotrio's publiceerde. Belangrijk was de opdracht die Haydn in 1784–1785 van het Concert de la Loge Olympique in Parijs kreeg tot het schrijven van zes (Parijse) symfonieën (nrs. 82–87); zijn erkenning in het buitenland culmineerde echter in de opdracht van de Londense concertagent J.P. Salomon om twaalf speciaal voor dit doel te componeren symfonieën te komen dirigeren in Londen. Haydn, die in 1790 – na de dood van zijn broodheer – van daadwerkelijke diensten aan de Esterházy's was ontheven, ging op de uitnodiging in. Van 1790 tot 1792 verbleef hij in Londen, waar men hem een verbijsterende ontvangst bereidde en waar hij sterk onder de indruk raakte van Händels koormuziek. Hij werd eredoctor van de universiteit van Oxford en oogstte een dermate groot succes met zijn concerten dat het bezoek herhaald moest worden (1794–1795). Nadien bleef hij voorgoed in Wenen, waar hij voornamelijk vocale muziek componeerde, w.o. zes grote missen en, de bekroning van zijn oeuvre, de oratoria Die Schöpfung (1797–1798) en Die Jahreszeiten (1798–1801).

2. Werk

Haydn had in zijn artistieke ontwikkeling deel aan de diverse stijlveranderingen in de 18de eeuw. In zijn jeugd werd hij opgeleid in de traditie van de barokmuziek. Later onderging hij de invloed van de galante stijl, de Empfindsamkeit en de Sturm und Drang. De belangrijkste historische betekenis van Haydn ligt in het feit dat in zijn latere werk de groei en de consolidatie van de klassieke stijl zichtbaar werd, waarmee hij een nieuwe algemeen menselijke taal schiep, die direct aanspreekt en vrij is van alle valse pathos. Als zodanig paste zijn muziek niet meer in de formalistische en aristocratische hofcultuur van het rococo. Invloed van de volksmuziek in zijn ontwikkeling is aanwijsbaar, vooral in de ‘boertige’ menuetten van zijn strijkkwartetten en symfonieën.

De typisch klassieke schrijfwijze bereikte Haydn eerst ca. 1780. Een belangrijke fase in zijn ontwikkeling, waarin diverse heterogene elementen tot een synthese worden samengebracht, zijn de jaren 1766–1775, ook aangeduid als de Sturm und Drang-periode. In de genres van de symfonie (La Passione, nr. 49), het strijkkwartet (op. 9, 17 en 20) en de pianosonate (c mineur Hob. XVI:20) worden nieuwe kenmerken zichtbaar als een gepassioneerde expressie, een krachtig ritmisch élan, nadruk op de harmonische spanning, een thematisch en koloristisch zelfstandiger optreden van de blaasinstrumenten en een verbreding van de muzikale periodes. Het langzame deel wordt in plaats van andantes een intense adagio en de finale wordt in gewicht en karakter gelijkwaardig aan het aanvangsdeel. Ook is er een opvallende dramatische opvatting en uitbouw van de doorwerking van de sonatedelen. Na een periode, waarin Haydns groei door nood gedwongen concentratie op het componeren van opera's enigszins stagneerde, breekt omstreeks 1784–1785 een nieuwe periode van stilistische expansie aan met de Parijse symfonieën en de Tostkwartetten op. 54, op. 55 en op. 64 (opgedragen aan de violist J. Tost).

In deze werken legde Haydn het fundament van de klassieke, instrumentaal dramatische schrijfwijze, die wordt gekarakteriseerd door een motivische structuur, waarin eenheid en variëteit elkaars tegenpolen worden en waarin door het uitspelen van tegengestelde motieven wordt uitgegaan van een antithese, die tot een oplossing wordt gebracht. Omstreeks de jaren negentig componeerde Haydn nog een serie pianotrio's, die opvallen door een cantabilestijl (zie cantabile), die anticipeert op het vroege werk van Beethoven. Van de tegelijkertijd gecomponeerde drie pianosonates wijst de sonate in Es majeur (Hob. XVI:52) met haar volle en harmonisch rijke textuur zelfs op directe invloed van Beethoven. In de vormen die een dramatisch karakter hebben, bijv. de opera, heeft hij zich niet zo representatief kunnen uiten; in het epische genre evenwel kwam zijn talent tot volle ontplooiing, met name in de beide oratoria Die Schöpfung en Die Jahreszeiten. Daarnaast heeft Haydn nog een groot aantal van een grote geestelijke rijkdom getuigende speel- en gebruiksmuzieken geschreven.

Kort na zijn dood verschenen er drie, op conversatie met de componist gebaseerde, biografische geschriften (G.A. Griesinger, A.C. Dies, Carpani). Nog tijdens zijn leven werd door Breitkopf & Härtel het complete oeuvre van Haydn uitgegeven.

Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum