Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Artikeloverzicht
allergie (van Grieks allos = ander, ergon = werk), een ongewenste reactie van het afweersysteem. De werking wordt veroorzaakt door bepaalde stoffen (allergenen), die in het lichaam na kort of langdurig contact een toestand van anders reageren (allergisch reageren) kunnen veroorzaken. Het lichaam is in staat met behulp van het afweersysteem (immuunsysteem) schadelijke stoffen te herkennen en op te ruimen. Soms echter treedt het afweersysteem onnodig in werking tegen lichaamsvreemde stoffen die niet direct schadelijk zijn; een gezond lichaam is voor deze stoffen tolerant (zie verder immuniteit). Men spreekt bij zo’n onnodige reactie van een allergische reactie. Het begrip allergie werd ingevoerd door Von Pirquet naar aanleiding van het verschijnsel dat de reactie op een injectie van een allergeen bij een reeds vroeger met die stof ingespoten dier anders verloopt dan bij een normaal dier. Dit begrip heeft zich in de loop van de tijd uitgebreid tot een scala van allerlei soorten van overgevoeligheidsreacties, die ogenschijnlijk slechts weinig verband met elkaar hebben. Hoewel overgevoeligheid een wat ruimer begrip is van allergie, wordt het vaak als synoniem gebruikt.
De hinder kan variëren van onschuldige huiduitslag en jeuk tot zeer lastige aandoeningen aan de slijmvliezen en de huid. In uitzonderlijke gevallen kan er een anafylactische reactie optreden, waaraan een patiënt kan overlijden (zie anafylaxie).
De meeste allergieën komen in bepaalde families vaker voor dan in andere. Kinderen van ouders met zo’n allergie hebben een grotere kans zelf ook allergisch te worden. Zij hoeven echter niet eenzelfde type allergie te ontwikkelen. Als een ouder bijvoorbeeld lijdt aan astma of hooikoorts, kan zijn of haar kind lijden aan eczeem, en omgekeerd. In het algemeen heeft een kind van wie een ouder allergisch is, een kans van één op drie zelf ook allergisch te worden. Of dit inderdaad het geval is, hangt mede af van de hoeveelheid allergenen waaraan een kind tijdens het opgroeien wordt blootgesteld: hoe groter de blootstelling aan allergenen, des te groter is de kans dat zo'n kind allergisch wordt.
De twee meest voorkomende allergische reacties zijn volgens de indeling van Gell e.a. (1975) de immediate-type reacties (type I) en de delayed-type allergische reacties (type IV). De type I-reacties worden nog weer onderverdeeld in a. atopische reacties en b. anafylactische reacties. Daarnaast zijn er nog twee minder frequent voorkomende allergische reacties nl. het cytotoxische type (type II) en het Arthusfenomeen (type III). Zie ook afweerreactie. De allergieën worden dus als volgt onderverdeeld.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |