Resultaten van Windows Live® Search

  • IERLAND

    ... van Groot-Brittannië en is ongeveer twee keer zo groot als Nederland. Het eiland bestaat naast de Republiek Ierland ook uit Noord-Ierland of Ulster dat behoort tot het Verenigd ... Noord-Ierland of Ulster dat behoort tot het Verenigd Koninkrijk. Tussen Ierland en Groot-Brittannië ...

  • Intro

    Verenigd Koninkrijk Van Groot Brittannie En Noord Ierland

  • Autohuur Ierland - Vergelijk de prijzen van autoverhuur in Ierland

    ... en Ierland officieel samengevoegd en "Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en ... provincies bleven een deel van het Verenigd Koninkrijk onder de naam Noord-Ierland . Noord ...

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search
Pagina 9 van 10

Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

Encyclopedieartikel
Multimedia
Engelse pub op het plattelandEngelse pub op het platteland
Artikeloverzicht

6.11 De jaren zeventig en tachtig

De verkiezingen van 1970 leverden een overwinning op voor de conservatieven onder Heath. Deze boekte successen: de toetreding tot de Europese Gemeenschappen per 1 januari 1973 en een akkoord met Rhodesië, dat overigens nog geen oplossing van het probleem bracht. Weinig waardering oogstte hij – m.n. van de landen van het Gemenebest – voor het hervatten van de wapenleveranties aan Zuid-Afrika. De regering-Heath had in 1973 te kampen met ernstige sociale onrust. Een slepend loonpolitiek geschil tussen regering en vakbeweging (mijnwerkers) vormde voor Heath een aanleiding om vervroegde verkiezingen uit te schrijven (februari 1974). Labour veroverde slechts een relatieve meerderheid. Wilson stelde zich aan het hoofd van een minderheidsregering en schreef tegen oktober 1974 nieuwe verkiezingen uit, waarin Labour een krappe meerderheid behaalde. Wilson legde de kwestie van het lidmaatschap van de Europese Gemeenschappen, waartegen Labour in meerderheid jarenlang had geageerd, in juni 1975 voor aan de kiezers. Een ruime meerderheid stemde voor continuering van het lidmaatschap. In april 1976 werd Wilson, die zich om persoonlijke redenen als premier terugtrok, opgevolgd door Callaghan, voordien minister van Buitenlandse Zaken. Deze ondervond dermate veel economische en politieke problemen in de jaren 1977 en 1978 dat de uitslag van de verkiezingen in mei 1979 voor velen nauwelijks als een verrassing kwam: de voorzitster van de Conservatieve Partij, Margaret Thatcher, nam de plaats van Callaghan op Downing Street in, gesteund door 44% van de stemmen. De jaren tachtig zouden het tijdperk van Margaret Thatcher worden. Haar regering bereikte, na langdurige onderhandelingen, in december 1979 overeenstemming met alle strijdende partijen in Rhodesië. Het onder leiding van minister van Buitenlandse Zaken Lord Carrington bereikte akkoord leidde de onafhankelijkheid van Zimbabwe in. De relatie met de overige leden van de EG was in de eerste jaren zeer gespannen: Thatcher eiste een vermindering van de Britse bijdrage, die naar haar idee onrechtvaardig hoog was. In 1982 werden alle problemen overschaduwd door de Argentijnse bezetting van de door beide landen opgeëiste Falklandeilandengroep. De Britse regering stuurde een expeditieleger uit en na een korte strijd werden de eilanden heroverd. De operatie was riskant geweest, had veel mensenlevens gekost en was alleen mogelijk gemaakt door Amerikaanse steun. Desondanks bezorgde het Falkland-effect de Conservatieve Partij in 1983 een daverende verkiezingsoverwinning. In 1984 werd eindelijk de kwestie van de Britse bijdrage aan de EG geregeld: er werd een akkoord gesloten dat voorzag in een teruggave van een bedrag van £ 800 miljoen, en in een andere verdeling van de lasten. Toch zou de Britse verhouding tot de EG nog lang problematisch blijven. In de jaren 1984–1986 eisten vooral binnenlandse politieke kwesties de aandacht op, waaronder de confrontatie tussen de regering en de radicale mijnwerkersbond in 1984. De onder leiding van Scargill staande staking zou meer dan een jaar duren en geweldige schade berokkenen aan de Britse economie. De onderliggende kwestie was echter een politieke: de regering van premier Thatcher wilde voor eens en voor altijd afrekenen met de naar haar opvatting veel te grote invloed van de vakbonden. In die opzet slaagde ze zeker. De nederlaag van de mijnwerkers werkte ook als een effectieve afschrikking tegen de andere bonden, die in de jaren daarna nauwelijks in staat waren een factor van betekenis te vormen. In oktober 1984 werd het partijcongres van de regerende Conservatieve Partij opgeschrikt door een zware bomaanslag: premier Thatcher ontkwam ternauwernood, twee ministers werden zwaar gewond. De aanslag was het werk van het Ierse Republikeinse leger (IRA), dat daarmee de Noord-Ierse kwestie weer in het brandpunt van de Britse politiek plaatste; zie voor een uitvoerige behandeling het artikel Noord-Ierland. In 1986 verloor Thatcher een van haar populairste ministers: de minister van Defensie Michael Heseltine. Aanleiding was een onenigheid tussen beiden met betrekking tot de West-Europese defensiesamenwerking. De verkiezingen van 1987 brachten de Conservatieven hun derde achtereenvolgende grote overwinning. Eind 1989 leed Thatcher in eigen kring een gevoelig gezichtsverlies toen minister van Financiën Nigel Lawson na een ernstig meningsverschil de eer aan zichzelf hield en ontslag nam. Lawson wilde dat Groot-Brittannië zou gaan deelnemen aan het Europees Monetair Stelsel (EMS), maar Thatcher bleef hameren op een onafhankelijke Britse monetaire politiek. Weliswaar bleef Thatcher aan, maar haar Europese politiek werd vanaf toen in feite gedicteerd door de meer Europees gezinde ministers Geoffrey Howe (vice-premier), Douglas Hurd (Buitenlandse Zaken) en John Major (Financiën).

Na de Iraakse bezetting van Koeweit op 2 augustus 1990 greep premier Thatcher de ontstane crisis aan om haar aangetaste prestige weer op te vijzelen. Door het sturen van schepen, vliegtuigen en troepen naar het gebied van de Perzische Golf en door haar strijdlustige opstelling in het diplomatieke circuit nam zij in Europa het voortouw bij het organiseren van het gezamenlijk optreden van de Westerse landen in het conflict (zie Tweede Golfoorlog). Het mocht echter niet baten. Major forceerde de toetreding tot het EMS (oktober 1990) en in november trad Howe uit het kabinet. In een felle verklaring veroordeelde hij het verzet van Thatcher tegen verdergaande Europese integratie. Dit was voor Michael Heseltine, in 1986 na onenigheid met Thatcher afgetreden als minister van Defensie, het sein om het leiderschap van Thatcher ter discussie te stellen. Toen het Thatcher duidelijk werd dat zij niet meer op een meerderheid van de Conservatieve parlementsleden kon rekenen, trad zij af (22 november 1990).

6.12 Jaren negentig

6.12.1 Regering Major

Op 27 november 1990 won John Major de strijd om het leiderschap van de Conservatieve Partij en werd de nieuwe premier. Evenmin als Thatcher wenste hij grotere integratie binnen de EG. In het Verdrag van Maastricht werd op belangrijke punten een uitzondering gemaakt voor Groot-Brittannië: zo zou het land bijvoorbeeld niet deelnemen aan de Economische en Monetaire Unie. Onder leiding van Major wonnen de Conservatieven de parlementsverkiezingen van 9 apr. 1992. Labourleider Neil Kinnock trad na de nederlaag terug en werd opgevolgd door John Smith.

Een reeks schandalen binnen de Conservatieve Partij verzwakte haar machtsbasis. In tal van tussentijdse en regionale verkiezingen leden de Conservatieven zware nederlagen. De positie van premier Major bleef zwak, ondanks het feit dat de economie een vrij rooskleurig beeld te zien gaf. Ook binnen zijn eigen partij kreeg Major veel kritiek te verduren vanwege het Europese beleid. Enkele Conservatieve Lagerhuisleden liepen over naar Labour uit onvrede over de harde sociale politiek. Eind november 1996 raakte premier Major zelfs zijn meerderheid in het Lagerhuis kwijt, nadat er weer een Conservatief Lagerhuislid uit de fractie was gestapt. Ondertussen kon de nieuwe, jeugdige Labour-voorman Tony Blair, gesteund door de opiniepeilingen die een ruime voorsprong op de Conservatieven lieten zien, zijn ideeën over verdere modernisering van zijn partij doordrijven.

Tien jaar nadat de gekkekoeienziekte (BSE) voor het eerst in Groot-Brittannië was geconstateerd, leidde de ziekte in 1996 tot internationale opschudding, toen bekend werd dat de ziekte mogelijk kon worden overgedragen op mensen door het eten van besmette rundvleesproducten. Dit kon leiden tot een dodelijke hersenaandoening, een variant van de ziekte van Creutzfeld-Jakob. De halfslachtige en nalatige houding van de Britse regering om tegemoet te komen aan de eis van de EU om een totaal exportverbod uit te vaardigen voor Brits rundvlees en Britse rundvleesproducten zette de verhoudingen binnen de EU op scherp. De situatie escaleerde toen premier Major ertoe overging alle Europese besluitvorming voor enige tijd te blokkeren. Uiteindelijk beloofden de Britten aanvullende maatregelen te nemen. De Europese Unie hield een importverbod van Britse rundvleesproducten in stand. Later bleek dat de overheid tussen 1986 en 1996 had nagelaten verspreiding van BSE effectief te voorkomen.

6.12.2 Regering-Blair

De algemene verkiezingen van mei 1997 leverden een grote overwinning op voor Labour onder leiding van Tony Blair. In Schotland en Wales raakten de Conservatieven al hun zetels kwijt; Major gaf het partijleiderschap op en werd opgevolgd door William Hague. De belangrijkste bestuurlijke vernieuwing die Labour voorstond, waren de plannen voor beperkt zelfbestuur voor Schotland en Wales. De bevolking van beide landsdelen stemde bij referenda in met de plannen, en in 1999 werden de parlementen geïnstalleerd. Een andere hervorming betrof het Hogerhuis, traditioneel een Conservatief bolwerk. In 1999 werd de erfelijke adel het vaste recht op een zetel ontnomen.

Met zijn ambitieuze Strategic Defence Review toonde Blair dat hij Groot-Brittannië een toonaangevende rol in de wereld wilde laten spelen. Ook schaarde hij zich in woord en daad (Britse jachtbommenwerpers) achter de Amerikaanse president Clinton toen deze in december 1997 Irak liet bombarderen als sanctie voor het niet nakomen van beloftes aan de Verenigde Naties.

6.12.3 Noord-Ierse kwestie

De in 1996 begonnen gesprekken tussen alle betrokken partijen, de 'all party talks', raakten in een impasse doordat Sinn Féin pas mee mocht praten als de IRA de wapens zou inleveren, wat deze weigerde. Om de patstelling te doorbreken, stelde premier Blair op 25 juni 1997 'parallelle ontmanteling' voor: tijdens de vredesonderhandelingen zouden de wapens ingeleverd moeten worden. Na lange gesprekken met de Britse regering en de Amerikaanse onderhandelaar George Mitchell was de grootste protestantse partij, de Ulster Unionist Party, bereid op 29 september aan de onderhandelingstafel in Stormont Castle in Belfast te verschijnen. De gesprekken beperkten zich in de volgende maanden tot de tafelschikking en de agenda. In oktober bezocht Blair Noord-Ierand, waar hij achter gesloten deuren met Adams sprak. Het was de eerste ontmoeting van een Britse premier met een republikeinse leider sinds 1921. In december vond in Londen een tweede gesprek tussen beiden plaats.

De Britse minister voor Noord-Ierland, Mo Mowlam, bezocht op 9 januari 1998 de Maze-gevangenis in een poging loyalistische gevangenen die hun steun voor het vredesproces hadden ingetrokken, over te halen zich alsnog hiermee te verenigen. Hun mening gaf de doorslag bij het al dan niet aanwezig zijn van de Progressive Unionist Party en de Ulster Democratic Party bij de vredesbesprekingen tussen alle partijen in Noord-Ierland. Na haar bezoek en de belofte van Mowlam meer te doen op het punt van vertrouwenwekkende maatregelen, schaarden de gevangenen zich achter de onderhandelingen. Op 10 april, Goede Vrijdag 1998, werd overeenstemming bereikt over een algeheel vredesakkoord. In Noord-Ierland werd het verdrag, bij een op 22 mei gehouden referendum, door 71% van de uitgebrachte stemmen aanvaard. Hiermee kwam de weg vrij voor verkiezingen van de 108 zetels tellende Noord-Ierse assemblee, die op 25 juni gehouden werden. De loyalistische Ulster Unionist Party (UUP) en de katholiek-nationalistische Social Democratic and Labour Party (SDLP) kwamen met respectievelijk 28 en 24 zetels als grootste partijen uit de verkiezingen tevoorschijn. De leider van de UUP, David Trimble, werd op 1 juli 1998 tot premier gekozen.

Op 15 augustus 1998 ontplofte een zware autobom in het Noord-Ierse Omagh, waardoor 28 mensen om het leven kwamen. Een republikeinse splintergroep hoopte met deze terreurdaad het vredesakkoord ongedaan te maken. De aanslag had een averechtse uitwerking: protestantse unionisten en katholieke nationalisten veroordeelden de actie scherp en diverse republikeinse splintergroepen sloten een staakt-het-vuren. Aan John Hume (SDLP) en David Trimble (UUP) werd op 16 oktober de Nobelprijs voor de Vrede toegekend. Trimble zag de prijs als prematuur; de problematiek over de ontwapening van paramilitaire groepen bleef een bron van zorg.

6.12.4 Koninklijke familie

De jaren negentig werden gekenmerkt door problemen en schandalen binnen de Britse koninklijke familie. 1992, het jaar van veertigjarig jubileum van koningin Elizabeth, noemde zij een ‘annus horribilis’ doelend op de vele crisissen die zich binnen de familie Windsor hadden afgespeeld en die de voorbeeldfunctie van de koninklijke familie ernstig hadden aangetast. In dat jaar scheidden prins Andrew en Sarah Ferguson, werden er in de pers vragen gesteld over haar historische vrijstelling van het betalen van inkomstenbelasting en verscheen het boek Diana, haar eigen verhaal, geschreven door Andrew Morton en naar men zei met medewerking van prinses Diana, waarin breed werd uitgemeten hoe ongelukkig de bijzonder populaire prinses was binnen het starre Engelse hof. Ook werd duidelijk dat prins Charles zijn verhouding met Camilla Parker Bowles, die al dateerde van voor zijn huwelijk, nooit had beëindigd. In de jaren die volgden was de koninklijke familie regelmatig voorpaginanieuws in de roddelpers. Eind februari 1996 kwam er officieel een einde aan het huwelijk tussen kroonprins Charles en prinses Diana. De dood van prinses Diana in 1997 dompelde het Engelse volk in grote rouw.

7. De 21ste eeuw

Vorige
| | | | | | | |
Volgende
Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum