Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Pagina 3 van 16
eerste eeuwEncyclopedieartikel
Artikeloverzicht
In Noord- en Noordwest-Europa kent men al sinds ca. 600 v.C. het gebruik van ijzer. Er bloeit daar in deze periode een hoge cultuur (ontstaan ca. 500 v.C. in het zuidelijk Rijngebied), die veel contacten heeft met de Grieks-Romeinse cultuur. Dragers van deze cultuur zijn de Kelten en de Germanen.
De Kelten vormen niet één volk, maar een groep volken of stammen met een gemeenschappelijke taal en cultuur. Vanuit hun stamland, het gebied van Boven-Rijn en Boven-Donau, hebben zij zich sinds ongeveer 400 v.C. in gedurfde tochten verspreid in Frankrijk (waar zij nu Galliërs heten), in Italië (waar zij zich alleen konden handhaven in de Povlakte), op het Iberisch Schiereiland en de Balkan, tot in Klein-Azië, waar zij het rijk der Galaten hebben gesticht. In deze eeuw zijn er op heel het vasteland geen onafhankelijke Kelten meer, en op het eind van de eeuw (78–85 n.C.) worden ook de Keltische stammen die in Britannia al enige eeuwen lang de heersende bovenlaag vormen, door de Romeinen onderworpen. Alleen in het noorden van Britannia en in Ierland zijn de Kelten nog buiten het bereik van de machtige arm van Rome. Hier vindt men dan ook de Keltische cultuur in haar zuiverste vorm. Gallia (Gallië), in deze tijd het voornaamste thuisland van de Kelten op het vasteland, is sinds de veroveringen van Julius Caesar reeds in vergevorderde mate geromaniseerd. In mindere mate is dat het geval in Zuid- en Midden-Britannia. De sinds de derde eeuw v.C. sedentair geworden Kelten zijn nu vooral landbouwers en ambachtslieden. De grote technische vaardigheid die zij van oudsher ontwikkeld hebben, geeft hun, economisch gezien, een geweldige ruggensteun. Zij zijn meesters in het bewerken van metaal (ijzer, maar ook goud en zilver) en in het exploiteren van hoogovens. Hun handvaardigheid is dikwijls tegelijk kunstvaardigheid, die zich uitleeft in het rijkelijk versieren van de gebruiksvoorwerpen die zij maken. Ook de leer- en houtbewerking, maar ook de pottenbakkerskunst hebben bij hen een hoge graad van perfectie bereikt. Hun producten doen in technisch opzicht niet onder voor de beste voortbrengselen van de Romeinse wereld. In het bezette Gallia blijft de inheemse industrie dan ook in eigen stijl verder produceren voor de Romeinse markt. In de landbouw domineert het kleinbedrijf, dat vooral rendabel is door de varkensteelt. Er wordt beweerd dat ham en spek Keltische vindingen zijn. In ieder geval zijn het vaak hammen uit Gallia die menige Romeinse tafel verrijken. De oorspronkelijke Keltische cultuur is geen stadscultuur. De Kelten wonen in grote familiegroepen van verwante gezinnen bij elkaar. Wel hebben zij beveiligde steunpunten, waar ook jaarmarkten en volksvergaderingen worden gehouden. Die versterkte nederzettingen hebben zich vaak ook ontwikkeld tot culturele middelpunten, vooral als er een 'koning' resideert. In de niet door de Romeinen bezette Keltische gebieden vindt men namelijk tal van uiterst kleine 'koninkrijkjes', die bijna constant onderlinge vetes uit te vechten hebben. De culturele tradities worden vooral in stand gehouden door aan de vorstenhoven verbonden rechtsgeleerden (filid) en door zgn. barden, rondtrekkende dichters en zangers. Deze barden bezingen de dappere daden van vroegere en eigentijdse helden, maar ze zien er ook niet tegen op om van tijd tot tijd scherpe, alom gevreesde kritische satiren te debiteren. De barden en rechtsgeleerden zijn samen met de priesters (druïden) de bewaarders van een rijke schat mondeling overgeleverde kennis. Het is eigenlijk verwonderlijk dat de Kelten, gezien hun hoge culturele ontwikkeling, het schrift niet hebben gebruikt om hun tradities vast te leggen.
Met de verzamelnaam Germanen worden de volken en stammen aangeduid die wonen ten noorden van de Alpen en ten oosten van de Rijn. Zij hebben lang niet de hoge technische beschaving bereikt van de meer westwaarts wonende Kelten. Net als de Kelten kennen zij geen steden. Zij wonen met een aantal families bij elkaar, in een soort dorp of over een groter gebied verspreid. Deze familiegroepen of stammen zijn nog halve nomaden; hun huisvesting is zeer eenvoudig (een boerenhuis zonder vensters, met een opening bovenin, die dient als licht- en rookgat) en zij breken gemakkelijk op om elders een woonplaats te zoeken. Enkele stammen zijn de Rijn overgetrokken en zijn daar opgenomen in de Keltische cultuursfeer. De Romeinen hebben getracht het gebied ten oosten van de Rijn tot aan de Elbe te veroveren, maar sinds de verschrikkelijke nederlaag van het Romeinse leger in het Teutoburgerwoud (in 9 n.C.) is de Rijn de grens gebleven tussen de Germanen en het door de Romeinen beheerste gebied. In deze eeuw (in 98 n.C.) verschijnt voor het eerst een geschrift dat speciaal aan de Germanen is gewijd. Het is van de hand van de bekende geschiedschrijver Tacitus. Het boekje (bekend als Germania) beschrijft de herkomst van de Germanen, hun levensgewoonten, de diverse Germaanse volken en het land waarin zij wonen: 'Het land vertoont weliswaar verschillen, maar over het geheel genomen is het bedekt met ruige bossen en afschuwelijke moerassen. In de richting van Gallia is het tamelijk vochtig, de kant van Noricum en Pannonia op staat er altijd veel wind. Het levert graan op, maar is niet geschikt voor het kweken van vruchtbomen. Er is veel vee, merendeels klein in zijn soort, en het grootvee heeft ook niet dat edele voorkomen en die prachtige horens waaraan wij gewend zijn. Wat hun interesseert is de omvang van hun veestapel, want vee is hun enige en meest begerenswaardige rijkdom.' (Germania, 5) De kern van elke stam wordt gevormd door de vrije grondbezitters, tevens soldaten. Uit hun midden is meestal een aristocratische groep ontstaan, de adel. Naast de vrijen kent men de onvrijen of slaven, waartoe o.a. de krijgsgevangenen behoren. Een tussenklasse wordt gevormd door de vrijgelatenen. Er is een ver doorgevoerde democratie: 'Koningen worden gekozen uit de adel, legeraanvoerders uit de dappersten. De koningen hebben geen onbeperkte macht en zijn evenmin vrij in de uitoefening ervan. De legeraanvoerders geven leiding meer door hun voorbeeld dan door het gezag waarmee ze zijn bekleed,- zij zijn op het kritieke moment steeds ter plaatse, zij laten zich overal zien, zij vechten in de voorste linie en wekken zo ieders bewondering. (… ) Over minder belangrijke zaken beraadslagen de aanzienlijken, over belangrijkere het hele volk. Wel worden die kwesties waarover het volk te beslissen heeft, van tevoren door de aanzienlijken behandeld. Als er geen onvoorziene en onverwachte dingen gebeuren, komen zij op bepaalde dagen tezamen, bij nieuwe of volle maan. (…) Een niet welgevallige mening wordt door gemor verworpen als iets hun instemming heeft, dan laten zij hun speren tegen elkaar kletteren.' (Germania, 7. 11) De strijdlust van de Germanen springt behoorlijk in het oog: 'Als er in de streek waarin zij wonen lange tijd vrede heerst en niets te doen is, dan zoeken de meeste adellijke jongemannen elders die stammen op die op dat ogenblik een of andere oorlog voeren. Want rust ligt dit volk niet en in gevaarlijke omstandigheden is het gemakkelijker om beroemd te worden. ( ... ) Men kan ze gemakkelijker ertoe overhalen de vijand uit te dagen en verwondingen te riskeren dan het land te bebouwen en de oogst af te wachten. Het lijkt er zelfs op dat ze het een vorm van luiheid en domheid vinden om met zweet te verwerven wat ze met bloed kunnen verkrijgen.' (Germania, 14) Tacitus onderkent ook hun zwakheden: 'Bij het lessen van hun dorst tonen ze niet diezelfde matigheid. AIs men hun drankzucht zou aanmoedigen en hun zoveel te drinken zou geven als zij willen, dan zouden zij even gemakkelijk door hun eigen kwalijke eigenschappen als met wapens overwonnen kunnen worden. ( ... ) Het dobbelspel is voor hen, eigenaardig genoeg, ook als ze nuchter zijn, een serieuze aangelegenheid. Ze spelen zo roekeloos op winst of verlies dat ze, als ze alles verloren hebben, bij de laatste beslissende worp hun eigen lijf en vrijheid inzetten. Die verliest, gaat zonder zich te verzetten in slavernij. Ook al is hij jonger en sterker, hij laat zich binden en verkopen. Zulk een starre vasthoudendheid heerst er in zo'n slechte zaak. Zelf noemen ze het trouw.' (Germania, 23, 24) In Tacitus' beschrijving van de Germanen klinkt groot respect door voor hun onweerstaanbare dapperheid, de degelijkheid van hun zeden en hun ongecompliceerde boerenbestaan. Hij ziet daarin iets terug van hetgeen zijn eigen voorvaderen, de mannen die de Romeinse republiek stichtten en de wereld veroverden, bezielde. Maar tegelijk beluistert men tussen de regels door de vrees die hem bevangt voor het gevaar dat uit het noorden dreigt, bij voorbeeld als hij droog ironisch constateert: 'Wij hebben in de laatste tijd meer overwinningen over hen gevierd dan bevochten.' (Germania, 37) Zijn boekje ondervindt in Rome veel belangstelling. Het verschijnt dan ook op het tijdstip waarop het onderwerp actueel is: de nieuwe keizer, Trajanus, is in het noorden bezig de verdedigingslinies te versterken en de grens met Germania te beveiligen. Hij vindt dit belangrijker dan direct na de dood van zijn voorganger naar Rome te komen om zich te laten inhuldigen.
De wereld in deze eerste eeuw wordt gekenmerkt door grote verschillen in ontwikkelingsfase, leefwijze en welvaart tussen de volken. Vaak weten deze niet van elkaars bestaan en van de verworvenheden van de ander, en leiden ze een in meerdere of mindere mate geïsoleerd bestaan. Wie zijn verkenningen in deze tijd wil verfijnen om een meer gedetailleerd inzicht te krijgen in het bestaan van de eerste-eeuwse mens, zal zijn aandacht dan ook op afzonderlijke culturen en gebieden moeten richten. En haast onweerstaanbaar wordt zijn blik dan getrokken naar die volkerenconcentratie rondom de Middellandse Zee: daar heeft zich omstreeks het midden van deze eeuw een ongekend grote staatkundige eenheid geconsolideerd, het Romeinse Rijk, omvattend ca. 10 miljoen km² met in totaal ca. 54 miljoen inwoners.
Er heerst vrede in dit rijk en welvaart, nu er sinds het begin van het principaat (27 v.C.) een eind is gekomen aan de ongebreidelde expansiedrift die de Republiek had gekenmerkt. De politiek van keizer Augustus – 'princeps' (eerste), zoals hij zich laat noemen – was er een van consolidatie en was gericht op een afronding van het rijk tot natuurlijke, gemakkelijk te verdedigen grenzen: in het westen de Atlantische Oceaan, in het noorden de Rijn en de Donau, in het oosten de Eufraat en in het zuiden de Sahara. Onder Augustus zijn dan ook nog Hispania (West-Spanje), Raetië, Noricum, Pannonië, Moesië, Galatië, Lycië en Pamphylië geannexeerd. De pogingen de Elbe tot rijksgrens te maken in plaats van de Rijn zijn na de nederlaag van Varus in het Teutoburgerwoud (9 n.C.) opgegeven. De enige echte veroveringsoorlog die daarna in deze eeuw is gevoerd, is die van keizer Claudius in 43 n.C., waarbij het zuiden van Britannia onder Romeins bestuur werd gebracht. Hoezeer de burgeroorlogen van de late Romeinse Republiek een trauma bij de bevolking hebben nagelaten, blijkt uit de literatuur, uit de beeldende kunst en uit de muntsymbolen uit de beginjaren van het keizerrijk. Het succes van keizer Augustus is dan ook goeddeels toe te schrijven aan het vervullen van een diep geworteld verlangen naar vrede. Het is de Pax Romana – de Romeinse vrede – die een aanzienlijk deel van de wereldbevolking van deze tijd bijeenhoudt. Zoals het de specifieke talenten der Romeinen zijn – het zijn geboren militaire en politieke organisatoren, begaafde ingenieurs, technici en beoefenaars der toegepaste wetenschappen – die eerder de fabelachtige ontplooiing van dit rijk hebben mogelijk gemaakt. Het Romeinse burgerrecht, eens het trotse bezit van een kleine groep, is intussen het voorrecht geworden van een aanzienlijk deel van de ingezetenen van het rijk. En hoe uiteenlopend de volken en culturen ook zijn die dat rijk herbergt, de bezielende invloed van Rome ondergaan zij gelijkelijk: tot in de verste uithoeken vertolkt het Civis Romanus sum (Ik ben Romeins burger) de trots en het zelfbewustzijn van de ingezetenen.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |