![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Pagina 2 van 2
Arabische muziekEncyclopedieartikel
Artikeloverzicht
De liederen worden gecomponeerd naar de diverse dichtvormen. De artistieke vorm bij uitstek, zowel in literair als in muzikaal standpunt, is de strofisch gebouwde tawsik. De kasida (ook: qasida)is een recitatief, nl. een op twee, drie, vijf of zeven versregels geïmproviseerd lied. De dawr is een lichtere vorm, van Egyptische origine, uitgevoerd door een zangsolist, twee of drie koristen en orkest. De voornaamste instrumentale vormen zijn: taksim (een improvisatie in vrij ritme waarin de musicus zonder begeleiding de melodische mogelijkheden van de van tevoren uitgekozen makam nagaat, meestal ter inleiding van een langer muziekstuk gespeeld); de basraf is een instrumentale, geritmeerde ouverture. Een aantal van deze vormen kan gecombineerd worden tot een keten van stukken, een orkestrale suite, die alle in dezelfde toonaard staan. Karakteristiek voor de Arabische muziek zijn veel melodie-omspelende arabesken, melismen, overmatige intervallen en een complexe ritmische structuur.
Naast de hierboven beschreven ‘klassieke muziek’ kent elk Arabisch land zijn volksmuziek, de muziek van het platteland, de bedoeïenen en Berberstammen in Noord-Afrika en de Hedzjaz, mondeling overgeleverd, niet vervat in een complex theoretisch systeem en sterk gebonden aan lokale situaties. Hiervan is geen algemeen overzicht te geven door de grote verscheidenheid in zulk een uitgebreid gebied als het onderhavige en door eenvoudig gebrek aan feitelijke gegevens. De Arabische en Noord-Afrikaanse volksmuziek is nog vrijwel niet onderzocht (met uitzondering van Marokko) en derhalve moet worden volstaan met enkele algemene opmerkingen: de stijlen zijn doorgaans veel minder ‘versierd’, strakker, de melodie- en ritmestructuren minder complex en de instrumenten eenvoudiger van constructie dan de steedse Arabische ‘kunstmuziek’, waarmee echter wel een culturele band bestaat. Veel gebruikte volksmuziekinstrumenten zijn de snavelfluit lira, de mondstukloze fluit gasba, de hobo gaita en de klarinet argoel, het driesnarige tokkelinstrument goenbri, de eensnarige viool rabab en diverse soorten trommels (bijv. de grote tamboerijn bendir, en de tweevellige tbel) en andere slaginstrumenten als bijv. metalen castagnetten. Een veel voorkomende combinatie is bijvoorbeeld gaita + 2 tbel. De muziek van de islamitische kloosterorden zoals de derwisjen staat tussen beide muziektypen in. Vaak dient muziek hier ter begeleiding van trancedansen.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
|||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |