![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search absurd toneelEncyclopedieartikel
absurd toneel of absurdistisch toneel, benaming voor een dramatische stijl in de jaren vijftig van de 20ste eeuw, ook wel anti-theater of nouveau théâtre genoemd. Hoewel de term absurd een vaag en vooral dubbelzinnig (disharmonisch, belachelijk, zinloos) begrip is en ook niet geschikt is ter aanduiding van een theatergenre (dat als compositie wel degelijk zinvol en consequent is), is hij bruikbaar als fixering van plaats en tijd in de geschiedenis van het drama (in Frankrijk, na A. Camus’ Mort de Sisyphe, 1942) en als werkterm binnen de ontwikkeling van de avant-gardekunst. Camus situeerde het ‘absurde’ (de algemene toestand van de mens bepaald als zin- en doelloos) in de relaties tussen mens en wereld, in de breuk tussen de aspiraties van de mens en zijn reële levenskansen, met de dood als onbegrijpelijk slot. De held van het absurde is hij die – zonder illusie of hoop – deze breuk aanvaardt en toch verder leeft. Existentiële angst is een belangrijk inhoudelijk element. De schrijvers van absurd toneel en het daaraan ten grondslag liggende absurdistische verhaal, bouwen hun teksten op dit begrip van het absurde op en geven er een specifieke vorm aan. Te noemen zijn vooral S. Beckett, E. Ionesco en A. Adamov; ondanks grote varianten behoren tot deze richting ook R. Pinget, J. Tardieu, F. Arrabal, B. Vian, R. Dubillard, R. Weingarten, Ph. Adrien, E. Albee, J. Gelber, A.L. Kopit, M. Schisgal, H. Pinter, N.F. Simpson, G. Grass, W. Hildesheimer, S. Mrożek, V. Havel, I. Klima, en als Nederlandstalige Belgische auteurs T. Brulin, Piet Sterckx, J. Christiaens en Willem Maurits Roggeman. In Nederland rekent men Lodewijk Maria de Boer wel tot het absurd toneel, met The family. De meeste van deze auteurs vertegenwoordigen echter eerder het formele dan het thematische aspect van het absurde en het verschil met het surrealistische drama is niet altijd duidelijk. De vorm van het absurd toneel wordt gekenmerkt door het loslaten van de conventies: de gebruikelijke opbouw wordt vervangen door een aantal willekeurige taferelen zonder interne logica; psychologische relaties worden niet uitgedrukt door middel van de dialoog; de taal wordt voorgesteld als een verzameling betekenisloze clichés. De personages sluiten elke neiging tot identificatie bij de toeschouwer uit. De toeschouwer wordt oog in oog geplaatst met een serie feiten die vaak tegenstrijdig zijn. Absurd toneel is vaak satirisch en spot met ieder die in deze wereld nog zin wil zien. Hun ‘engagement’ brengen de auteurs niet rechtstreeks in de handeling onder; ze drukken het metaforisch uit en suggereren een esthetische, niet een pragmatische oplossing, bijv. in de principiële onernst (Ionesco) of de ijzingwekkende reductie van het spreek- en toonbare (Beckett). Terwijl het surrealistische theater het fantastisch-nonsensicale manipuleerde om een geheimzinnige werkelijkheid te suggereren waarachter steeds nog een positieve (zij het momenteel niet achterhaalbare) zin schuil gaat (bijv. liefde, magie, het onbewuste, het demonische), biedt het absurd toneel ongenadige beelden van het ultieme en onmysterieuze: on-zin als inhoud van alle leven, het theater als bewijs van het niets. Als tendens is dit soort dramatiek in het begin van de jaren zestig teruggedrongen door de toenemende ideologisering en politisering van het theater; tegelijk is van de verbeeldingrijke vorm veel in deze nieuwe politieke dramatiek opgegaan.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |