Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar Wagner, Richard

Resultaten van Windows Live® Search

  • wagner.startpagina.nl

    De Richard Wagner-links van Startpagina

  • Kinderpleinen (RICHARD WAGNER)

    Richard Wagner was een Duits componist ... ZOEKPLEIN - KINDERPLEINEN: Kinderpleinen is een GRATIS STARTPAGINA mogelijk gemaakt door ONZE adverteerders in de linker kolom.

  • Richard Wagner

    Richard Wagner: Wagner werd geboren in het Duitse Leipzig en hield van kinds af aan van het theater. Toen hij twintig was, kreeg hij een baan waarbij bij piano ...

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search
Pagina 2 van 2

Wagner, Richard

Encyclopedieartikel
Multimedia
Richard WagnerRichard Wagner
Artikeloverzicht

2. Werk

De interpretatie van en de waardering voor Wagners opera's worden in de eerste plaats gedifferentieerd door de verschillende stijlperioden waarin de werken zijn ontstaan. Vanaf zijn jeugdwerken tot en met Der fliegende Holländer, Tannhäuser en Rienzi staat de creativiteit van de componist sterk onder invloed van voorbeelden, hoezeer hij zich daaraan ook wenste te onttrekken. Weber en Marschner klinken door in Die Feen, Bellini in Das Liebesverbot; zijn eerste belangrijke opera, Rienzi, roept elk moment herinneringen op aan Meyerbeer en Spontini. Met name de melodie gaat in het tweede gedeelte van Wagners oeuvre een zeer persoonlijke muzikale inhoud bepalen: ‘zij maakt zich los van de klassieke, ritmisch gebonden geometrisering en gaat ongebonden uitwelven’ (E. Kurth). Men duidt dit wel aan met de term ‘Unendliche Melodie’. De waardering van Wagners latere werken beweegt zich dan ook rondom deze muzikale essentie en – zeker in recente tijd – niet meer rond de vaak hol aandoende teksten. Een moeilijkheid in het vlak van de interpretatie is de benadering van het dramatische element, o.a. al door het feit dat de dramaticus Wagner daarvoor minder aanwijzingen heeft nagelaten dan de musicus Wagner voor de vertolking van zijn partituren. Daardoor zijn in de loop van de jaren de verschillende elementen woord, toon en enscenering, die het totaal van het Gesamtkunstwerk vormen, op telkens wisselende wijze geaccentueerd. Ook de interpretatie van de politieke en filosofische denkbeelden die aan zijn werk ten grondslag hebben gelegen, is in de loop van de jaren veel veranderd. Met zijn hang naar een totale creatieve zelfontplooiing en zijn door uiteenlopende ideologieën gevoede denkwereld werd Wagner de ontwerper van een artistieke mythe, die ook door het pathos waarmee zij gebracht werd generaties in haar ban hield. De Bayreuth-cultus is mede hierop terug te voeren. Diezelfde aspecten van zijn oeuvre, dat bovendien als typisch Germaans werd aangevoeld en als zodanig ook in politieke kunsttheorieën werd betrokken, hebben anderzijds sterke weerstanden opgeroepen.

Met name Wagners kleinzoon Wieland wijzigde op revolutionaire wijze het dramatische element in de interpretatie van vooral Ring en Parsifal. Met vele varianten en reacties op die ingreep heeft de operawereld de abstrahering en de omwerking tot symbolen van de hemel en aarde omspannende ideeënschat van Wagner gevolgd, tegelijk met een vrij algemeen aanvaarde ‘ontbossing’ van het operatoneel en de beperkende onderkenning van de tekst als drager van de stem-klank. Mede door de perfectionering van de instrumentale en vocale interpretatiekunst is de uitstraling van Wagners muziekdrama's nu een overwegend muzikale geworden. In de doorgecomponeerde vorm (aria's, recitatieven en ensembles zijn samengesmolten tot een doorlopende golf van muziek) klinken de ‘Leitmotive’ als de thema's die personen en situaties in het drama aanduiden. Hoewel Wagner herhaaldelijk de hoop en het geloof heeft uitgesproken dat zijn operagenre de vorm van de toekomst zou worden, bleek juist die vorm te persoonlijk dan dat hij kon worden overgenomen. Puccini en Debussy bijv. hebben zich er bewust van gedistantieerd. Melodie en instrumentatie van Wagners werk hebben daarentegen grote invloed gehad op de muziekgeschiedenis op het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw; de opera Tristan heeft wat betreft deze twee elementen van de compositieleer een ommekeer teweeggebracht. Het oeuvre van Richard Strauss heeft zeer sterke impulsen van Wagner gekregen; Het werk van Arnold Schönberg (uit de eerste periode) zou zonder Wagner ondenkbaar zijn; Bruckner wilde niets liever dan Wagner zo dicht mogelijk benaderen.

3. Nalatenschap

In mei 1973 is de Richard Wagner-Stiftung in het leven geroepen, die de nalatenschap van Wagner uit het familiebezit beheert en bewaart; ook het Festspielhaus valt onder de stichting, die het telkens voor de Festspiele ter beschikking stelt, alsmede de villa Wahnfried, waarin zich het Richard Wagner Nationalarchiv bevindt. Gefinancierd wordt de stichting door de familie, het Gesellschaft der Freunde von Bayreuth, de stad Bayreuth, de Oberfrankenstiftung, de Bayerische Landesstiftung, Duitsland en de vrijstaat Beieren. De driehoofdige leiding bestaat volgens de stichtingsakte uit een lid van de familie Wagner (als eerste Wolfgang), een vertegenwoordiger van de Bondsrepubliek Duitsland en een vertegenwoordiger van de vrijstaat. Tevens is bepaald dat de leiding van de Festspiele in handen zal zijn van een lid van de familie, ‘indien zich niet andere, daartoe beter geschikte kandidaten voordoen’.

WERK: (behalve de genoemde): Instrumentaal: Sinfonie in C (1832); König Enzio (1832; ouverture); Christoph Columbus (1835; ouverture); Polonia (1836; ouverture); Rule Britannia (1836; ouverture); Faust-ouverture (1840); Trauermarsch (1844; v. 75 blazers en 20 omfloerste trommels). – Vocaal: Das Liebesmahl der Apostel (1843; v. mannenkoor en ork.); An Webers Grabe (1844; v. mannenkoor a-capella). – Geschriften: Die Kunst und die Revolution (1849); Das Kunstwerk der Zukunft (1850); Oper und Drama (1851); Eine Mitteilung an meine Freunde (1852); Zukunftsmusik (1860); Über Staat und Religion (1864); Mein Leben (1865, nw. uitg. 1914); Über das Dirigieren (1869); Beethoven (1870); Zum Vortrag der IX. Symphonie Beethovens (1873); Religion und Kunst (1880–1881).

UITG: Briefe nach Zeitfolge und Inhalt, d. W. Altmann (1905); Gesammelte Schriften und Dichtungen (16 dln., 61912–1914); Briefe in Originalausgaben, dln. 1–17 (1912); Gesammelte Briefe, d. J. Kapp (2 dln., 1914); Briefe. Die Sammlung Burrell (1953); Sämtl. Briefe, Hg. im Auftrage des R. Wagners Familienarchiv, d. G. Strobel en W. Wolf (15 dln., 1967 vv.); Sämtl. Werke, d. C. Dahlhaus (40 dln., 1970 vv.); Mein Leben, d. M. Gregor-Dellin (1963; enige compl. uitg.); Das braune Buch. Tagebuchaufzeichnungen 1865–1882, d. J. Bergfeld (1975); Drei Schriften zur Musik, d. T. Kneif (1975; m. inl.); Schriften eines revolutionären Genies, d. E. Voss (1976).

Vorige
|
Volgende
Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum