Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Pagina 3 van 5
Artikeloverzicht
In het Midden-Europese gedeelte groeit tussen 800 en 1000 m een zuidoostelijke vorm van het eikenhaagbeukenbos, het Querceto-carpinetum balcanicum. Van de noordwestelijke Europese vorm onderscheidt dit bos zich o.m. door de hopbeuk, de walnoot en een jeneverbes. Op een hoogte van 1000 tot 1500 m, de nevelzone, volgt een beukenbos, al spoedig vermengd met coniferen (Abieto-Fagetum). Daarboven, tot 1800 m, strekt zich subalpien naaldbos uit, met o.a. Pinus nigra en Picea omorica. Nog hoger vindt men alpenweiden en rotsvegetatie.
Veel delen van het Balkanschiereiland staan zowel wat klimaat als plantengroei betreft tussen het mediterrane en Midden-Europese gebied in. Dit zijn bijv. de karstwouden met de manna-es (Fraxinus ornus) en de eiken Quercus sessiliflora, Q. lanuginosa en Q. conferta, de bossen van paardenkastanje in Epirus, Thessalië, enz., de beukenbossen in Zuidoost-Bulgarije. Karakteristiek voor het Balkanschiereiland is de sibljak, een vegetatie van struiken met afvallend loof, zoals Paliurus spina-christi, de pruikenboom, de sering, de zuurbes, enz., met een zeer rijke ondergroei.
In de gebieden met een mediterraan klimaat overheersen warmtelievende dieren als slangen, hagedissen, schildpadden, amfibieën en talrijke insecten, waaronder in moerasgebieden ook de malariamug. Grotere dieren zijn zeldzamer vanwege het kleiner worden van de gebieden met bos in de mediterrane zone en de niet aflatende stroperij, veelal gepaard met onvoldoende bescherming. Daarentegen neemt het aantal vogelsoorten naar het zuiden voortdurend toe. Het binnenland bezit een fauna die meer aan de continentaal-Europese verwant is: in de woudgebieden komt naast de wolf, die in vrijwel het gehele gebied gevonden wordt, in het bergland van Bosnië–Hercegovina en verder oostwaarts ook de beer nog voor. Verder zuidwaarts treft men de jakhals aan. Slangen en schildpadden komen eveneens in het continentale gebied voor. De merkwaardigste dierenwereld in de Balkan treft men in de talrijke grotten (vnl. Kroatië) aan. Van de karstgrotten is een blinde, pigmentloze salamander, de olm of grottenolm, bekend, die alleen daar voorkomt (zie olm).
Het Balkanschiereiland en de Griekse eilanden behoren tot de oudste door mensen bewoonde gebieden. Het is mogelijk dat zij de bakermat zijn van het Indo-Europese ras. In de tells (heuvels) van Vinča nabij Belgrado en Karanovo in Bulgarije zijn vondsten gedaan die erop wijzen dat koperbewerking en een vroege schriftvorm hier al ca. 4500 v.C. toegepast werden, onafhankelijk van gelijktijdige ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Zie ook Vinčacultuur.
De oudste historische bewoners zijn Illyriërs in het westen, Thraciërs in het oosten en Grieken in het zuiden (Griekse cultuur). Al deze volken behoren tot de Indo-Europese familie. Waarschijnlijk hebben zij de oerbevolking ca. 1200 v.C. verdreven of in zich opgenomen. Van een echte statenvorming was nog geen sprake, afgezien van de Griekse polis (stadstaat).
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |