Feiten en cijfers
Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar Afghanistan

Resultaten van Windows Live® Search

  • AFGHANISTAN

    AFGHANISTAN ... Algemeen Afghanistan ligt in Zuid-Azië ten noorden en westen van Pakistan en ten oosten van Iran.

  • NOSJOURNAAL - Missie Afghanistan

    Miljoenen Afghanen hebben hulp nodig om aan eten te komen. De voedselprijzen zijn fors gestegen.

  • afghanistan.startpagina.nl

    De Afghanistan startpagina van Nederland ... Welkom!Afbeelding Bamiyan Boeddha van Martine Jacobs stuur mij een bericht

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search
Pagina 3 van 7

Afghanistan

Encyclopedieartikel
Multimedia
Vlag van AfghanistanVlag van Afghanistan
Artikeloverzicht

3.2 Administratieve indeling

Afghanistan is administratief verdeeld in 34 provincies.

3.3 Lidmaatschap van internationale organisaties

Afghanistan is sedert 1946 lid van de Verenigde Naties en maakt deel uit van de belangrijkste organen en commissies van de VN. Het land is actief binnen de organisatie van niet-gebonden landen en binnen de Groep van 77.

3.4 Partij en vakbondswezen

Sinds de verdrijving van de Taliban in november 2001 is de Afghaanse politiek georganiseerd rondom de belangrijkste etnische en tribale leiders en krijgsheren, zoals de Pathaanse president Hamid Karzai, de Oezbeek Rashid Dostum, de Tadzjiekse gouverneur van Herat Ismail Khan, en de Tadzjiek Mohammed Atta. Voorts speelden de Tadzjiekse erfgenamen van de in september 2001 vermoorde Massoud een belangrijke rol op het politieke toneel: vice-president en minister van Defensie Mohammed Fahim, minister van Buitenlandse Zaken Abdullah Abdullah en minister van Onderwijs Younis Qanooni. Voormalig president Rabbani en de ex-koning Mohammed Zahir Shah schaarden zich uiteindelijk achter Karzai en gaven hun zelfstandige politieke aspiraties op. De autoriteit van de regering Karzai beperkt zich in feite tot de hoofdstad Kabul, waar troepen van ISAF gelegerd zijn. In de overige delen van Afghanistan hebben de lokale krijgsheren het grotendeels voor het zeggen, wat herhaaldelijk leidt tot etnische en intertribale rivaliteit.

4. Economie

4.1 Algemeen

Afghanistan behoort tot de armste landen van de wereld. Ruim twintig jaar burgeroorlog en economisch wanbestuur leidden tot het verlies van arbeid en kapitaal, de ontwrichting van de landbouw, productie, handel en transport en brachten het land op de rand van de afgrond. Perioden van ernstige droogten, zoals in de jaren 1998-2001, verergerden de situatie. Volgens schattingen van de VN is eenderde van de graanvelden onbruikbaar door mijnenvelden en niet-geëxplodeerde bommen en is 40% van de irrigatiesystemen vernietigd. Volgens de Wereldbank worden zeven miljoen mensen bedreigd door hongersnood en er bestaat een hoge kindersterfte van 280 kinderen onder de vijf jaar op 1000 geboortes. Het Wereldvoedselprogramma van de VN (WFP) speelt een grote rol bij de verspreiding van voedsel onder de bevolking. Vooral de bakkerijen van de WFP, een van de weinige sectoren waren vrouwen mochten werken onder de Taliban, vormen een belangrijke schakel in de voedseldistributie. Maar deze bakkerijen zijn geconcentreerd in Kabul. De regering van Karzai werd tijdens de wederopbouw met talrijke problemen geconfronteerd. Allereerst waren er grote financiële en economische problemen. Volgens de Wereldbank kost de wederopbouw van Afghanistan de komende tien jaar bijna 15 miljard dollar. Afghaanse functionarissen becijferden het drievoudige bedrag. De toegezegde hulp van $ 4,5 miljard tot in 2006, die wordt beheerd door het Reconstructiefonds van de Wereldbank, bereikte Afghanistan moeizaam. Dit betekende dat salarissen van ambtenaren niet werden betaald en de start van infrastructurele projecten werd uitgesteld of vertraagd. Begin 2003 had nog maar 23% van de Afghanen de beschikking over veilig water, 12% over adequate riolering en slechts 6% toegang tot het elektriciteitsnet. Een van de grootste uitdagingen voor de regering vormt het onderwijs, speciaal het meisjesonderwijs dat onder de Taliban ernstig werd verwaarloosd. Sinds begin 2002 gaan zo’n drie miljoen kinderen weer naar school, van wie eenderde deel meisjes. Maar de regionale spreiding is zeer groot. In Kandahar gaat bijvoorbeeld maar 10% van de kinderen naar school. Een groot probleem was de hervatte grootschalige papaverteelt voor heroïne, die de groei van de agrarische productie van 82% in 2002 bedreigde en op de langere termijn de binnenlandse voedselvoorziening bedreigt. Daarbovenop kwam de aardbeving in Noord-Afghanistan in maart 2002 met ruim 2000 doden en 15 000 tot 30 000 daklozen. President Karzais grootste probleem vormt het gebrek aan centraal gezag, dat leidt tot onveiligheid en banditisme, hetgeen de wederopbouw ernstig belemmert. Door de economische crisis en wanbestuur zijn betrouwbare recente gegevens over bnp, inkomen per hoofd van de bevolking en inflatie niet voorhanden.

4.2 Land- en bosbouw

Ongeveer 53% van de bevolking van Afghanistan is in de landbouw werkzaam. Bij dit cijfer zijn de nomaden niet meegeteld. De landbouw draagt voor 50% bij aan het bruto nationaal product. Als redenen voor deze verdeling kunnen o.m. genoemd worden: primitieve landbouwmethoden, geringe bedrijfsgrootte die mechanisatie verhindert, ontoereikende agrarische kredieten en een gebrek aan kunstmest. Ca. 12% van de bodem (8 miljoen ha) is voor landbouw geschikt. Ruim de helft is voor akkerbouw bestemd, maar hiervan is wegens een tekort aan water en wegens de oorlogssituatie slechts minder dan de helft in gebruik. Een van de belangrijke doelstellingen is dan ook de uitbreiding van het areaal door middel van bevloeiingswerken, m.n. in het Helmendgebied nabij de Iraanse grens en in de streek ten noorden van Kandahar (Arghandabstuwmeer). De belangrijkste akkerbouwproducten zijn: graansoorten, fruit (vooral druiven), vijgen, amandelen, noten, bonen, tabak, katoen, suikerbieten, suikerriet, drugs en een tropische verfstofplant (Rubia tinctorum). Een groot deel van deze producten dient voor inheemse consumptie. Belangrijker is de veeteelt (op ca. 38% van het grondgebied), vooral beoefend door nomadische en halfnomadische stammen, zoals de Toerkmenen in het noorden. Met name het karakoelschaap speelt in de veeteelt een belangrijke rol. Ten gevolge van grote droogte in de jaren 1969–1971 is het aantal schapen echter drastisch teruggelopen, in het noorden en noordoosten in sommige streken met 80 à 95%. Van regeringszijde is er sedertdien naar gestreefd de omvang van de veestapel op het oude niveau terug te brengen, maar de burgeroorlog sinds 1978 eiste opnieuw een zware tol. De lamspels van het karakoelschaap vormt een van de belangrijkste exportartikelen; de verhandeling is staatsmonopolie. Bovendien levert het karakoelschaap vlees en wol, terwijl het vet uit de staart gebruikt wordt bij de voedselbereiding. Een groot probleem voor de veeteelt in Afghanistan is de beperkte hoeveelheid weidegrond. De overbegrazing die hiervan het gevolg is, draagt bij aan de bodemerosie. In plaats van een kwantitatieve verbetering van de veestapel na te streven, tracht men door raskruising de kwaliteit van het vee te verhogen (m.n. van het karakoelschaap).

Van een geregeld bosbeheer is nog geen sprake. Vooral de wouden in het zuidoosten van het land hebben ernstig te lijden onder roofbouw. De wouden van Noeristan voorzien gedeeltelijk in de inlandse behoefte aan hout.

Vorige
| | | | | |
Volgende
Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum