![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Pagina 2 van 5
Artikeloverzicht
Het massief van Rhodope ligt ten oosten van de Dinarisch-Helleense ketens. Het is een gedeelte van een veel ouder gebergte en bestaat uit kristallijne gesteenten als graniet, gneis en schist, die voor een belangrijk deel tijdens de Variscische gebergtevorming gevormd werden, maar gedeeltelijk ook al veel ouder zijn. In het noorden verdwijnt dit massief van Rhodope onder de jonge sedimenten van het Pannonisch bekken in Hongarije.
Ten noordoosten van het massief van Rhodope ligt de oostelijke uitloper van de Karpaten, het gebergte dat aan de noord- en oostzijde het Pannonisch bekken omzoomt en zich voortzet in het Balkangebergte, het centrale bergland van Bulgarije. Het bestaat voor een groot deel uit Krijt en Tertiair en is, evenals de Dinariden en Helleniden, een alpien plooiingsgebergte. Het bevat echter grote stukken van oudere plooiingsgebieden (orogenen).
Er is een scherpe tegenstelling tussen het zachte mediterrane klimaat in de kustgebieden en het ruwe, continentale klimaat van het binnenland. De mediterrane zone is in Dalmatië (Kroatië) vrij smal en reikt daar niet verder dan tot de eerste hoge bergketen achter de kust. In Griekenland echter, waar het schiereiland zich naar het zuiden toe versmalt, reikt de mediterrane invloed over de gehele breedte. Ook aan de oostkust van Griekenland heerst een mediterraan klimaat, dat echter minder vochtig en zacht is dan dat van de westkant. Het klimaat wordt naar het zuiden toe steeds mediterraner. Dit blijkt ook uit het steeds groter wordende aandeel van de winterregens in de totale neerslag: in Albanië is dit nog 30%, in Griekenland al 50%. Ook de hoogtegrens van de altijdgroene mediterrane vegetatie weerspiegelt deze tendens: in het noorden van Dalmatië ligt deze nog op 200 m, maar in Albanie is de grens reeds tot 400 m en in Zuid-Griekenland tot 600 m gestegen. In het oostelijk gebied daalt de vegetatiegrens weer van 500 m in Noord-Griekenland tot ca. 300 m in Thracië. Het binnenland heeft een veel continentaler klimaattype: droger en kouder, maar met regen in alle jaargetijden: Sarajevo (Bosnië-Hercegovina): januari 1,0 °C, juli 19,2 °C, 985 mm; Sofia (Bulgarije): januari –0,3 °C, juli 21,4 °C, 687 mm). Veel zachter, maar minder zacht dan aan de Adriatische kust, is het klimaat van de Zwarte-Zeekust: Varna (Bulgarije): januari 3,5°C, juli 21,9°C, 560 mm).
De flora van het Balkanschiereiland telt ca. 6530 soorten hogere planten en is rijker dan die van elk ander gebied van gelijke oppervlakte in Europa. Onder deze soorten komen bovendien veel planten voor die alleen hier voorkomen (endemen). Het klimaat volgend zijn er twee plantenmilieus te onderscheiden: een mediterraan gedeelte met hoge temperaturen en weinig regen in de zomer, en een Midden-Europees gedeelte met de meeste regen in de zomer.
De mediterrane flora wordt op de Balkan gekenmerkt door: a. Open, altijdgroene bossen, o.a. van Pinus halepensis met maquis als ondergroei; b. Maquis met altijdgroene struiken, o.a. Quercus ilex, Q. coccifera, Q. aegilops, Laurus nobilis; c. De phrygana, een wirwar van aromatische planten. Op 600 m hoogte begint bos met bladverliezende soorten: donseik, Quercus. conferta, els, tamme kastanje, enz.; op grotere hoogte ook beuk en Taxus. Van 800 tot 1500 m (de boomgrens) vindt men naaldbossen, waarin Pinus nigra, Abies cephalonica en Pinus leucodermis karakteristiek zijn. Plataan vormt in het zuiden samen met populier en wilg bossen op vochtige plaatsen.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |