![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Pagina 4 van 7
AfghanistanEncyclopedieartikel
Artikeloverzicht
Introductie; 1. Landschap, klimaat en natuur; 2. Bevolking; 3. Staatsinrichting en samenleving; 4. Economie; 5. Geschiedenis; 6. De 21ste eeuw
Hoewel Afghanistan over aanzienlijke minerale reserves beschikt, worden deze als gevolg van de gebrekkige transportmogelijkheden nog slechts in geringe mate benut. In het noorden komen aanzienlijke voorraden lood en ijzererts voor, die nog niet in exploitatie konden worden genomen; de hier ontdekte aardoliereserves worden voor dit doel te klein geacht. In Ainak wordt koper gewonnen en gesmolten. In Hajigah is een ijzermijn. Tevens worden verscheidene steenkoollagen van wisselende kwaliteit met vooral Tsjechische hulp ontgonnen (Hindoe Koesj, Dara-i-Soef). In het noorden, bij Sjiberghan, is een groot aardgasveld ontdekt (geschatte reserve: 100 miljard m3), dat sedert 1967 met Russische hulp wordt geëxploiteerd (het grootste deel van het gas [97%] wordt via een pijpleiding naar de GOS-landen uitgevoerd). Goud wordt gewonnen bij Kandahar in het zuidoosten en als riviergoud in enkele rivieren in het noorden. In Badachsjan in het noordoosten wordt lapis lazuli (lazuursteen) van uitzonderlijk goede kwaliteit gewonnen. Voorts zijn (voorlopig niet exploitabele) voorraden zink, zilver, asbest, mica, zwavel en beryl aangetoond.
De voorziening met elektrische energie berustte tot voor kort bij een aantal kleine thermische centrales, waarbij zich echter geleidelijk een aantal krachtiger hydro-elektrische centrales voegt, gevolg van de bouw van stuwdammen. Tevens wordt elektriciteit betrokken vanuit Rusland. De productie van elektrische energie is gestegen van 123 miljoen kWh per jaar in 1961 tot 1100 miljoen kWh per jaar in 1988/1989, maar daalde in 2000 tot 375 miljoen kWh.
In 1976 bedroeg het aandeel van de industrie in het bnp slechts 2,5%; in 1987 bijna 10%; en in 1990 was dit gestegen tot 33%. Maar door de burgeroorlog was dit in 2002 teruggelopen tot 20%. De opkomende, maar nog zeer bescheiden industrie is voor 90% geconcentreerd in het noordoosten van het land, vooral rond Kabul en biedt aan 10% van de beroepsbevolking werk. Ambachtsproducten (textielhandwerk), de textielindustrie (katoen, wol, zijde) en de landbouwverwerkende industrie zijn de belangrijkste takken.
De totale waarde van de Afghaanse export in 2001 werd geschat op 1,2 miljard dollar; de import op 1,3 miljard dollar. In 1999 waren de belangrijkste exportpartners: Pakistan (32%), India (8%), België (7%), Duitsland (5%), Rusland (5%) en de VAE (4%). Naast de illegale export van opium exporteerde Afghanistan vooral fruit en noten, handgeweven tapijten, wol, katoen, huiden, en edelstenen. De voornaamste importpartners waren: Pakistan (19%), Japan (16%), Kenia (9%), Zuid-Korea (7%), India (6%), en Turkmenistan (6%). De Afghaanse import tekent de afhankelijkheid van de economie: kapitaalgoederen, voedsel, olieproducten, en consumptiegoederen. Het ontbreken van een sterk centraal gezag buiten de hoofdstad Kabul stimuleert de smokkelhandel (opium) en vormt een belemmering voor de officiële handelsstromen.
Afghanistan kent een wijdmazig wegennet van 22 000 km, waarvan ruim 13% verhard, met name de rondweg om het Hindukush-massief, en het begin van een spoorwegnet. Door de oorlog zijn veel bruggen en tunnels vernield. Bovendien vormen de vele nog niet opgegraven landmijnen een gevaarlijk obstakel voor transport over de weg. Veel goederen worden vervoerd per kameel, ezel of paard. In het noorden werd met Sovjethulp de infrastructuur uitgebreid, maar die is merendeels gericht op Centraal-Azië (de Salangtunnel en een brug over de Amu Darya of Oxus, die in 1982 gereed kwam, vormen de voornaamste schakels). Een belangrijke verbinding met Pakistan vormt de Khyberpas. De rivieren zijn, op de noordelijke grensrivier Amu Daryov na, vrijwel onbevaarbaar. Op de Kabul en de Koenar wordt hout gevlot. Een groot aantal vooral militaire vliegvelden is door de voormalige Sovjet-Unie aangelegd. Grote internationale luchthavens bevinden zich in Kabul en Kandahar. De nationale luchtvaartmaatschappij Ariana onderhoudt het internationale en het binnenlandse luchtverkeer. Grote gasleidingen verbinden de Afghaanse gasvelden met Rusland. De leidingen waren, evenals andere infrastructurele voorzieningen, vaak doelwit van sabotageacties door het verzet. In 2000 waren er slechts 1,2 telefoonlijnen en mobiele telefoons per 1000 inwoners.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |