Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar akkoord [muziek]

Resultaten van Windows Live® Search

  • Akkoord (muziek) - Wikipedia

    Een akkoord is de samenklank van drie of meer tonen, die zodanig samenklinken dat zij voor het muzikale oor samensmelten tot een gestalte. Let wel: een samenklank van slechts twee ...

  • Muziek vereniging Somerens Lust

    Akkoord Het Akkoord is een belangrijk contactorgaan voor de gehele vereniging. In het Akkoord staan verslagen en foto’s van de verschillende onderdelen van de ...

  • Akkoord Magazine

    Voor iedereen die zelf muziek maakt . Tweemaandelijks tijdschrift voor iedereen die muziek maakt, met de nadruk op akoestische muziek, klassiek, volks- en wereldmuziek.

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search

akkoord [muziek]

Encyclopedieartikel
Multimedia
Akkoorden in de muziekAkkoorden in de muziek

akkoord [muziek] (via Ital. accordo, v. Lat. chorda = snaar), samenklank van ten minste drie tonen van verschillende toonhoogte. Naar het aantal van deze tonen onderscheidt men drieklanken, vierklanken, vijfklanken, enz. Wanneer de verschillende tonen van het akkoord niet tegelijk, maar na elkaar worden gespeeld, spreekt men van een gebroken akkoord.

Een opeenvolging van akkoorden, vaak in een vaste volgorde, noemt men een akkoordenschema. Het schema wordt vaak een aantal malen herhaald. Een akkoordenschema wordt dikwijls gebruikt als begeleiding van een melodie (akkoordbegeleiding).

In de klassieke muziek is een akkoord samengesteld volgens het principe van de tertsopbouw, zoals geformuleerd door Gioseffo Zarlino (Istitutioni harmoniche, 1558), en later door Jean Philippe Rameau (Traité de l’harmonie réduite à ses principes naturels, 1722; Génération harmonique, 1737). Voor de leer van opbouw en verbinding van akkoorden zie harmonieleer [muziek].

Sedert de tweede helft van de 19de eeuw werden er dikwijls zoveel tertsen op elkaar gestapeld dat de akkoorden hun oorspronkelijke tonale functie dreigden te verliezen (zie tonaliteit), bijv. door Richard Wagner, Johannes Brahms, Richard Strauss en Arnold Schönberg. Bovendien werden hierdoor de akkoordverbindingen zo complex, dat hun tonale samenhang eveneens onduidelijk werd.

Rond het begin van de 20ste eeuw zocht men dan ook naar andere constituerende intervallen: de kwint (in het impressionisme) en de kwart (in het expressionisme). Nadat de tonale basis eenmaal was verlaten (in de Weense School en het futurisme), konden in principe alle intervallen voor de opbouw van akkoorden worden gebruikt (zie ook twaalftoontechniek).

Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum