![]() Zie ook:
Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar Gerbrandy, Pieter Sjoerds |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Gerbrandy, Pieter SjoerdsEncyclopedieartikel
Gerbrandy, Pieter Sjoerds (Goënga, Friesland, 13 april 1885 – Den Haag 7 sept. 1961), Nederlands politicus, studeerde rechten te Amsterdam (Vrije Universiteit), was advocaat te Leiden en te Sneek, lid van Gedeputeerde Staten van Friesland voor de Anti-Revolutionaire Partij (1920–1930) en vervolgens hoogleraar aan de Vrije Universiteit (1930–1939). Vooral in Leiden en Sneek was hij actief in de christelijk-sociale beweging. Ook hield hij zich bezig met vraagstukken betreffende bedrijfsorganisatie en medezeggenschap. In 1939 werd hij tegen de zin van zijn partij minister van Justitie in het kabinet-De Geer. Met zijn medeministers week hij 13 mei 1940 naar Engeland uit. Daar stelde hij zich onmiddellijk te weer tegen het defaitisme van de minister-president De Geer. Toen deze in september 1940 moest aftreden, werd Gerbrandy minister-president; tot 1942 bleef hij ook minister van Justitie en van 1941 tot 1942 tevens minister van Koloniën. Van 1942 tot 1945 stond hij aan het hoofd van een departement ‘Algemene Oorlogvoering’. Hij was te Londen de verpersoonlijking van Nederlands hechte verbondenheid met de Geallieerden, herstelde door zijn vastberadenheid, zijn ondubbelzinnig gedrag en zijn felle taal het door De Geers houding geschokte prestige van de regering en genoot ook het vertrouwen van Churchill. Na de bevrijding van de zuidelijke provincies vormde Gerbrandy in februari 1945 een nieuw kabinet, waarin een sterk contingent rooms-katholieken en geen enkele socialist werd opgenomen. Na de bevrijding van geheel Nederland trad hij af. Van 1948 tot 1959 was hij lid van de Tweede Kamer. Hij had weinig oog voor het nationalisme in Indonesië en verzette zich hardnekkig tegen de Indonesië-politiek van de regering (zie ook politionele acties), werd voorzitter van het Nationale Comité ‘Handhaving Rijkseenheid’ en onderscheidde zich in zijn protesten en pleidooien door grote felheid en weinig genuanceerde uitspraken. In 1955 werd hij minister van Staat. WERK: Het Heimstättenrecht (1911; diss.); De strijd voor nieuwe maatschappijvormen (1928); Enige hoofdpunten van het regeringsbeleid in Londen gedurende de oorlogsjaren 1940–1945 (1946); De scheuring van het rijk. Het drama van de Indonesische crisis (1951).
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |