Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Pagina 4 van 4
Artikeloverzicht
Introductie; 1. Landschap en klimaat; 2. Bevolking; 3. Bestuur; 4. Economie; 5. Geschiedenis; 6. De 21ste eeuw
Georgië maakte zich in april 1991 los uit de Sovjet-Unie en wenste zich niet aan te sluiten bij het GOS (Gemenebest van Onafhankelijke Staten). De autocratische regeerstijl van president Zviad Gamsachoerdia riep veel weerstand op en leidde tot een burgeroorlog tussen oppositie en aanhangers van de president. Op 2 jan. 1992 nam de oppositie de macht over. De voormalige sovjetminister van Buitenlandse Zaken en vroegere partijleider van Georgië, Sjevardnadze, werd in maart voorzitter van de inmiddels gevormde Staatsraad, die voorlopig het bestuur overnam. Gamsachoerdia, op 6 jan. gevlucht, zette vanuit de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny zijn acties voort. De acties van de Gamsachoerdia-aanhangers vormden de directe aanleiding voor grootscheeps militair ingrijpen van de Georgische Nationale Garde in de autonome republiek Abchazië in aug. 1992. Onder auspiciën van de Russische minister van Buitenlandse Zaken werd in aug. 1993 een derde staakt-het-vuren bereikt tussen Georgië en Abchazië. Dit werd echter een maand later door de Abchaziërs verbroken, waarna zij de Abchazische hoofdstad Soechoemi op de Georgiërs veroverden. In de eindfase van de strijd trachtte Gamsachoerdia nog tevergeefs samen met zijn aanhangers de Abchaziërs tegen te houden. Vervolgens keerde hij zich weer tegen de Georgische regering (maar pleegde op oudejaarsdag 1993, in het nauw gebracht, zelfmoord). Mede vanwege de interne verdeeldheid en om hulp van Rusland te verkrijgen besloot Georgië in okt. 1993 alsnog tot het GOS toe te treden. In de autonome republiek Zuid-Ossetië, waar al sinds 1989 werd gevochten, kwam eveneens na Russische bemiddeling, in 1994, een eind aan de strijd tussen Georgiërs en Zuid-Osseten. Rusland zegde in maart 1995 toe de opbouw van de Georgische strijdkrachten te ondersteunen en de herintegratie van Abchazië en Zuid-Ossetië, die na bemiddeling van Rusland in 1994 de strijd met Georgië hadden gestaakt, te bevorderen. In sept. 1996 kondigde Abchazië echter parlementsverkiezingen aan voor november van dat jaar. Georgië reageerde verontwaardigd, omdat de onderhandelingen over de toekomstige status van Abchazië muurvast zaten. Ook in het conflict om Zuid-Ossetië werden eerdere toenaderingspogingen tenietgedaan door presidentsverkiezingen voor het Zuid-Ossetische parlement in november. Ondanks deze geschillen liet de politieke en economische situatie in 1996 een zodanige stabilisering zien dat de economie, die in de jaren daarvoor door gewapende strijd en politieke chaos deplorabel was, aanzienlijk verbeterde. De onderhandelingen tussen de separatisten in Abchazië en de Georgische regering leidden in 1997 niet tot een oplossing. Wel kwamen de partijen in aug. van dat jaar overeen geen geweld te gebruiken bij de oplossing van hun conflict. In nov. 1997 schafte het parlement de doodstraf af. Het buitenlands beleid werd in dat jaar gedomineerd door een gespannen relatie met Rusland, o.a. veroorzaakt door onenigheid over de verdeling van de voormalige Zwarte-Zeevloot. Georgië, Azerbeidzjan en Oekraïne besloten in 1997 tot nauwere samenwerking om een tegenwicht te vormen tegen Rusland. In mei 1998 laaiden de gevechten tussen Georgische guerrilla’s en Abchazische separatisten weer op. Meer dan 35 000 Abchazische Georgiërs, die naar hun woonplaatsen waren teruggekeerd, moesten opnieuw uit Abchazië vluchten. Er werd een staakt-het-vuren overeengekomen, maar de voorgenomen ondertekening van overeenkomsten over de terugkeer van vluchtelingen en het (opnieuw) afzweren van geweld gingen niet door. President Sjevardnadze overleefde in februari 1998 een moordaanslag, toen zijn auto werd getroffen door een granaat. In oktober mislukte een couppoging. Aanhangers van oud-president Gamsachoerdia waren betrokken bij beide pogingen om Sjevardnadze teverwijderen. Op 27 april 1999 werd Georgië het 41ste lid van de Raad van Europa. Aan het lidmaatschap was een aantal voorwaarden verbonden: verbetering van de rechtspraak, de gevangenissen en de politie, oplossing van het conflict in Abchazië en terugkeer van de bevolkingsgroep der Mesketen die in 1944 door Stalin was gedeporteerd uit Georgië. Georgië moest binnen een jaar de anti-folterconventie, de raamwerkovereenkomst voor de bescherming van minderheden en het handvest inzake minderheidstalen ratificeren. De Burgerunie van Georgië, de partij van president Sjevardnadze won de parlementsverkiezingen van oktober 1999 met bijna 42% van de stemmen. De partij behield daarmee de ruime meerderheid.
Edvard Sjevardnadze werd in april 2000 herkozen als president van Georgië, met ca. 80% van de stemmen. Internationale waarnemers meldden onregelmatigheden bij de verkiezingen. De verhouding met Rusland was gecompliceerd. Moskou beschuldigde Tbilisi van steun aan Tsjetsjeense rebellen en voerde een visumplicht in voor Georgiërs, met uitzondering van Abchazen en Zuid-Osseten. Rusland traineerde de overeengekomen sluiting van Russische bases in Georgië. In de opstandige regio Abchazië bood de geheel uit Russen bestaande GOS-vredesmacht volgens Tbilisi veel te weinig bescherming aan terugkerende Georgiërs. Ondanks een samenwerkingsakkoord in maart 2001 werd nam het geweld er verder toe, vooral als gevolg van de toenemende activiteit van Georgische en Tsjetsjeense rebellen in de regio. De positie van president Sjevardnadze verzwakte na een mislukte politie-inval bij een kritisch tv-station in oktober 2001. De president moest zijn regering ontslaan. De minister van Justitie, de populaire Michail Saakasjvili, had eerder al ontslag genomen omdat hij zich tegengewerkt voelde bij zijn aanpak van de corruptie. In 2002 kreeg Georgië hulp van de VS bij de bestrijding van het terrorisme in de Pankisi-kloof, waar zich enkele duizenden Tsjetsjeense strijders ophielden. Rusland zag morrend toe; later in het jaar kwamen Sjevardnadze en zijn Russische collega Poetin overeen gezamenlijke grenspatrouilles in te stellen. De parlementsverkiezingen in november 2003 verliepen chaotisch en frauduleus en leidden tot de Rozenrevolutie, waarbij Sjevardnadze na enkele weken aftrad en het Constitutioneel Hof de verkiezingen ongeldig verklaarde. De presidentsverkiezingen in januari 2004 werden daarop met 96% van de stemmen gewonnen door oppositieleider Saakasjvili; zijn NMD werd bij de parlementsverkiezingen in maart 2004 veruit de grootste partij in het parlement. De westers georiënteerde Saakasjvili zocht en vond praktische en financiële steun bij de Europese Unie. Het IMF bleek weer bereid Georgië kredieten te verstrekken. Hij slaagde erin de opstandige regio Adzjarië weer onder centraal gezag te krijgen, maar slaagde er niet in zijn greep op Abchazië en Zuid-Ossetië te vergroten.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
||||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |