Zie ook:
Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar communisme

Resultaten van Windows Live® Search

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search
Pagina 3 van 5

communisme

Encyclopedieartikel
Multimedia
Mao ZedongMao Zedong
Artikeloverzicht

6.3 Collectieve leiding

Na Stalins dood (1953) werd het beginsel van de ‘collectieve leiding’ geproclameerd. Een van de collectieve leiders, Lavrenti Beria, werd echter reeds in juli 1953 gearresteerd en weldra ter dood gebracht. Georgi Malenkov scheen de leiding te hebben, tot deze in 1955 ten val kwam, op de beschuldiging van ‘ fouten’. Van 1955 tot 1964 nam Nikita Chroesjtsjov de eerste plaats in, enkele malen bedreigd door paleisrevoltes.

Chroesjtsjov heeft nauwelijks de pretentie gehad het communisme theoretisch te verrijken. Hoewel ook hij in het algemeen een straffe lijn volgde en zich bemoeide met kunsten en wetenschappen, trad hij niet in het voetspoor van Stalin, die tijdens zijn leven als ‘geniale leider en leraar’ was vereerd. Chroesjtsjov keerde integendeel tot een Lenin-cultus terug, nadat hij in een geheime rede op de laatste dag van het 20ste Partijcongres (25 febr. 1956) de ‘persoonsverheerlijking’ van Stalin en een deel van diens misdaden had veroordeeld. Hij prees nog altijd de strijd van Stalin tegen het trotskisme, maar wees er tevens op dat zijn voorganger ‘duizenden’ goede bolsjeviki had verbannen of uit de weg had laten ruimen.

Chroesjtsjovs nogal wilde projecten (cultivering van woestijnland zonder voldoende voorbereiding) hebben ertoe bijgedragen dat men hem opzij schoof. Zijn opvolgers, Leonid Brezjnev als secretaris generaal van de communistische partij en Alexej Kosygin als premier, waren bescheidener in hun verklaringen over het invoeren van een volledig communisme ( ‘ieder krijgt naar behoefte’) en het voorbijstreven van de Verenigde Staten. Ruimtevaart, militaire macht en economische groei namen de plaats in van de oude leuzen van een ‘maatschappij van vrije en gelijke producenten’ (Marx) of ‘alle macht aan de raden’ (Lenin).

6.4 Technocratie

Het sovjetregime onder leiding van Brezjnev kreeg een steeds sterker technocratisch karakter. De persoonsverheerlijking en de daarmee gepaard gaande politisering van het dagelijks leven verdwenen en er kwam een politiek stelsel dat werd bemand door de apparatsjiks,partijleden die sleutelposities in de industrie en de agrarische sector innamen. Het gevolg was dat er een steeds verder uitdijende staatsbureaucratie ontstond die in de loop van de jaren zeventig en het begin van de jaren tachtig topzwaar en volkomen inefficiënt werd. In de privésfeer werd men steeds cynischer en wantrouwender ten opzichte van alles wat met politiek te maken had.

7. Communisme buiten de Sovjet-Unie

De communistische beweging in de wereld buiten de Sovjet-Unie stond op een enkele uitzondering na in steeds toenemende mate onder Moskouse leiding. Lenin knoopte, toen hij na de Oktoberrevolutie de naam ‘communistisch’ voor zijn partij koos, bewust aan bij een traditie van de jaren 1848–1871. In die tijd werd de term communisme wel gebruikt om de radicaal-revolutionaire richting te onderscheiden van de ‘kleinburgerlijke’ sociaal-democratie of het socialisme.

7.1 Russische hegemonie

In maart 1919 vond in Moskou het oprichtingscongres van de Derde of Communistische Internationale plaats (zie Internationale, Komintern), waarbij zich de Franse en Noorse sociaal-democratische partijen aansloten. Het tweede congres stelde in 1920 de 21 voorwaarden vast voor toetreding tot de Komintern. De aangesloten partijen moesten bereid zijn, niet alleen tegen de ‘rechtse’ sociaal-democraten te strijden, maar ook tegen de vooral in Duitsland en Oostenrijk sterke ‘centristische’ en pacifistische richtingen in het socialisme. Daarnaast moesten zij zich door infiltratie (‘cellenbouw’) trachten meester te maken van de vakverenigingen. Bovendien dienden zij zich toe te leggen op het winnen van de sympathie van de boeren. Een andere eis was dat zij zich aan de zijde van de koloniale volkeren schaarden in hun strijd tegen het ‘imperialisme’. Kenmerkend was de bepaling dat periodieke zuiveringen gehouden moesten worden om ‘kleinburgerlijke’ elementen te verwijderen.

De 21 voorwaarden weerspiegelden de Russische situatie en de wens, de Komintern als hulptroepen voor de Russische communisten te gebruiken. Wie bezwaar maakte tegen de ijzeren discipline, zoals een deel van de Duitse ‘Onafhankelijken’, werd afgestoten.

7.2 Kritiek

Van marxistische zijde werd de leninistische partijopvatting gekritiseerd. Reeds in 1918 had Rosa Luxemburg in een commentaar op de Russische praktijk betoogd dat het proletariaat geen terreur behoefde om zijn doeleinden te verwerkelijken.

Terwijl in Rusland de arbeidersklasse zwak was en de gedachte aan de dictatuur van een straf georganiseerde partij er voor de hand lag, konden marxisten in het Westen geloven aan de mogelijkheid van een spontane massabeweging, die de revolutie zou voltrekken en op eigen kracht de nieuwe maatschappij opbouwen. Onder de socialistisch gezinde arbeiders in Europa, op wie de gebeurtenissen in Rusland een grote indruk maakten, bleven de vanouds ‘georganiseerde’, meestal geschoolde arbeiders (door Lenin ‘arbeidersaristocratie’ genoemd) de sociaal-democratie in meerderheid trouw (bijv. in Duitsland), terwijl de onderste lagen meer openstonden voor de communistische propaganda.

Tot 1921 was de koers van de Komintern gericht op het steunen en uitlokken van revolutionaire bewegingen in Europa.

In Hongarije vormde Béla Kun in 1919 een ‘radenregering’, die in hetzelfde jaar ten val gebracht werd. In Italië namen stakingen en bedrijfsbezettingen een revolutionair karakter aan, maar de scheiding tussen communisten en socialisten droeg in 1922 bij tot de overwinning van het fascisme. In Duitsland werd na de ondergang van de Beierse ‘radenrepubliek’ en het neerslaan van opstanden in Berlijn en elders (1919) in maart 1921 een poging ondernomen, door middel van een door Komintern-agenten geleide putsch de macht te veroveren. Volkomen kansloze gewapende acties maakten vooral in Saksen en Thüringen tal van slachtoffers. Het fiasco van de ‘maartactie’ heeft bijgedragen tot een koersverandering. De communistische partijen buiten de Sovjet-Unie werden meer en meer werktuigen van het Volkscommissariaat van Buitenlandse Zaken te Moskou (zie radencommunisme).

Vorige
| | | |
Volgende
Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum