![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Amerikaanse VrijheidsoorlogEncyclopedieartikel
Amerikaanse Vrijheidsoorlog (1775–1783), ook Amerikaanse Revolutie genoemd, is de oorlog waarbij 13 koloniën in Noord-Amerika zich vrijvochten van het moederland Engeland. Deze 13 koloniën (van noord naar zuid: New Hampshire, Massachusetts, Rhode Island, Connecticutt, New York, New Jersey, Pennsylvania, Delaware, Maryland, Virginia, North Carolina, South Carolina en Georgia), ontstaan tussen 1607 en 1732, hadden een gezamenlijke bevolking van niet meer dan ongeveer 3 miljoen mensen. Zij beschikten over een verschillende mate van zelfbestuur, maar waren alle volgens een mercantilistisch systeem gebonden aan de Engelse economie. Na de Zevenjarige Oorlog, die in Amerika de ‘French and Indian War’ werd genoemd en daar duurde van 1755 tot 1762, had Engeland de oppermacht gekregen door de verovering van Canada. Maar het wilde de koloniën laten delen in de onkosten van deze oorlog, die ten slotte ook in hun belang was gevoerd. Daarom werden er in 1764 en 1765 nieuwe belastingen ingevoerd in Amerika, die aansloten op oudere Navigation Acts, resp. de suikerwet (Sugar Act) en de zegelwet (Stamp Act). Deze heffingen leidden tot hevige protesten in de koloniën, die zich uitten in het vormen van politieke organisaties, de zgn. Sons of Liberty, en in het opstellen van nieuwe politieke theorieën, waarvan de voornaamste werd dat het Engelse parlement geen belastingen kon opleggen aan de Amerikaanse koloniën, daar deze zelf niet vertegenwoordigd waren in het parlement (de zgn. ‘no taxation without representation’-theorie). Engeland trok deze eerste belastingen daarop in, maar kwam in 1767 met een hele nieuwe serie accijnzen, de Townshend Acts, zo genoemd naar de nieuwe minister van Financiën, Charles Townshend. Opnieuw begonnen de protesten; een boycot van Engelse waren veroorzaakte ernstige schade aan de handel in beide landen, en in 1770 hief Engeland de heffingen weer op, behalve die op thee. Bovendien waren er vanaf 1768 in het roerige Boston, dat de leiding had bij de boycotactie, Engelse troepen gelegerd. Dit leidde in 1770 tot een botsing, waarbij enige burgers sneuvelden en die in de hartstocht van de propaganda de naam kreeg van de slachting te Boston (Boston Massacre). Andere botsingen volgden; op 16 dec. 1773 wierp een aantal als Indianen verklede inwoners van Boston de lading van drie uit Engeland komende theeschepen overboord (Boston Tea Party). In 1774 nam Engeland nu strenge maatregelen, de coercive acts, waarbij o.a. de haven van Boston geheel gesloten werd. Rechtspraak en bestuur werden aan de kolonisten ontnomen. Het protest hiertegen was algemeen en de Engelse druk leidde tot de aaneensluiting van de koloniën. In ditzelfde jaar al kwamen afgevaardigden van twaalf hunner bijeen in het eerste Continentale Congres in Philadelphia. Nog was er kans op een schikking, maar op 19 april 1775 vielen de eerste schoten, toen een troep Engelse soldaten vanuit Boston oprukte naar Lexington en Concord en in botsing kwam met de boeren aldaar. Nu begonnen de strijdende partijen zich te organiseren. Het tweede Continentale Congres, dat in de zomer van 1775 bijeenkwam, benoemde George Washington als opperbevelhebber, maar bood ook een verzoeningspetitie aan de koning van Engeland, George III, aan. De eerste oorlogshandelingen hadden plaats in het noorden; de Amerikanen veroverden Fort Ticonderoga (10 mei) en verloren de slag bij Bunker Hill (17 juni), waar echter de Engelse verliezen veel hoger waren dan de Amerikaanse. De kracht van de kolonisten lag in hun kennis van het terrein, in hun uitstekende aanvoerder en in hun goede geweren. Maar hun troepen waren slecht georganiseerd, onderbetaald en slecht gevoed, en bovendien was er een deel van de bevolking dat van de afscheiding niets wilde weten, de zgn. ‘Tories‘. Het Amerikaanse enthousiasme werd zeer aangewakkerd door de pamfletten van de vurige revolutionair Thomas Paine. In 1776 verscheen Common Sense, waarvan in drie maanden 120 000 exemplaren verkocht werden. Vanaf 1776 verschenen zijn afleveringen van The Crisis. Er werd in 1776 met wisselend succes gevochten, de Engelsen ontruimden Boston, maar bezetten New York en dreven Washington terug naar New Jersey. Maar belangrijker was dat in het derde Continentale Congres, in de zomer gehouden te Philadelphia, de onafhankelijkheidsverklaring, opgesteld door Thomas Jefferson, werd aangenomen (2–4 juli), waarin de Amerikaanse Revolutie als een teken van vrijheid voor de gehele wereld werd geproclameerd (4 juli 1776, ‘Independence Day’). Kerstmis 1776 maakte Washington zijn beroemde tocht over de Delaware-rivier en overviel hij de Duitse soldaten (waarmee Engeland vocht) bij Trenton, een spectaculair maar niet gewichtig succes. Het volgende oorlogsjaar zag ernstige nederlagen voor de Amerikanen, zelfs Philadelphia ging verloren. Maar op 17 okt. 1777 moest bij Saratoga een groot Engels leger in het noorden capituleren voor generaal Gates. Deze prachtige overwinning had tot gevolg dat de Amerikaanse gezant in Parijs, Benjamin Franklin, erin slaagde Frankrijk over te halen tot een bondgenootschap, dat beslissend zou blijken voor de oorlog. Veel succes hadden in 1778 de stoutmoedige overvallen op Engelse schepen door de kapitein John Paul Jones. Ook een avontuurlijke tocht van generaal George Rogers Clark diep in het wilde westen van Illinois was een groot succes (1778–1779), doordat de Indianen aan de westgrenzen daardoor gematigder werden in hun optreden. Vanaf 1778 begonnen de Engelsen meer aandacht te schenken aan het gevechtsterrein in het Zuiden; in 1780 slaagden zij er zelfs in een groot deel van Virginia te veroveren. In datzelfde jaar pleegde een van de beste Amerikaanse aanvoerders, Benedict Arnold, verraad en leverde bijna het belangrijke fort West Point aan de Hudson over aan de Engelsen. Maar in 1781 wisten de Fransen en Amerikanen in een gezamenlijke actie de Engelse troepen onder bevel van Lord Cornwallis in te sluiten bij Yorktown. De capitulatie van dit grote Engelse leger betekende praktisch het einde van de oorlog. In 1782 kwam het ministerie van Lord North ten val en de nu volgende regering Rockingham begon direct vredesonderhandelingen met de opstandige kolonisten. Deze werden in Parijs gevoerd. Voor de Amerikanen namen hieraan deel Benjamin Franklin, John Quincy Adams, die de eerste gezant van Amerika in Nederland was en die ook dit land in 1780 aan de zijde van Amerika had gebracht in de oorlog, en John Jay, de gezant in Spanje, welk land sinds 1779 eveneens aangesloten was bij de coalitie tegen Engeland. De Amerikanen verkregen bijzonder gunstige voorwaarden: Engeland erkende hun onafhankelijkheid over een grondgebied van de Saint Lawrence en de Sainte Croix Rivier tot aan de 31ste breedtegraad en tot aan de Mississippi in het westen, terwijl de visrechten op de kusten van Newfoundland en Nova Scotia behouden bleven voor de Amerikaanse vissers. Frankrijk en Spanje legden zich hierbij neer, hoewel vooral het laatste land met wantrouwen de nieuwe macht in de Nieuwe Wereld gadesloeg. De Spanjaarden eisten Gibraltar op en verkregen in plaats daarvan Florida, dat sinds 1763 Engels was geweest. De resultaten van de oorlog waren van grote betekenis. De Amerikaanse natie was de vrucht van het idealistische Verlichtingsdenken (zie verlichting[cultuurgeschiedenis]1) van de 18de eeuw. Na een paar jaren van onzekerheid werd in 1787 een grondwet aangenomen (zie Verenigde Staten van Amerika). Een geest van gelijkheid en vooruitgang bezielde de Amerikanen; in alle 13 koloniën, nu staten van de Unie, kwam er een republikeinse staatsvorm, met een weliswaar nog niet algemeen maar toch vrij ruim en zich spoedig uitbreidend kiesrecht. Overal werden titels en eerstgeboorterechten afgeschaft, de bijzondere positie van kerken, met name van de Anglicaanse Kerk, werd opgeheven, slavernij werd in de meeste staten verboden. In Europa had de revolutie grote invloed. De Franse progressieven werden erdoor gestimuleerd om ook in eigen land naar meer vrijheid te streven. In 1789 begon de Franse Revolutie. Het grote verschil tussen de Franse Revolutie en de Amerikaanse Vrijheidsoorlog is echter dat de laatste toch uit een andere, gematigder geest was ontstaan. In Amerika was het de burgerij die in verzet kwam, die meer rechten vroeg, omdat ze welvarend was. Er bestond in de Nieuwe Wereld minder armoede, zodat er geen tweede sociale revolutie op volgde, geen werkelijke omwenteling van de sociale verhoudingen. In zekere zin was de Amerikaanse Vrijheidsoorlog een conservatieve, hoe tegenstrijdig dat klinken moge.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |