Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar Bhutto, Benazir

Resultaten van Windows Live® Search

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search

Bhutto, Benazir

Encyclopedieartikel

Bhutto, Benazir (prov. Sindh 21 juni 1953 – Rawalpindi 27 dec. 2007), Pakistaans politica (PPP), was premier van Pakistan van 1988 tot 1990 en van 1993 tot 1996.

Benazir Bhutto, dochter van de in 1979 ter dood gebrachte voormalige president Zulfikar Ali Khan Bhutto en diens vrouw Nusrat, studeerde na een gedegen schoolopleiding politieke wetenschappen en geschiedenis in het buitenland (Harvard, Oxford). Ze was oorspronkelijk door haar vader voorbestemd diplomate te worden, maar na diens arrestatie vlak na haar terugkeer naar Pakistan (1977) en de dood van haar vader (1979), richtte ze zich steeds meer op de binnenlandse politiek. Binnen de PPP (Pakistan People's Party) trad zij, in het begin vooral gesteund door haar moeder, dankzij haar inzicht en demagogische vaardigheden al snel op de voorgrond. Ondanks het vrijwel permanente huisarrest dat haar door het leger onder generaal Mohammed Zia-ul-Haq was opgelegd, wist zij steeds van zich te laten horen en zich op te werpen als woordvoerster van de steeds ontevredener wordende bevolking.

In 1984 vluchtte ze met haar familie naar Groot-Brittannië, waar ze twee jaar in ballingschap verbleef. Intussen nam in Pakistan de politieke onrust toe, culminerend in hevige rellen op Onafhankelijkheidsdag (14 augustus) na haar terugkeer in 1986. Bhutto eiste onmiddellijke en vrije verkiezingen in plaats van die welke door het militaire regime voor 1990 waren beloofd. Nadat president Zia in augustus 1988 bij een vliegtuigongeluk, dat later aan sabotage werd toegeschreven, om het leven was gekomen, behaalde de PPP onder haar leiding op 16 november een grote verkiezingsoverwinning.

Op 1 december 1988 werd Bhutto gekozen tot de eerste vrouwelijke premier van een islamitische staat. Beschuldigd van corruptie en machtsmisbruik werden zij en haar regering in augustus 1990 ontslagen door president Ishaq Khan, die het parlement ontbond en de noodtoestand uitriep. Bij de vervroegde verkiezingen in oktober leed Bhutto’s PPP een zware nederlaag. Nadat de verkiezingen in oktober 1993 weer door de PPP waren gewonnen, werd Bhutto opnieuw premier. Hevige kritiek op haar wegens wanbeleid, corruptie en nepotisme leidde er in 1996 toe dat Bhutto op 5 november door president Leghari werd afgezet. Veel van de geruchten over corruptie en steekpenningen betroffen Bhutto’s echtgenoot, de bouwondernemer Asif Ali Zardari, wiens bijnaam Mr. Ten Percent verwees naar het percentage smeergeld dat hij bij overheidstransacties in zijn zak zou steken. Bij de verkiezingen van februari 1997 leed Bhutto’s PPP een zware nederlaag.

Kort na het aantreden van de nieuwe regering van premier Nawaz Sharif werden Bhutto en haar echtgenoot aangeklaagd door de pas ingestelde anticorruptiecommissie. In april 1999 werden zij door een Pakistaanse rechtbank wegens corruptie veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar en een boete van 9 miljoen dollar. Bhutto wist op tijd naar Londen te ontkomen, maar Zardari, die al gevangenzat, moest achterblijven.

Nadat president Musharraf haar amnestie had verleend (waarschijnlijk waren de twee eerder dat jaar een machtsdeling overeengekomen), keerde Bhutto op 18 oktober 2007 naar Pakistan terug om met haar PPP deel te nemen aan de in januari 2008 te houden parlementsverkiezingen. Direct na haar aankomst in Karachi vond op haar een zelfmoordaanslag plaats, die aan ten minste 136 mensen het leven kostte, maar waarbij zij zelf ongedeerd bleef. Bij weer een aanslag, op 27 december, na een verkiezingsbijeenkomst van de PPP in Rawalpindi, vond zij echter de dood. Haar 19-jarige zoon Bilawal werd, samen met zijn vader, Asif Ali Zardari, door de PPP aangewezen als nieuwe voorzitter van de partij.

WERK: Daughter of the East (1988; Ned. vert.: Dochter van het Oosten, 1989).

Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum