![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Pagina 4 van 4
Artikeloverzicht
Introductie; 1. Typen aardbevingen; 2. Aardbevingsgolven; 3. Aardbevingsgordels; 4. Diepte van de aardbeving; 5. Intensiteit; 6. Magnitudeschaal van Richter; 7. Mechanisme van aardbevingen; 8. Microseismen; 9. Aardbevingen in Nederland en België
Strikt genomen is de aarde onophoudelijk in trilling. De zwakste vibraties, die alleen door gevoelige seismografen worden geregistreerd, zijn de microseismen. Het zijn trillingen met een amplitude van enkele micrometers en met een periode van enkele seconden. De natuurlijke ruis hangt in belangrijke mate samen met het weer op de oceaan. Diepe depressies, die gepaard gaan met hevige stormen op de oceaan, kunnen in onze streken aanleiding geven tot microseismen. In Nederland en België is de microseismische bodembeweging afkomstig uit de Noordzee of uit de Atlantische Oceaan; zij bestaat uit lange reeksen van min of meer regelmatige trillingen. Deze kunnen dagen achtereen voortduren, en in feite zijn er maar weinig dagen waarop de zwakke trillingen van de microseismen geheel ontbreken. Microseismen uit de Atlantische Oceaan hebben perioden van 6 tot 8 seconden; komen ze uit de Noordzee, dan is de periode iets korter (2 tot 6 s). Het is zeer waarschijnlijk dat de microseismen ontstaan door drukfluctuaties die staande zeegolven op de bodem van de oceaan uitoefenen; daardoor fungeert een depressiekern op de oceaan vaak als middelpunt van de microseismische golfbeweging. De staande golven veroorzaken drukschommelingen op de zeebodem, die zich als rayleighgolven door de oceaanbodem voortplanten, en van daar tot grote afstand in het continent kunnen doordringen.
In Nederland zijn aardbevingen zeldzame verschijnselen; van de hier gevoelde aardbevingen ligt de haard meestal buiten Nederland. Voor zover de epicentra in Nederland zelf voorkomen, liggen ze in het zuidoosten, in Noord-Brabant en Limburg. De tektoniek wordt in deze provincies gekenmerkt door een ondergrond die door een serie steilstaande breuken in hogere en lagere streken, horsten en slenken, is verdeeld. Het breukgebied, dat van Zuid-Limburg in noordwestelijke richting door de provincie Noord-Brabant loopt, is een voortzetting van de veel belangrijker breukzone van het Rijndal in Duitsland, waar aardbevingen dan ook vaker voorkomen dan in Nederland. De op een na sterkste Nederlandse aardbeving van de 20ste eeuw was die van 20 november 1932, met epicentrum nabij Uden (Noord-Brabant), met magnitude 4,7. In 13 april 1992 werden Roermond en omgeving getroffen door een zwaardere aardbeving, met magnitude 5,7; er ontstond zware schade in het Nederlands-Duitse grensgebied. Ook in België komen weinig aardbevingen voor. De sterkste schokken bereikten een intensiteit van VII. De omvangrijkste schade in de loop van de 20ste eeuw werd veroorzaakt door de aardbeving van 11 juni 1938, toen 25 000 schoorstenen werden omgeworpen. De magnitude volgens Richter bedroeg 5,6. De haard lag tussen 25 en 50 km diepte onder de gemeenten Zulzeke en Nukerke (bij Oudenaarde) en het macroseismische gebied bestreek een oppervlakte van 100 000 km2. In 1983 werd Luik getroffen door een aardbeving van magnitude 5 waarbij plaatselijk belangrijke schade ontstond. De epicentra vallen in België samen met de breukenrijke zones van de synclinale van Namen in Henegouwen, en van het oosten van de provincies Luik en Limburg, evenals met die van het Cambro-Silurisch Brabants Massief.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
|||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |