Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Pagina 7 van 16
eerste eeuwEncyclopedieartikel
Artikeloverzicht
Moesië omvat sinds 44 n.C. het zuidelijk Donaugebied vanaf de oostgrens van Pannonië tot aan de Zwarte Zee. Keizer Domitianus heeft er twee provincies van gemaakt: Moesia Superior (Servië) en Moesia Inferior (Bulgarije). Vrijwel alle steden hier zijn uit Romeinse legerplaatsen gegroeid: Singidunum (Belgrado) aan de Donau, Sardica (Sofia) in het binnenland en, aan de Zwarte Zee, Odessus (Varna) en Tomi (Constanţa), de verste uithoek van het rijk, waar Ovidius, verbannen door Augustus, in treurnis onder nog geenszins geromaniseerde barbaren zijn dagen sleet.
Thracië, het gebied tussen Noordoost-Griekenland en Moesië tot aan de Bosporus (waar de welvarende stad Byzantium gelegen is), is pas in het jaar 46 door keizer Claudius als Romeinse provincie definitief ingelijfd. Daarmee werd de ring gesloten waarmee het Romeinse Rijk het gehele Middellandse-Zeegebied omvat houdt.
Tweehonderdvijftig jaar is het geleden dat – in 146 v.C. (hetzelfde jaar waarin ook Carthago verwoest werd) – Korinthe door de Romeinen met de grond gelijk gemaakt werd en Griekenland, met zijn roemrijke verleden, ingelijfd werd bij het wingewest Macedonië en volledig onder Romeinse heerschappij kwam. Griekenland geniet binnen het rijk een speciale status: er zijn geen garnizoenen; er wordt minder belasting geëist; de stadstaten hebben zelfbestuur volgens hun eigen traditie en sommige ervan (Athene, Sparta, Delphi) zijn geheel 'vrije steden'. Maar het land is arm, veel van zijn kunstschatten zijn geroofd en tal van begaafde inwoners zoeken hun geluk elders, uiteraard vooral in Rome. Deze braindrain heeft weliswaar het moederland van de hellenistische cultuur van veel elan beroofd, maar ook die cultuur verspreid naar het westen. Veel beroemde steden uit Griekenlands grote tijd zijn niet meer dan onbetekenende dorpen, Thebe, de vroegere hoofdstad van Boeotië bijvoorbeeld, en Chaeronea in hetzelfde district, ofschoon dit plaatsje de laatste tijd weer veel in het nieuws is door de beroemde schrijver en filosoof Plutarchus, die hier woont. In het noorden profiteert Thessalonica, hoofdstad van Macedonië, van zijn ligging aan de grote verkeersader de Via Egnatia én van zijn voortreffelijke haven. In Epirus heeft Augustus bij Actium de stad Nicopolis ('overwinningsstad') doen verrijzen. Hier heeft de filosoof Epictetus zich gevestigd na de verdrijving van de filosofen uit Rome door Domitianus in 89. In Achaea heeft Korinthe zich weer ontwikkeld tot de grootste en rijkste stad van Griekenland. Het benadert weer het inwonertal (300 000) uit zijn bloeitijd. Met zijn zeer heterogene bevolking (Grieken, Romeinen, Syriërs, Joden, Egyptenaren) is Korinthe het commerciële centrum van het land; daarnaast ook een centrum van prostitutie, met de bekende tempel van Aphrodite, die vele honderden hiërodulen (tempelprostituées) telt. Voor het overige, kan men zeggen, moet Griekenland het hebben van het toerisme en de studenten. In de eerste plaats geldt dit voor Athene, de universiteitsstad bij uitstek en nog steeds het belangrijkste centrum van wijsbegeerte, met een aantal door de staat gesalarieerde professoren en ontelbare particuliere docenten. Voor jonge Romeinen uit de voorname families is het eenvoudig een 'must', een tijdlang in Athene geestelijke en kunstzinnige vorming op te doen. De waarschuwingen van de oude Cato tegen de Griekse nieuwlichterij en het filhellenisme zijn duidelijk vergeefs geweest. Eleusis, in de nabijheid van Athene, trekt met de viering van de Eleusinische mysteriën jaarlijks duizenden toeristen. Epidaurus in Argolis, met zijn Asclepiustempel, zijn concertzaal (odeion) en zijn groots theater (12 000 zitplaatsen), is een wereldberoemd kuuroord. En eens in de vier jaar is Olympia met zijn Olympische Spelen de grote trekpleister, al zijn er daartussendoor steeds wel bezoekers die het Zeusbeeld van Phidias, een der ‘zeven wereldwonderen’, willen zien.
Dit land is verdeeld in de provincies Asia, Pontus en Bithynië, Galatië, Cappadocië, Lycië-Pamphylië en Cilicië.
De provincie Asia is ontstaan uit het door koning Attalus III in 133 v.C. bij testament aan de Romeinen vermaakte koninkrijk Pergamum. Zij omvat sinds 27 v.C. de drie oude cultuurgebieden aan de kust: Mysië, Lydië en Carië, het bergachtige Phrygië in het binnenland, alsmede enige eilanden, waaronder Rhodos. Zij gaat er prat op de stedenrijkste provincie te zijn van het hele rijk. De grootste stad, tevens zetel van de proconsul en zijn staf, is Efeze. Met zijn 225 000 inwoners komt Efeze op de derde plaats onder de steden van het oosten (na Alexandrië en Antiochië). Deze bloeiende handelsstad met haar drukke haven heeft kilometerslange overdekte zuilengalerijen en een van de grootste theaters van het oosten (24 000 zitplaatsen). Maar het beroemdste bouwwerk (een der 'zeven wereldwonderen') is de enorme, met 128 zuilen omgeven tempel van Artemis, de godin die hier al bijna duizend jaar wordt vereerd als vruchtbaarheidsgodin en wier feest gedurende de hele maand mei uitbundig wordt gevierd. De tempel fungeert tevens als de voornaamste handels- en wisselbank van de stad. Dat commercie en religie in Efeze nauw samengaan, blijkt ook uit een, achteraf vermakelijk, incident dat plaatsgreep tijdens het verblijf van Paulus, de apostel van de christenen, in deze stad in de jaren 53–55. De evangelist Lucas beschrijft het in de 'Handelingen der Apostelen' (19:23–40): 'In die tijd werd de Weg [d.i. de christelijke leer] aanleiding tot een grote opschudding. Er was namelijk een zilversmid, een zekere Demetrius, die zilveren Artemistempeltjes maakte en daarmee de vaklui ruime verdiensten verschafte. Hij riep deze mannen en al wie verder in dat bedrijf werkzaam waren, bijeen en zei: 'Mannen, jullie weten dat we aan dit bedrijf onze welstand te danken hebben, maar jullie zien en horen, hoe deze Paulus niet alleen in Efeze, maar in bijna heel Asia veel mensen door zijn redeneren er afkerig van maakt. Want hij beweert: 'Goden die door mensenhanden worden gemaakt, zijn geen goden'. We lopen dus gevaar, dat niet alleen ons bedrijf in diskrediet komt, maar dat ook de tempel van Artemis, de grote godin, alle achting verliest en dat zij die door heel Asia, ja door heel de wereld vereerd wordt, van haar grootheid wordt beroofd.' Toen ze dit hoorden, werden ze woedend en schreeuwden: “Groot is de Artemis van de Efeziërs!' Heel de stad kwam in beroering en ze stormden als één man naar het theater [daar worden nl. de volksvergaderingen gehouden], waarbij ze Cajus en Aristarchus, reisgenoten van Paulus uit Macedonië, meesleurden.' De vergadering verliep, zo vertelt Lucas verder, in volslagen wanorde. Ten slotte slaagde de stadssecretaris erin de opgewonden menigte tot bedaren te brengen en de volksvergadering te ontbinden. Een andere grote stad, formeel de hoofdstad van Asia, is Pergamum, de vroegere residentie van de Attalidische vorsten. Zij is gebouwd op verscheidene terrassen, oplopend tegen een steile berghelling. De Attaliden hebben destijds een uitgebreide kunstverzameling aangelegd, voornamelijk afkomstig uit Griekenland. Pronkstuk van de stad is het grote Zeusaltaar, waarvan het voetstuk is versierd met een reusachtige fries. In Pergamum is ook de eerste tempel gebouwd ter ere van Roma en Augustus. De steden van Asia, altijd sterk Romeins gezind, deden reeds in 29 v.C. aan Octavianus (toen nog geen Augustus) het voorstel een tempel voor zijn eredienst te bouwen in Pergamum. Religieuze verering van vorsten is immers niet iets abnormaals in het oosten. Octavianus wilde dit aanbod alleen aanvaarden op voorwaarde dat de godin Roma in deze eredienst zou delen. Pergamums voorbeeld is naderhand overal nagevolgd en in vrijwel elke provincie is er nu wel een tempel of altaar van Roma en Augustus met een eigen hogepriester en een speciale cultus. Tussen Efeze en Pergamum ligt nog een derde grote stad, Smyrna (Izmir), naar men aldaar beweert de geboorteplaats van Homerus. Zij beleeft in deze jaren een aanzienlijke opbloei. Dat geldt ook voor de meeste andere, kleinere steden in deze kuststreek (het oude Ionië), met beroemde namen als Magnesia (met wellicht de schoonste tempel van Asia, een schepping van de architect Hermogenes), Priene en vooral Milete, de bakermat van de Griekse filosofie en wetenschap en in de 7de 6de eeuw v.C., met geleerden als Thales en Hecataeus, het belangrijkste culturele centrum van de Griekse wereld. Verder naar het zuiden komen we in Halicarnassus, de geboorteplaats van Herodotus, veel bezocht om het 50 m hoge grafmonument van Mausolus, het mausoleum, dat tot de 'zeven wereldwonderen' wordt gerekend. Het eiland Rhodos tegenover de zuidpunt van Klein-Azië trekt nog altijd leergierige Romeinen die, zoals Cicero en Caesar, de filosofenschool daar bezoeken, en verder toeristen die niet alleen het wereldwonder, de bij een aardbeving omgevallen Colossus, maar ook het prachtige eiland zelf komen bekijken. Wanneer men alles overziet, kan men vaststellen dat de provincie Asia – evenals, zij het in iets mindere mate, de overige provincies van Klein-Azië – zich in deze eeuw voorspoedig heeft kunnen ontwikkelen, vooral dankzij de afwezigheid van oorlogen en revolutionaire bewegingen. Toch is er wel iets opmerkelijks te melden. Sinds het midden van de eeuw is hier het aantal aanhangers van de nieuwe godsdienst der christenen, die afkomstig is uit Judea en Antiochië en nauw verwant is aan de godsdienstn van de joden, aanzienlijk toegenomen. De christenen zijn op het eind van deze eeuw in Asia sterker vertegenwoordigd dan in welke andere provincie van het rijk ook. In Rome zijn onder de regering van Nero allerlei zware beschuldigingen tegen hen ingebracht; zij zijn daar na de brand van het jaar 64 hevig vervolgd en velen van hen zijn er omgebracht. Hier in Asia kunnen de christenen ongestoord leven en is men hun over het algemeen niet slecht gezind. Evenals de joden die hier wonen, nemen zij deel aan het gewone leven, dat doortrokken is van de Griekse zeden en cultuur. Maar wel verzetten zij zich principieel tegen de vergoddelijking van de keizer, die juist hier, met name in Pergamum, begonnen is. Op het eind van deze eeuw, nu keizer Domitianus weer zoveel nadruk legt op zijn goddelijke titels, circuleert er onder de christenen hier in Asia een wonderlijk geschrift, vol visioenen en voorspellingen, waarin o.a. hevig gefulmineerd wordt tegen de keizercultus. Het zou geschreven zijn door een leerling van Jezus van Nazaret, genaamd Johannes, die een tijdlang op het eiland Patmos verbannen is geweest. Er staan in dit boek, Apocalyps of Openbaring van Johannes geheten, zeven brieven aan zeven christengemeenten van Asia, nl. die van Efeze, Smyrna, Pergamum, Thyatira, Sardes (de oude hoofdstad van Lydië), Philadelphia en Laodicea. Als Johannes in de brief aan de christenen van Pergamum schrijft: 'Ik weet waar gij woont: daar waar de troon van de Satan staat', dan is er niemand in Asia die niet begrijpt waar dat op slaat, nl. op de tempel van Roma en Augustus, de oudste plaats van de keizercultus.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |