Resultaten van Windows Live® Search

  • IERLAND

    ... van Groot-Brittannië en is ongeveer twee keer zo groot als Nederland. Het eiland bestaat naast de Republiek Ierland ook uit Noord-Ierland of Ulster dat behoort tot het Verenigd ... Noord-Ierland of Ulster dat behoort tot het Verenigd Koninkrijk. Tussen Ierland en Groot-Brittannië ...

  • Intro

    Verenigd Koninkrijk Van Groot Brittannie En Noord Ierland

  • Autohuur Ierland - Vergelijk de prijzen van autoverhuur in Ierland

    ... en Ierland officieel samengevoegd en "Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en ... provincies bleven een deel van het Verenigd Koninkrijk onder de naam Noord-Ierland . Noord ...

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search
Pagina 2 van 10

Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

Encyclopedieartikel
Multimedia
Engelse pub op het plattelandEngelse pub op het platteland
Artikeloverzicht

1.4 Klimaat

Het klimaat is het meest maritieme van West-Europa, uiteraard een gevolg van de ligging, midden in de Noord-Atlantische Golfstroomdrift, maar vooral van het sterk overheersen van zuidwestelijke winden, die vochtige zeelucht aanvoeren. Het sterk maritieme karakter blijkt o.a. uit de geringe jaarlijkse gang van de temperatuur, die in Zuidoost-Engeland 13°C bedraagt. De winters zijn in het algemeen zacht en de zomers koel. Slechts wanneer 's winters door oostelijke winden continentale lucht wordt aangevoerd, kunnen zeer lage temperaturen voorkomen.

De luchtvochtigheid is gewoonlijk groot. Mist is vrij frequent, meer dan vijftig dagen per jaar in het industriegebied van Midden-Engeland. Ook de gemiddelde bedekkingsgraad van de hemel is betrekkelijk groot, zoals blijkt uit het percentage zonneschijn: 30 tot 40% langs de zuid- en oostkust; langs de westkusten minder, een minimum van minder dan 20% in het Schotse hoogland. Het aantal dagen waarop neerslag wordt waargenomen, bedraagt op de meeste plaatsen meer dan 200 per jaar, in Schotland zelfs meer dan 250. De neerslag hangt in hoofdzaak samen met over of ten noorden van de Britse Eilanden passerende depressies. Deze veroorzaken ook de krachtige winden in het westen en het noorden: ca. 30 dagen per jaar met een windkracht 8 of hoger. Door stuw zijn de neerslaghoeveelheden het grootst langs de westkusten en speciaal daar waar deze bergachtig zijn. Zo valt er per jaar meer dan 1500 mm in Noordwest-Schotland tegen minder dan 600 mm langs grote delen van de oostkust van Schotland en Engeland. Langs de westkust is de winter het neerslagrijkste jaargetijde, in het midden en langs de oostkusten is de jaarlijkse gang van de neerslag weinig uitgesproken. Overigens varieert de neerslag sterk van jaar tot jaar, zodat de gemiddelde cijfers slechts een zeer gebrekkig beeld geven van de neerslagverdeling. Gemiddeld valt langs de oostkust van Schotland sneeuw op 30 tot 35 dagen per jaar, langs de westkust veelal op minder dan 20 dagen. In Zuidoost-Engeland bedraagt het gemiddelde aantal sneeuwdagen meer dan 15, langs de westkust van Wales ca. 7.

1.5 Plantengroei

De plantengroei verraadt vele invloeden. Door de ijstijden van het Pleistoceen was alle plantengroei, behalve wat lage toendrabegroeiing, in het grootste deel van wat nu als de Britse Eilanden bekend staat, vernietigd. Het terugtrekken van het ijs maakte opnieuw begroeiing van het land mogelijk. De afscheiding van de Britse Eilanden van het Europese vasteland vond echter plaats vóórdat deze herbegroeiing voltooid was, waardoor verschillen met de vegetatie van het continent bleven bestaan.

Van Schotlands oorspronkelijke plantengroei is zeer weinig overgebleven. Ongeveer 7000 tot 5000 jaar geleden bedekten met iep, es en linde vermengde eikenwouden de laaglandgebieden in Zuid- en Midden-Schotland. Wouden met berken en dennen bedekten de rest van het land. Kleine dennenbossen bestaan nog in de Hooglanden, maar de klimaatverslechtering heeft de heuvels in boomloze heidegronden veranderd en de laaglanden werden door de mens tot akkers gemaakt. Tegenwoordig echter vindt in de Hooglanden herbebossing op grote schaal plaats.

In Noord-Ierland groeien zegge en veenmos op het laagveen, met heide en brem op de drogere plekken. De recente aanplant van coniferen in staatsbossen verandert echter het uiterlijk van vele heuvels. Stukken loofbos vindt men nog in het laagland, vooral op landgoederen. Veel van het bergachtige Wales en Noordwest- en Zuidwest-Engeland is met hei bedekt, met daartussen beboste heuvels (veelal beplant met coniferen) en valleien, ontgonnen voor de landbouw. Het laagland van Zuid-Engeland is thans hoofdzakelijk voor de landbouw in gebruik en de beboste aanblik van sommige graafschappen is grotendeels schijn, daar deze veroorzaakt wordt door rijen bomen die als afscheiding gebruikt worden en door kreupelhout. De eik en de olm zijn de overheersende boomsoorten op de vruchtbare kleigrond van het laagland; beuk en lariks behoren tot de weinige bomen die op de kalksteengronden groeien.

1.6 Dierenwereld

De dierenwereld is een verarmde Noordwest-Europese, waar in het noorden enkele arctische vormen bij komen, terwijl enkele Zuid-Europese soorten de kust van de Atlantische Oceaan volgen. In Schotland leven o.m. de sneeuwhaas, het Schotse sneeuwhoen en de morinelplevier; edelhert en ree zijn daar algemeen en talrijk; ook leeft daar nog de wilde kat. In Engeland zijn edelhert en ree meer lokaal verspreid; het, oorspronkelijk ingevoerde, damhert heeft een vrij algemene verspreiding. Vos, das en otter zijn in Groot-Brittannië algemeen, de laatste echter niet talrijk. Op enkele plaatsen wordt nog de boommarter aangetroffen. Op de Farne Islands is een zoölogisch reservaat, o.m. voor de grijze zeehond en een groot aantal zeevogelsoorten. Er zijn vele, meestal kleine, vogelreservaten; een van de bekendste is het Orfordness-Havergate-reservaat aan de zuidoostkust. Onder de vogels komen enkele van de continentale afwijkende geografische vormen voor (Engelse witte kwikstaart, goudvink); ook een aantal insecten en slakken vertoont afwijkende vormen. De enig giftige slang is de adder. In vele rivieren en beken zijn zalmen en forellen nog gewoon. De zee is vooral aan de rotsachtige kusten rijk aan soorten. De natuurbescherming maakt een snelle ontwikkeling door. Er zijn 10 nationale parken (2 miljoen ha), 100 staatsnatuurreservaten, voorts wild-, waterwild- en bosreservaten en een vrij groot aantal particuliere reservaten.

2. Bevolking

De bewoners van het Verenigd Koninkrijk stammen af van een reeks bevolkingsgroepen die zich in de loop van duizenden jaren op de Britse Eilanden hebben gevestigd. De laatste invasie was die van de Normandiërs (1066). Vóór hen zijn verschillende pre-Keltische en Keltischtalige bevolkingsgroepen naar Groot-Brittannië en Ierland gekomen, gevolgd door de Romeinen (55 v.C. – 410 n.C.), de Angelsaksen (met Friezen) en de Vikingen (zowel Denen als Noren). Het is niet mogelijk het aandeel van deze groepen in de hedendaagse bevolking te bepalen. De verspreiding van de Keltische talen en het Engels biedt daarvoor zeker geen houvast. Het aantal immigranten uit het Britse Gemenebest dat na de Tweede Wereldoorlog in het Verenigd Koninkrijk kwam wonen, én hun nakomelingen, werd in 2001 op 4% van de totale bevolking geschat. Ca. 90% van hen woont in de stedelijke gebieden van Londen, Manchester en Glasgow. Sinds 1962/1968 werd immigratie aan steeds strengere regels gebonden.

2.1 Demografie

Het geboortecijfer bedraagt 10,70 geboorten per 1000 inwoners (2007 schatting), het sterftecijfer 10,10 sterfgevallen per 1000 inwoners (2007 schatting). In de periode 1995–2000 nam de bevolking jaarlijks gemiddeld met 0,3% toe. De gemiddelde levensverwachting bij geboorte is 78,7 (2007 schatting) jaar. Van de bevolking was in 2000 19% jonger dan 15 jaar, 15,7% ouder dan 65 jaar. Vergrijzing zal in de komende decennia leiden tot afname van de bevolkingsgroei.

Vorige
| | | | | | | |
Volgende
Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum