![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search aria (Ital., = lucht, wijze, uitdrukking, v. Grieks aèr = lucht; in het Frans air, in het Duits Arie), in het algemeen een muzikale vorm voor een vocaal (soms ook instrumentaal) stuk dat (vóór ca. 1700) een strofische opbouw heeft, meer in het bijzonder een stuk voor solozangstem met instrumentale begeleiding, dat uit verschillende delen bestaat. De aria kan opzichzelfstaand voorkomen (bijv. aria concertante = concertaria), dan wel als onderdeel van een passie (zie passiemuziek), cantate, oratorium of opera. De instrumentale aria is een eenvoudige compositie uit de 17de en 18de eeuw, die vaak als uitgangspunt diende voor een reeks variaties, bijv. de Goldberg-Variationen van Johann Sebastian Bach. De oorsprong van de aria moet gezocht worden a. in de meerstemmige zangstukken uit het einde van de 15de eeuw, waarin bij iedere strofe één melodie herhaald werd; b. in de zgn. air de court die in Frankrijk in de 16de en 17de eeuw tot bloei kwam en die bestond uit een eenvoudige melodie voor solozangstem met instrumentale begeleiding (meestal luit); c. in de recitatieve zangwijze (stile recitativo; zie recitatief) en in de vroegste ontwikkeling van de opera. Reeds in de Euridice van Jacopo Peri en Giulio Caccini komen naast recitatieve zangstukken strofische zanggedeelten voor, terwijl in de Orfeo van Claudio Monteverdi in eerste aanzet de driedelige aria voorkomt, die later kenmerkend wordt voor de Italiaanse aria. De noodzaak om het verhalende element (dat later gereserveerd werd voor het recitativo) te scheiden van het lyrische element (dat steeds meer gereserveerd werd voor de aria) werd steeds dringender gevoeld. De vorm van de aria was in de 17de eeuw aanvankelijk tweedelig A-A², waarbij het eerste deel gevarieerd werd herhaald, of A-B, waarin het tweede deel verschilde van het eerste. Later en met name bij Alessandro Scarlatti ontwikkelde zich de driedelige vorm met een da capo, volgens het schema A-B-A², waarbij het laatste deel een herhaling met vrije variaties was van het eerste. Vanaf het eind van de 17de eeuw kwam steeds meer de nadruk op de virtuositeit van de uitvoerenden te liggen. Als gevolg daarvan kreeg het recitatief steeds minder aandacht en werd de opera in feite dikwijls een aaneenschakeling van aria's. De tamelijk zelfstandige functie van de aria bleef behouden tijdens de 18de en 19de eeuw, maar wel ontstond er een beter evenwicht tussen verhalende en lyrische delen (bijv. Pietro Metastasio). Pas bij Richard Wagner verliest de aria haar zelfstandigheid en gaat zij, evenals andere elementen functioneren in een samenhangend geheel ten dienste van de eenheid en voortgaande handeling van de opera.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |