Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search concerto grossoEncyclopedieartikel
concerto grosso (Ital.), instrumentale muziekvorm, ontstaan tijdens de barok. Karakteristiek ervoor is het samenspel, zowel tegenspel als afwisselend spel, van een kleine groep solo-instrumenten (concertino) en het eigenlijke concerto grosso, een strijkensemble (tutti of ripieno). Het genre ontstond eind 17de eeuw in Italië; de concerti grossi van de generatie van Corelli waren contrapuntisch en van een waardige expressie. Zij bestonden uit vier tot zes afwisselend langzame en snelle delen, de concertini meestal uit twee violen en basso continuo. De volgende generatie (Albinoni, Geminiani, Locatelli en vooral Vivaldi) schreef in het algemeen monodisch en met meer brille; Vivaldi gaf zijn concerti grossi meestal één viool als concertino en gebruikte de later bijna tot norm verheven driedelige vorm allegro-andante-allegro (snel, gematigd, snel), met een inleidend adagio (langzaam). Omstreeks 1700 werd het concerto grosso in Duitsland geïntroduceerd, waar Bach in zijn op Vivaldi geïnspireerde maar soms meer delen tellende Brandenburgse Concerten het concertino verrijkte met blaasinstrumenten en het klavecimbel en Händel in zijn 12 concerten opus 6 meer in de trant van Corelli componeerde. Na ca. 1760 leefde het concerto grosso nog enigszins voort in de symfonie concertante (Mozart), het tripelconcert (Beethoven) en dubbelconcert (Brahms), tot in de 20ste eeuw, met haar hernieuwde belangstelling voor de barok, componisten als Strawinsky, Hindemith, Bloch, Krenek en Blacher het genre weer gingen beoefenen.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |