![]() Zie ook:
Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar Amerikaanse Burgeroorlog |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Amerikaanse BurgeroorlogEncyclopedieartikel
Amerikaanse Burgeroorlog (1861–1865), was een conflict tussen de noordelijke en de zuidelijke staten van de Verenigde Staten, dat zijn oorzaken had op allerlei gebied. Daar was de oude spanning tussen de federale regering en de deelstaten; dan de tegenstellingen tussen het industriële noorden dat protectie en het katoenverbouwende zuiden dat vrijhandel wenste; vervolgens de slavernij, waarop de hele zuidelijke economie gebouwd was, terwijl in het noorden de kleine boeren overheersten. De uitbreiding naar het westen stelde het land voor de vraag in hoeverre de slavernij binnen zekere perken kon worden gehouden. Terwijl de Democratische Partij– vooral sinds de uitspraak van het Hooggerechtshof van 1857, dat in de hele Unie bezitters hun slaven konden meenemen – meende dat alleen de wil van de bewoners van de nieuwe westelijke staten zelf de slavernij kon uitbannen, meende de nieuwe Republikeinse Partij dat het de taak van de Centrale regering was, om grenzen te stellen aan de uitbreiding van het in haar ogen verfoeilijke systeem. Met alleen de stemmen van het volkrijke noorden werd haar kandidaat, Abraham Lincoln, in 1860 tot president gekozen en dat was het sein voor de zuidelijke staten om zich af te scheiden onder de naam Geconfedereerde Staten. Op 20 dec. 1860 begon South Carolina de secessie, op 6 febr. 1861 sloten Georgia, Alabama, Mississippi, Louisiana, Texas en Florida zich daarbij aan en riepen in Montgomery in Alabama plechtig de nieuwe staat uit. Zij kozen Jefferson Davis als president. Daar Lincoln pas op 4 maart 1861 zijn ambt kon aanvaarden en zijn voorganger James Buchanan machteloos was, konden de zuidelijke staten rustig hun gang gaan. Maar eenmaal aan de macht zond de president hulp aan het bedreigde fort Sumter voor de haven van Charleston in South Carolina. Daarop beschoten de zuiderlingen dit fort en veroverden het. Hiermee was de burgeroorlog een feit geworden. Nog vier staten sloten zich bij het zuiden aan: Arkansas, North Carolina, Tennessee en Virginia, en de hoofdstad van het nieuwe land werd nu Richmond in de laatste staat. Tegenover elkander stonden thans 23 staten met 22 miljoen inwoners en 11 staten met 9 miljoen inwoners, waarvan bijna 4 miljoen slaven waren. Het noorden bezat voorts de voordelen van een industrie en een vloot, waarmee het direct de zuidelijke havens blokkeerde. Maar het zuiden had betere militaire leiders en hoefde zich alleen maar te verdedigen. Bovendien rekende het op de steun van Engeland en Frankrijk. Inderdaad waren de regeringen van die landen voor het zuiden, maar zij durfden niet openlijk partij te kiezen, daar de publieke opinie sterk voor het noorden was. Wel miste Engeland voor zijn industrie de toevoer van de katoen, maar aan het graan uit het noorden komend had het evenzeer behoefte. Zo bleef het officieel neutraal, al steunde het wel ondershands de zuiderlingen (zie Alabama-geschil). Het grootste nadeel voor Lincoln was dat hij aanvankelijk goede militaire leiders miste. Daardoor leed hij twee jaar lang nederlaag op nederlaag. Anderzijds mislukten echter ook de pogingen van de zuidelijke legers om in het noorden door te dringen. Tot tweemaal toe werd de grote aanvoerder van het zuiden, Robert Edward Lee, tegengehouden, in sept. 1862 bij de Antietam, in juli 1863 bij Gettysburg. Aan het westelijk front langs de rivier de Mississippi ging de oorlog goed voor het noorden. Admiraal Farragut landde in 1862 bij New Orleans en bezette die stad, generaal Ulysses Simpson Grant trok vanuit het noorden zuidwaarts en in de zomer van 1863 ontmoetten de beide legers elkaar bij Vicksburg. Zodoende was de hele rivier in handen van de noorderlingen en werd het zuiden in twee delen gesplitst. Grant rukte nu door de staat Tennessee heen naar het oosten en toen hij in 1864 door Lincoln naar het oostelijke front werd geroepen als opperbevelhebber, zette generaal William Tecumseh Sherman zijn werk voort. Deze trok in een wrede stoutmoedige tocht dwars door Georgia naar de Atlantische kust bij Savannah, zonder zich iets van klassiek-strategische problemen van verbinding aan te trekken. Sherman werd zo het voorbeeld van alle latere voorstanders van de bewegingsoorlog. Grant beukte ondertussen met zijn geweldige legers op de wanhopig stand houdende troepen van Lee, terwijl een derde bekwame aanvoerder, generaal Sheridan, door de Shenandoah-vallei trok, diep het zuiden in. Begin april 1865 veroverde Grant Richmond, op 9 april gaf Lee zich over bij Appomattox. Op 26 april capituleerde de laatste zuidelijke generaal, Johnston, voor Sherman. Terwijl het zuiden niet ten onrechte trots is op de figuur van Robert Lee als een nobel en wijs leider, vereert het noorden met nog veel meer recht de zoveel grotere gestalte van Abraham Lincoln. De zin van de oorlog is als het ware in hem belichaamd. Aanvankelijk was zijn doel de Unie te bewaren en alles had hij daarvoor over. Maar langzamerhand begon hij in te zien dat de slavernij de kernkwestie van het hele gebeuren was. In 1863 schafte hij de slavernij af. Dat was een militaire maatregel, maar die werd gevolgd in 1865 door een amendement op de grondwet, waarbij de slavernij voorgoed verdween. Lincolns daad was ook bedoeld om de sympathie van Europa te verwerven, terwijl zijn maatregel bovendien de morele aard van de strijd onderstreepte. Vijf dagen na de capitulatie van Lee werd Lincoln neergeschoten in de schouwburg. Van zijn programma van verzoening met het zuiden kwam daardoor niets terecht (zie Reconstruction). De gevolgen van de oorlog waren vreselijk. Hij kostte de noorderlingen 360 000 man, de zuiderlingen 258 000. Grote gedeelten van het zuiden waren verwoest en een diepe scheur van haat was door het land getrokken, die thans, ruim honderd jaar later, nog altijd niet helemaal hersteld is.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |