![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search chromatiek (v. Gr. chrooma = kleur), de opeenvolging van tonen die van dezelfde stamtoon zijn afgeleid en een halve toonafstand van elkaar liggen. Door invoeging van dergelijke chromatische schreden in een diatonische (bijv. majeur- of mineur-toonladder) ontstaat een zgn. chromatische toonladder (van C uit bijv.: c–cis–d–dis–e–f–fis–g–gis–a–ais[bes]–b–c1-). De Grieken noemden een toonreeks bestaande uit twee halve tonen en een overmatige seconde (bijv. a–ges–f–e) chromatisch. In de 14de eeuw begon de chromatiek ook in de meerstemmige muziek een rol te spelen. Dat de chromatiek echter in die tijd als een novum werd beschouwd, kan blijken uit de benaming ‘musica falsa’, die aan muziek werd gegeven, waarin chromatische verhogingen en verlagingen waren toegepast, die men toen nog als ‘te hoog’ of ‘te laag’ onderging. Een toenemend en meer principieel gebruik van de chromatiek wordt in de 16de eeuw gevonden bij de componisten der Venetiaanse a capella school: Willaert, de Rore, Gabrieli, Vicentino, maar vooral Carlo Gesualdo da Venosa, wiens werken in dit opzicht een ongekende ‘moderniteit’ vertonen. De chromatiek werd echter pas geheel in de westerse muziek geïncorporeerd ten tijde van de midden- en hoog-romantiek, waarvan immers een gedurfde modulatie en een niet meer liedmatige melodiek kenmerken zijn. Een geheel nieuwe vorm van chromatiek vindt men sedert de moderne Weense school (Schönberg, Webern, Berg) in de zgn. twaalftoonmuziek (zie twaalftoontechniek) die via de atonaliteit is ontwikkeld. Hierin moeten de twaalf halve tonen, waarin het octaaf verdeeld kan worden, worden beschouwd als twaalf geheel autonome tonen, die niet aan een toonaard zijn gebonden.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |