![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Willem II [Nederlanden]Encyclopedieartikel
Artikeloverzicht
Introductie; 1. Ambities van Willem II; 2. Verzet van het gewest Holland; 3. Verzet van de Staten-Generaal; 4. Dood van Willem II; 5. Begin van het Eerste Stadhouderloze Tijdperk
Willem II [Nederlanden] (Den Haag 27 mei 1626 – Den Haag 6 nov. 1650), prins van Oranje, graaf van Nassau, stadhouder van Groningen, Overijssel, Gelderland, Holland, Zeeland en Utrecht en kapitein-generaal van de Unie van 1647 tot 1650, oudste kind en enige zoon van Frederik Hendrik en Amalia van Solms. Willem II volgde zijn vader na diens overlijden op 14 maart 1647 op. Op grond van de diverse, hem in zijn jeugd verleende ‘actes de survivance’ volgde hij zijn vader op in al zijn functies.
Willem II was in 1641 getrouwd met de toen tienjarige Maria Stuart, dochter van Karel I van Engeland. Hij was fel tegen de Vrede van Münster (1648) omdat deze beëindiging van de oorlogshandelingen hem de kans ontnam om een beroemd militair te worden, zoals zijn oom Maurits en zijn vader, en bovendien verloor hij hiermee een zeer aanzienlijk deel van zijn inkomen. Vrijwel vanaf het begin van zijn ambtsaanvaarding had hij contact met buitenlandse diplomaten, vooral met de Fransman d'Estrades, en zette zich in voor het hervatten van de oorlog met Spanje en ook voor gewapend optreden tegen de Engelse Republiek met als doel de verbannen Stuarts weer terug te krijgen op de Engelse troon. Hij stuitte hierbij op onwrikbaar verzet van de Staten van Holland. De andere zes Statencolleges waren doorgaans bereid de stadhouder te steunen, ook Friesland dat Willems oom Willem Frederik als stadhouder had, die een krachtig medestander van Willem II was.
In 1650 maakte Willem in diep geheim een plan voor een oorlog van zes gewesten tegen het recalcitrante Holland. Voor dit plan zocht hij bovendien de steun van Frankrijk. Het grote punt van onenigheid tussen de prins en de Hollandse, speciaal de Amsterdamse, regenten was de ‘ménage’, dat was de door Holland verlangde bezuiniging door afdanking van troepen. Niet alleen om financiële redenen drong het gewest, dat bijna 60 procent van alle lasten droeg, daarop aan, maar ook om de prins bij een eventuele staatsgreep de steun van een grotendeels uit buitenlanders bestaande krijgsmacht te ontnemen. Toen de Staten van Holland na twee jaar van onderhandelen hun doel niet bereikt hadden, deelden zij begin juni 1650 de commandanten van de tot hun repartitie staande legerafdelingen mee dat zij de soldijgelden niet langer zouden betalen. De manschappen konden alleen door de Staten-Generaal worden ontslagen, maar het inhouden van de soldij maakte het ontslag onvermijdelijk. De prins hoopte door Amsterdam, het hart van het verzet, met zijn troepen te bezetten en de kopstukken van de Staten te arresteren, het gewest op de knieën te krijgen. Hij liet zes prominente Statenleden arresteren en naar Loevestein deporteren, waaronder Jacob de Witt (de vader van Johan en Cornelis), maar een poging om Amsterdam in te nemen (29–30 juli 1650) mislukte. Toch gaf Amsterdam toe aan Willems eisen drong niet verder aan op ontslag van de legerafdelingen.
Daardoor in zijn zelfvertrouwen gesterkt, eiste Willem II van de Staten-Generaal dat zij de Spaanse regering een ultimatum zouden stellen van onmiddellijke staking van de vijandelijkheden tegen Frankrijk. Tot zijn woede werd dit door vrijwel alle gewesten van de hand gewezen. Ook een door Willem gewenst ultimatum aan de Engelse Republiek om tot herstel over te gaan van de Stuart-dynastie, werd niet door de Staten-Generaal gesteund.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
|||||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |