Zie ook:
Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar film [kunst en entertainment] |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search film [kunst en entertainment]Encyclopedieartikel
Artikeloverzicht
film [kunst en entertainment], een dunne strook celluloid met lichtgevoelige emulsie waarop fotografische of geanimeerde beelden zijn opgenomen die met doorgaans 24 beelden per seconde aan het publiek worden vertoond. Andere dragers zijn video en dvd.
De eerste filmvoorstelling met betalende bezoekers vond plaats op 28 december 1895 in Parijs, waar de gebroeders Lumière de film La sortie des usines Lumières en L’arrivée d’un train en gare de la ciotat vertoonden. Hoewel de eerste innovaties vooral in Europa en meer in het bijzonder in Frankrijk plaatsvonden, heeft de speelfilm als industrie zich het eerst vooral in de Verenigde Staten ontwikkeld. In Hollywood bij Los Angeles werden vanaf ca. 1915 productiemaatschappijen opgericht die tot op heden de filmindustrie over de gehele wereld domineren. Dit zogenaamde studiosysteem leunde sterk op sterren die zich aan die filmstudio (bijvoorbeeld MGM, Warner Bros.) moesten verbinden. Mary Pickford en Douglas Fairbanks waren de sterren van de zwijgende film. Samen met Charlie Chaplin en D.W. Griffith richtten zij in 1919 United Artists op. D(avid) W(ark) Griffith was hier de grote speelfilmpionier, met o.a. The birth of a nation (1915). De filmindustrie van Hollywood maakte film tot massavermaak, waarbij vooral korte komedies, de slapsticks, zeer populair waren. Chaplin, Buster Keaton en Stan Laurel en Oliver Hardy werden in dit genre beroemd. De romantische film had Rudolph Valentino als boegbeeld. En dankzij de grootscheepse producties van Cecil B. DeMille kon Hollywood uitgroeien tot het filmcentrum van de wereld. In Europa liep de Duitse filmindustrie, na de aanvankelijke successen in Italië en Scandinavië, voorop. De eerste belangrijke Duitse film was Das Kabinett des Dr. Caligari (1919), geregisseerd door Robert Wiene, een eerste voorbeeld van expressionisme in de filmkunst, een beweging waarmee ook de namen van belangrijke regisseurs als F.W. Murnau en Fritz Lang verbonden zijn. Ernst Lubitsch was een van de eersten die voor de grote Duitse studio UFA werkte. Vanuit Frankrijk kwam een meer avant-gardistische impuls, o.a. Luis Buñuel, Un chien andalou, 1928, met Salvador Dalí; Germaine Dulac, La coquille et le clergyman, 1926, en Carl Theodor Dreyer, La passion de Jeanne d'Arc, 1928. Georges Méliès was pionier op het gebied van trucages en fantastiek, Abel Gance richtte zich op de spektakelfilm met o.a. Napoleón (1927). De Russische filmschool was in de jaren twintig van essentieel belang; zo vernieuwde Sergej Eisenstein (Pantserkruiser Potemkin), Dziga Vertov (De man met de camera) en Vsevolod Poedovkin (De moeder) met montagewetten de filmtaal; hij vond hiermee over de hele wereld navolging. Abstracte kunst en nieuwe montagetechnieken beïnvloedden de experimentele animatiefilms van Oskar Fischinger en Hans Richter. Walter Ruttmann maakte gebruik van ritmische montage in zijn pioniersdocumentaire Berlin – Symphonie einer Großstadt.
Met The jazz singer (1927), waarin Al Jolson optrad, deed de geluidsfilm zijn intrede. Ten tijde van de economische crisis bloeide vooral de Amerikaanse film als nooit tevoren; naast de musical hadden de komedie en de gangsterfilm veel succes. Walt Disney introduceerde in zijn tekenfilms niet alleen geluid, maar hij paste ook kleuren (het zgn. driekleurenprocédé van Technicolor) toe (Flowers and trees, 1933). Terwijl de sovjetcineasten met het geluid eigenlijk geen raad wisten, buitte in Duitsland Fritz Lang het uitstekend uit om speciale spanningseffecten te creëren in M (1931); in Frankrijk wisten vooral René Clair en Jean Renoir de nieuwe technieken goed te integreren. De jaren dertig luidde de ‘Golden Age of Hollywood’ in, die tot 1945 zou duren. In deze periode produceerden ze zo’n 7500 films. Universal Studio had in de jaren dertig grote successen met horrorfilms als Frankenstein en The phantom of the opera, met Boris Karloff, Bela Lugosi en Lon Chaney als boegbeelden. Shirley Temple werd populair als kindster. De western kwam op, evenals grote romantische drama’s als Gone with the wind (1939). In 1934 werd de Production Code ingesteld, een aantal censuurregels die ongewenste uitlatingen en gedrag moest tegenhouden. Hollywood had veel te danken aan Europese regisseurs die naar de Verenigde Staten waren geëmigreerd, zoals Erich von Stroheim, Ernst Lubitsch, Billy Wilder en Douglas Sirk (Detlef Sierckz). In de jaren dertig ontstond ook het fenomeen B-film: goedkope producties met korte opnameperiodes die vóór de hoofdfilm werden vertoond, en die later ook beroemde regisseurs en acteurs zou opleveren (Francis Ford Coppola, Jack Nicholson). In Europa was het Marlene Dietrich die faam verwierf met Josef von Sternbergs Der blaue Engel (1930). De Franse film werd vooruit geholpen door Jean Vigo (L’Atalante, 1934) en Jean Renoir (Le règle du jeu, 1938), die de mise-en-scène vernieuwden. Alfred Hitchcocks lange en vruchtbare carrière begon al in de jaren dertig, met The 39 steps. Tot in de jaren zestig maakte hij voornamelijk thrillers, en dankzij kassuccessen als Psycho en North by Northwest zou hij uitgroeien tot een van de beroemdste filmregisseurs aller tijden.
De oorlogsjaren vormden een onderbreking van de filmontwikkeling in Europa. Bijna alle films werden onder politiek toezicht gemaakt en hadden een propagandistische waarde. Leni Riefenstahl was in Duitsland het grootste artistieke talent dat de nazi-propaganda voortbracht. In de Verenigde Staten ging men aanvankelijk voort volgens het patroon van de jaren dertig, met accenten op de western en de gangsterfilm, die in de privédetective een nieuwe variatie vond. Orson Welles, die in 1941 debuteerde met met het verhaal- en cameratechnisch vernieuwende Citizen Kane, door velen nog steeds beschouwd als beste film ooit gemaakt. John Fords westerns, John Hustons film noirs, William Wylers tragedies en Frank Capra's melodrama’s kwamen in die periode ook tot bloei, net als steracteurs als Laurence Olivier en Clark Gable (Gone with the wind).
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |